Watt en rendementVeel van de gestelde vragen die ons bereiken gaan over vermogen (Watt) van luidsprekers en versterkers. Hoeveel Watt is nodig en zinnig. Eerder plaatsten wij al een “Hoe werkt?” artikel over vermogen van versterkers en luidsprekers. Het is aan te raden het vorige artikel eerst te lezen voordat u met dit artikel aanvangt. Om een afweging te maken tussen beschikbaar vermogen en vereist vermogen dienen wij ons eerst te realiseren dat het gevraagde vermogen afhankelijk is van de gevraagde hoeveelheid geluid en van het rendement van de gebruikte luidsprekers. En wat de getallen inhouden. De hoeveelheid geluid drukken we uit in de eenheid Bell, maar omdat die te groot is delen we de eenheid door 10 en krijgen zo DeciBell afgekort tot dB. Het is goed om te weten dat wij 1 dB verschil kunnen waarnemen als “iets luider”, 3 dB waarnemen als “een stap luider” en 10 dB waarnemen als “twee maal zo luid”. In versterkervermogen uitgedrukt betekent 3 dB meer een verdubbeling van het vermogen en 10 dB meer een vertienvoudiging.
Stel onze luidspreker heeft een rendement van 80 dB en wij willen een geluidsdruk van 100 dB realiseren. Dat betekent dat er een vermogen nodig is van 1 x 10 x 10 = 100 Watt. 80 dB was vroeger (ruwweg 1965 tot 1985) een realistische waarde voor het rendement van een speaker. Tegenwoordig liggen rendementen hoger en veelal rond en boven 90 dB. In dat geval hebben we dus maar 10 Watt nodig om net zo hard te spelen. Een hoornluidspreker met een rendement van 97 dB (een heel normale waarde voor een hoorn) levert al 100 dB geluiddruk bij 1 x 2 = 2 Watt. Home Cinema liefhebbers, liefhebbers van zware klassieke werken en rock fanaten willen harder kunnen dan 100 dB en gaan soms tot meer dan 110 dB. 110 dB is extreem hard en vergelijkbaar met een motorzaag of een straaljager op 90 meter hoogte. Wie puur realisme zoekt moet weten dat de piek van een symfonie orkest tussen de 120 en 130 dB ligt. Niet zo wonderlijk dat veel musici vroeg doof zijn. Met onze luidspreker van 90 dB hebben we voor 130 dB 1 x 10 x 10 x 10 x 10 = 10.000 Watt nodig. De beroemde Klipschorn hoornluidspreker met zijn rendement van 104 dB zou kunnen volstaan met 1 x 2 x 2 x 10 x 10 = 400 Watt. De ouderwetse transmission line van eind jaren ‘70 zou 100.000 Watt vragen.
Nog een laatste voorbeeld. Uw versterker levert 100 Watt aan 8 Ohm en 150 Watt aan 4 Ohm. Onder de 4 Ohm belasting stort de voeding in en komt u nauwelijks hoger dan de 150 Watt en soms dat zelfs niet eens (let op, de waardes zijn realistisch). Uw luidspreker is maar 4 Ohm en zakt af en toe naar 2 Ohm (een willekeurige elektrostaat doet dat). Dan daalt dus de maximale geluiddruk. Uitgaande van 90 dB aan 8 Ohm houden we nog maar 84 dB over aan 2 Ohm. Omdat het geleverde vermogen van de versterker toeneemt winnen we weer iets. Maar met onze 100 Watt versterker halen we maar ongeveer 106 dB en niet langer 110 dB aan maximale geluidsdruk. Om die 110 dB weer te bereiken is dus al snel 200 tot 250 Watt noodzaak. Handvaten:
|




























































Met een luidsprekerrendement van 90 dB/1 Watt/8 Ohm is vrijwel altijd een versterker van 50 tot 100 Watt voldoende voor de huiskamer. De keuze zou dus makkelijk zijn, koop een speaker met een belastbaarheid van 75 Watt en een versterker van 75 Watt en het gaat altijd goed. Helaas gaat in de praktijk die stelling lang niet altijd op. De voornaamste oorzaak daarvoor is dat een luidspreker een complexe belasting vormt voor een versterker.
