Review: Accuphase C2120, DC-37 en A-47


Werner Ero | 17 augustus 2016 | Fotografie Fabrikant | Accuphase

Het is misschien een wat vreemde start van een artikel, maar weet u wat tegenwoordig mijn grootste frustraties zijn als audiorecensent? Dat veel audiocomponenten in steeds mindere mate doen waar ze oorspronkelijk voor bedoeld zijn! Ik doel daarmee niet alleen op de steeds vaker nodeloos gecompliceerde en soms zelfs onlogische bediening, maar ook op constructie- en weergavekwaliteiten die enkel nog uit theoretische computerprogramma’s zijn ontsproten. Het grootste probleem is dat er tijdens de ontwikkeling zo weinig (gehoormatige) praktijkervaring mee is opgedaan, dat soms zelfs al binnen één jaar alweer een ‘sterk verbeterde’ opvolger op de markt verschijnt. Dat het ook anders kan bewijst het Japanse Accuphase met haar nieuwste generatie componenten. Producten die niet alleen vanaf het allereerste moment uit de doos bevrijdend goed klinken, maar ook achteloos eenvoudig aantonen dat muziekluisteren en goede bediening, nog steeds optimaal samen kunnen gaan.

Dat dit roemruchte merk anno 2016 zich nog steeds zo behoudend toont als tijdens de oprichting in 1972, is een feit. Er is dan ook niets mis met een onberispelijke afwerking, eersteklas materiaalgebruik (voel maar eens aan de randen van een willekeurig paneel) en een conventionele bediening. Zeker als daarbij de volumeregelaar spelingsvrij en solide aanvoelt. Voeg daarbij tenslotte een plaatsing van alle overige bedieningsorganen en aansluitingen waar je ze ook daadwerkelijk verwacht en er ontstaat automatisch het gelukzalige gevoel dat je je zuurverdiende geld nu eens werkelijk goed hebt besteed!

C-2120 voorversterker

Binnen het vier modellen tellende voorversterkergamma vervult de C-2120 de rol van instapmodel. Toch is het absoluut geen karig of uitgekleed model en zijn de grootste verschillen met de grotere en duurdere broers nog meer aansluitmogelijkheden, het gebruik van nog betere componenten en de inzet van nog betere vaak meer kostbare schakelingen. Zoals bij ieder Accuphase product staat er ook met de C-2120 weer echt wat substantieels in het rack. Daarbij zijn niet alleen de afmetingen met 15 cm hoogte, 46,5 cm breedte en 40,5 cm diepte lekker robuust, maar duidt ook de trotse 17 kilo gewicht op een bijzonder degelijke constructie. Let wel: we hebben het hier nog steeds over het instapmodel en die blijken bij Accuphase qua afwerking niet onder te doen voor de duurdere modellen.

Naast het eerder besproken bijzonder uitgebreide uitrustingsniveau is het merk onderhuids vooral erg trots op de AAVA volumeregelaar. AAVA staat voor ‘Accuphase Analog Vari-gain Amplifier’, wat er in het kort op neer komt dat (hoewel het circuit volledig in het analoge domein werkzaam is) er feitelijk geen potmeter meer in de signaalweg aanwezig is. In de praktijk wordt het binnenkomende muzieksignaal door 16 converterende versterkers omgezet van voltage naar stroom. Daarna nemen 16 schakelaars met hun 65.536 mogelijke combinaties het over en bepalen aan de hand van de volumestand het te bereiken volumeniveau. Een microprocessor en sensor detecteren tenslotte op welke stand de volumeregelaar staat ingesteld en de stroom wordt weer netjes naar voltage geconverteerd. Hoewel op het eerste gezicht misschien omslachtig, blijkt deze werkwijze in de praktijk enorm effectief te zijn. Zo wordt de bereikbare signaal/ruisverhouding niet alleen stukken beter en de vervorming lager, maar ontstaat er ook nog eens een werkelijk minimale kanaalafwijking. Uiteindelijk is er zelfs geen enkel verschil meer waarneembaar in zowel het frequentie- en fasebereik als de geluidskwaliteit en dit ongeacht het volumeniveau! Andere hoogtepunten van deze C-2120 zijn gescheiden voedingstrafo’s voor het linker- en rechterkanaal, een in drie standen instelbare versterkingsfactor, een volledig modulaire constructie die voor beide kanalen gescheiden is en een toonregeling die gehoormatig geen afbreuk aan het signaal zou doen.

