Digitale televisie (deel 1) (Dit is het eerste deel van het artikel over digitale televisie. Deel 2 is hier te lezen) Achtenvijftig jaren geleden werd de standaard uitzendnorm afgesproken. Deze kreeg voor ons deel van Europa de naam PAL mee, en bestond uit 720 punten per beeldlijn, waarbij gebruik gemaakt kon worden van 576 beeldlijnen. Alle beeldbuistelevisies die de PAL-standaard ondersteunden konden dit aantal beeldlijnen met gemak weergeven, over een analoge coaxkabel die werd verbonden met de ouderwetse sprietantenne en in een later stadium werd verbonden met de Centrale Antenne Installatie (CAI). Toen het aanbod van zenders toenam en technieken zoals breedbeeld, PalPlus en het betere toepassen van satellieten kwam er al snel een aanbieder van digitale televisie. Canal+ had vanaf de jaren tachtig de hegemonie op het gebied van digitale televisie, met een externe decoder die werd verhuurd aan klanten. De afnemer had nu de keuze uit meer zenders, door toevoeging van filmkanalen, erotiek, sport en niet te vergeten een echt breedbeeldkanaal voor de breedbeeldeigenaren van het eerste uur. 1 / 4
|
































