Last but not least bestaat er nog de mogelijkheid om een tweetal optionele insteekprints te plaatsen voor phono MM of MC enerzijds en een DAC met drie aansluitingen (coaxiaal, optisch en USB) die signalen tot 192 kHz bij 24 bit kan verwerken anderzijds. Aan de achterzijde wordt het zeer positieve beeld met een uitgebreide reeks aan hoogwaardige uiteraard vergulde single ended (RCA) en gebalanceerde (XLR) in- en uitgangen tenslotte gecompleteerd.

DC-37 DAC

Hoewel Accuphase als een uiterst conservatief merk kan worden gezien waarbij discspelers nog steeds hoog in het vaandel staan, heeft het merk vrij recent toch besloten om het programma uit te breiden met een tweede hoogwaardige losse DAC. Een gegeven dat voor veel internationale distributeurs als een waar geschenk uit de hemel kwam en voor veel liefhebbers van dit merk een langverwachte aanvulling binnen hun audioketen biedt. Volgens het merk erft de DC-37 digitale processor de vooruitstrevende technologie van topmodel DC-901 en de DP-720 sacd-speler, daarbij de benodigde techniek onderbrengend in een fraai gestileerde behuizing van 46,5 cm breed, 11,4 cm hoog en 38,5 cm diep. Met 14,4 kg is hier sprake van een opvallend gewichtige en solide full size DAC.

Maar het is toch weer de volstrekt logische indeling en bediening waar schijnbaar alleen dit Japanse merk toe in staat is en die het apparaat vanaf het eerste moment tot een bijna ideale allemansvriend maakt. Zo zijn er naast de bekende ‘harde’ aan/uit schakelaar (Accuphase heeft nooit een stand-by optie) zes zeer precies werkende druktoetsen om de diverse ingangen (2x coaxiaal, 2x optisch, 1x USB en 1x HS-link) te selecteren. Daarboven wordt in de voor dit merk typerende rood/oranje kleur de bitrate en gekozen frequentie in kHz weergeven, terwijl pal onder het cyaankleurige naamlogo een liggende LED de ‘lock’ status aangeeft. Twee druktoetsen voor niveau omlaag en omhoog met de bijbehorende uitlezing in dB’s, completeren tenslotte de voorzijde. Aan de wederom zeer overzichtelijke achterzijde kom ik van links naar rechts het rijtje eerdergenoemde digitale ingangen tegen met daarnaast een paar analoge single ended (RCA) en gebalanceerde (XLR) uitgangen. Een uiterst rechts geplaatst IEC-netentree completeert tenslotte het plaatje.

Zoals verwacht wordt ook onderhuids dit toonbeeld van perfectie volledig doorgezet en wordt een keurig in compartimenten onderverdeeld binnenwerk getoond. Helemaal vooraan de voedingsschakeling met twee forse ringkerntrafo’s voor digitaal en analoog afzonderlijk. Linksachter de analoge schakeling en tenslotte rechtsachter de digitale implementatie met het zelf ontwikkelde MDSD (Multiple Double Speed DSD) processing circuit met zijn acht parallel geschakelde sub circuits. Binnen deze chipset is er trouwens ook ondersteuning voor hoge resolutie bestanden tot 5.6448 mHz voor DSD en 32 bit 384 kHz in PCM beschikbaar. Kortom een ware alleseter waar veel kwaliteitsbewuste muziekliefhebbers lang reikhalzend naar uit hebben gekeken.

A-47 stereo eindversterker

Terwijl de C-2120 voorversterker en DC-37 DAC al van een tijdloze schoonheid zijn, vallen zij wat mij betreft in het niet bij de prachtig robuust en tegelijk heel verfijnd vormgegeven A-47 stereo eindversterker. Nu is soms moeilijk te omschrijven waarom het ene apparaat het meer heeft dan het andere, maar deze A-47 heeft wat mij betreft beslist de ‘X-factor’. Als ik er eens goed voor ga zitten heeft het eigenlijk alles te maken met juiste verhoudingen en precies de goede uitstraling. Dat deze eindversterker beslist geen kleine jongen (46,5 cm breed, 21,1 cm hoog en 46,4 cm diep) is, maakt hem voor mij alleen nog maar aantrekkelijker. Vooral omdat de zeer forse en over de hele diepte van het apparaat doorlopende koellichamen, uit één stuk aluminium zijn gegoten en binnen het fraaie ontwerp ook van een zijdeachtige coating zijn voorzien. Bijzonder nuttig detail is dat de prettig afgeronde koelribben in het midden van een solide horizontaal aangebrachte verstevigingsbalk zijn voorzien. Niet alleen een slimme maatregel om ongewenste resonanties zoveel mogelijk te elimineren, maar vooral ook erg handig om deze toch 32 kilo zware mastodont met een opvallend gemak op een plateau of in een rack te manoeuvreren.

Toch is er nog een ander belangrijk aspect dat deze A-47 zo bijzonder maakt, namelijk zijn klasse A werking! Want eenieder die ooit eens naar een echt goede klasse A versterker (met een conventionele grote voeding) heeft kunnen luisteren, zal direct herkennen dat dit doorgaans heel anders en vooral muzikaal veel completer klinkt. Vooral het ontbreken van weergaveartefacten zoals korreligheid en vervelende hardheid in combinatie met vaak robuuste klankkleuren en muzikale diepgang, markeert de klasse A schakeling ook vandaag de dag voor vele muziekliefhebbers nog steeds als het hoogst haalbare.

Achter de robuuste façade met zijn twee grote analoge wijzer dB meters en de nodige bedieningsorganen (luidsprekerpaar keuze, ingangsselectie en een in vier stappen instelbare versterkingsfactor), gaat een op het eerste gezicht uiterst klassieke opbouw schuil. Een zeer grote ingekapselde ringkerntrafo in het midden, daarvoor twee beker elco’s met 56.000 µF capaciteit, links en rechts een identiek opgebouwde printplaat met zes parallel geschakelde MOS-FET’s en tegen het achter paneel het beveiligingscircuit (zonder relais) met de acht luidsprekeraansluitingen. Hoewel het uitgangsvermogen van 2 x 45 Watt aan 8 Ohm op het eerste gezicht erg beperkt lijkt, blijkt dit bij nadere beschouwing reuze mee te vallen. Want na deze 2 x 45 Watt in pure klasse A, gaat de versterker in klasse A/B nog ‘even’ door tot 102 Watt maximaal vermogen. Dat het apparaat werkelijk enorm stabiel is blijkt wel uit het feit dat bij iedere halvering van de impedantie, het uitgangsvermogen letterlijk verdubbelt. Dus bij 1 Ohm staat er zelfs maar liefst 360 Watt in klasse A de gebruiker ter beschikking, oplopend tot zelfs 438 Watt in klasse A/B! Maar zelfs dan is de koek nog niet op, want deze A-47 kan ook nog parallel worden geschakeld en is dan in staat om als mono eindversterker 180 Watt aan 8 Ohm en zelfs 720 Watt aan 2 Ohm te leveren! Tot besluit wordt dit geperfectioneerde totaalpakket aan de achterzijde naast een euro netstekker aansluiting en de bekende singel ended (RCA) en gebalanceerde (XLR) aansluitingen, gecompleteerd met vier paar bijzonder robuuste luidsprekeraansluitingen. Connectoren die zowel geschikt zijn voor blanke draad, spades als banaanstekkers en daarmee een uiterst universeel inzetbare eindversterker afleveren.

Pagina 2: conclusie

De eerste indruk

Voor het luisterdeel is het altijd een enorm voordeel wanneer producten niet hagelnieuw maar liefst volledig ingespeeld worden aangeleverd. Iets wat bij Paul Hattink van importeur Hi.Fine eigenlijk altijd het geval is. Hoewel gebalanceerd aansluiten zondermeer tot uitstekende resultaten leidt, wordt na de nodige experimenten toch vrij snel voor single ended verbindingen gekozen. Hoewel het stereobeeld er wel een fractie minder breed van wordt, nemen de puurheid, natuurlijkheid, vanzelfsprekendheid en de diepte en hoogte illusie juist toe. Mede door de grote welwillendheid van Paul, heeft de complete set hier de lange periode van meerdere maanden achter elkaar muziek kunnen maken. Iets waar ik altijd enorm blij mee ben, want juist in zo’n lange tijdspanne leer je producten echt goed kennen. Eén van mooiste eigenschappen van dit trio vind ik de bijzonder grote stabiliteit en continuïteit waarmee deze spullen dag in dag uit hun werk doen. Hier gelukkig niet het ene moment een wijd opengetrokken maar zielloze en afstandelijke weergave, om vervolgens de volgende dag ineens weer te veranderen in een donker en bijna futloos geluid! Niets daarvan bij deze Accuphase representanten, waarbij ik zelfs bij het regelmatig wisselen van de vele hier aanwezige luidsprekersystemen, nog steeds die indrukwekkend grote continuïteit kan ervaren.

En dat relatief beperkte vermogen van 2 x 45 Watt, hoeveel merk ik daar nu eigenlijk van? Als ik ‘helemaal niets’ zeg, zou ik niet eerlijk zijn. Maar laat ik zeggen dat de vermogensverschillen toch wel wezenlijk anders uitpakken dan ik op voorhand zou verwachten. Eigenlijk kan ik met alle hier aanwezige luidsprekermodellen, op de zeer stroomhongerige YG Carmel 2 na, alle muziek op alle sterkten afspelen zonder ergens een luidheidbeperking waar te nemen. Wel waarneembaar is de overgang tijdens constante energieafgifte wanneer de wijzers de 0 dB op de schaal overschrijden. Hoewel het nog steeds schitterend klinkt, kun je dan subtiel horen dat de A-47 eindversterker van het klasse A bereik naar AB overschakelt. Iets wat je bij goed luisteren net kunt ervaren door een lichte vervlakking en wat minder die ultieme rust en gemak. In de praktijk van alle dag blijft deze eindversterker echter maar doorgaan en is de weergave zelfs met de meters in de rechterhoek, nog steeds onvervormd en op hoog niveau presterend. Dat de fraaie C-2120 voorversterker ook een stevige duit in deze muzikale zak stopt, blijkt al snel wanneer ik de andere hier aanwezige voorversterkers op de A-47 eindversterker aansluit. Hoewel de andere hier aanwezige topproducten uiteraard voor bepaalde verschillen zorgen, blijkt de huiseigen C-2120 toch uiteindelijk de beste match te vormen. Vooral omdat ik een optimale balans aan totaaleigenschappen doorgaans prefereer boven enkele individuele ‘super eigenschappen’. Parameters die er op zichzelf best kwalitatief bovenuit kunnen steken, maar de totaalbalans minder goed als geheel laten integreren. Klankmatig zou ik deze voorversterker omschrijven als vloeiend, neutraal en allround qua eigenschappen. Het oplossende vermogen is hoog, maar wordt wel op een heel natuurlijke manier gepresenteerd. Hier dus niet dat vervelende geëtste en vaak over geaccentueerde ‘hifi’ geluid, waardoor je geest altijd in de analyserende modus blijft hangen, maar meer een weergave die uitnodigt om lang en ontspannen van muziek te genieten.

Luisteren

Omdat de DC-37 naast de eigenlijk bij het DP-900 sacd transport horende DC-901 DAC, de eerste losse D/A-converter van het merk is, wil ik deze graag in een apart luisterdeel bespreken. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik fysieke discweergave tot op de dag van vandaag nog steeds muzikaal als meer bevredigend en realistisch ervaar dan welke stream-oplossing dan ook en gelukkig deelt ook het merk Accuphase dit gevoel. Interessant is nu hoe juist zo’n merk met deze conversieslag omgaat. Wanneer ik de DC-37 met de verschillende disc loopwerken en verschillende verbindingen beluister, hoor ik in ieder geval al meteen de kenmerken van een echt goede DAC. Tonaal en ruimtelijk mooi gelaagd, ontspannen, nergens hardheid, veel expressie en Accuphase typisch, meteen weer die uiterst stabiele en aanstekelijk voor het voetlicht gebrachte totaalpresentatie. Hoewel de bekende audiofiele parameters als lucht, ruimte, stereobeeld, oplossend vermogen en tonale balans zeker vol overtuiging worden ingevuld, ligt de invulling toch wezenlijk anders dan bij veel andere DAC’s. Anders gezegd liggen de kwaliteiten hier veel meer bij interpretatie van de artiesten, het gevoel en langdurig kunnen luisteren zonder artefacten dan op de technische aspecten. Heel belangrijk vind ik dat ook bij streaming audio (in ieder geval met de Reference Flow van AudioAanZee) de weergave aanzienlijk dichter bij echt goede discweergave in de buurt komt dan ik normaal waarneem. Niet wit en onnatuurlijk omlijnd, maar eerder mooi vloeiend, natuurlijk en soms met een bijna analoog smeuïg aandoende touch.

De Noorse pianist Tord Gustavsen is een prachtig voorbeeld van Scandinavisch minimalisme op jazz gebied. Samen met Harold Johnson op contrabas en Jarle Vespestad op drums, geeft dit bezielende trio met Being There acte de presénce op hun alweer zesde album op het fameuze ECM label. In eerste instantie lijkt het om relaxt gepresenteerde easy listening composities te gaan. Maar wie verder en vooral beter luistert, merkt dat deze meesterwerkjes heel knap in elkaar steken en vol zitten van die typische Noorse melancholie. Naast Tord maakt ook drummer Jarle veel indruk door van zijn drumkit regelmatig een waar melodieus muziekinstrument te maken. Het mooie van dit Accuphase trio is dat de componenten geen moment van de muzikale boodschap afleiden en je echt op soms bijna buisachtige wijze, uren ongestoord en zonder irritatie diepgaand kunt genieten.

Een heel stuk heftiger gaat het eraan toe met de originele masteropnamen van Paul Hattink Hatfield’s End. Want hoewel de inmiddels al weer wat oudere cd-producties uitstekend zijn gelukt en ook vandaag de dag nog steeds voor het nodige audiofiele plezier zorgen, gaan de originele bestanden op de Reference Flow streamer nog een heel stuk verder. Niet in het minst doordat er ook een waar scala aan zelfs nooit uitgebrachte nieuwe varianten op de harde schijf aanwezig is. Door dit extreem dynamische materiaal tot het uiterste gedreven, laten de goudkleurige broeders met verve zien dat ze qua expressie tot nog veel meer in staat zijn. Want wauw, wat kan zo’n A-47 klasse A eindversterker zich toch bliksemsnel als een tijger in de regelmatig abrupte dynamiekerupties vastbijten! Extra vermeldenswaardig is dat deze speelwijze absoluut niet tot standaard klasse A gedragingen hoort en eigenlijk veel meer een ideale mix van de beste klasse AB ontwerpen (gemak, omlijning, neutraliteit, snelheid) met de positieve eigenschappen van klasse A combineert! Grote klasse, heel knap gedaan en een groot compliment aan de ingenieurs van Accuphase!

Conclusie 

Het was werkelijk een waar genoegen om gedurende zo’n lange periode met regelmaat van dit Accuphase trio gebruik te mogen maken. Doorgaans komt er met het verstrijken van de tijd altijd wel een lijstje met bepaalde bedenkingen bovendrijven maar dit keer bleef het scherm helemaal leeg! Hoewel de apparaten gezamenlijk natuurlijk niet echt tot een koopje kunnen worden gerekend, is de prijskwaliteitsverhouding wel opvallend goed en bieden ze veel waar voor het geld. De C-2120 is in dit drietal het schakelende hart en doet dat in volledige rust en met de hoogst mogelijke precisie. Naast de hoge stabiliteit, bedrijfszekerheid en de aantrekkelijke muzikale en natuurlijke klankinslag, is de eigenschap om bij zowel hoge als lage volumeniveau niets buiten het niveau zelf te veranderen, een enorm waardevolle. Alles blijft rotsvast op zijn plaats staan en het podium treedt bij wisselende sterktes niet ineens opvallend naar voren of naar achteren.

De DC-37 DAC die uitstekend met zowel PCM als DSD bestanden overweg kan, sluit hier perfect op aan. Wederom een zeer praktisch ingestelde schakeleenheid die naast veel informatie en een perfecte lay-out, ook klankmatig volledig weet te overtuigen. Nee, deze DAC biedt niet het extreme inzicht dat een duurdere dCS Rossini of EMM Labs DAC2X wél voor elkaar krijgt. Maar net als de Accuphase voorversterker is deze DC-37 wel wederom een toonbeeld van homogeniteit en is er vooral een mooie combinatie gevonden tussen oplossend vermogen en daadwerkelijk genieten.

De topper van dit gezelschap is wat mij betreft echter de prachtige A-47 klasse A eindversterker. Niet alleen visueel de mooiste om te zien, maar qua klank het meest vernieuwend. Want zelden heb ik namelijk een klasse A ontwerp gehoord waarbij niet alleen de balans ongeacht het volumeniveau zo mooi intact blijft, maar ook de positieve eigenschappen van klasse A/B met de beste klankmatige eigenschappen van klasse A weet te combineren. Dus je hebt hier en de muzikale ziel, kleur, betrokkenheid en grandeur van typisch klasse A, maar ook de snelheid, neutraliteit en nuchterheid van klasse AB. Dat alles vervolgens ook nog eens verpakt in een chique, super duurzame en mooi gestileerde verpakking. Als totaalcombinatie slaat Accuphase hier nieuwe wegen in zet met deze nieuwe reeks aan zeer correct geprijsde modellen, de toon zoals high-end audio werkelijk is bedoeld!