ARTIKEL

Luc De Vos Muziekbeleving


Dieter van den Bergh | 04 januari 2011

Door Studio Brussel werd hij uitgeroepen tot De Vlaming van de Jaren Negentig. Vóór dEUS.  Een greep uit het juryrapport: ‘Hij brengt het geloof weer onder de mensen, hij weet ze te ontroeren, hij is extreem intelligent, maar toch bescheiden gebleven. Hij zingt en schrijft, hij maakt liedjes en romans. Hij is het ‘Wonder van Wippelgem’.

We hebben het natuurlijk over Luc De Vos (Wippelgem 1962), schijver/columnist en sinds 1989 voorman van de toonaangevende Vlaamstalige rockband Gorki. In samenwerking met de Vlaamse zender Radio 1 toert hij in januari solo door België én Nederland.
Voor onze serie De Muziekbeleving van… treffen we Luc De Vos in de legendarische ICP Studio’s in Brussel (o.a. The Cure, Noir Desir, Soulwax, Mano Negra, Talk Talk, Stranglers) waar de Gentenaar de laatste hand legt aan de nieuwste, twaalfde plaat van Gorki, naar eigen zeggen the hardest working band in showbizz. “Toen ik op mijn negende The Who zag, wist ik wat me te doen stond: popmuzikant worden.”

“Het begon allemaal met de Beatles op de radio. Ik moet vijf geweest zijn en voelde de vibe van de popmuziek al in de lucht hangen. De eerste echt heftige muziekervaring was Je t’aime… moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Ik was zes. Op een soort van Freudiaans vlak voelde ik me enorm aangetrokken door die smachtende, zuchtende stemmen, bijna geil werd ik er van. Ja, kinderen van zes kunnen ook al seksuele gevoelens hebben, dat heb ik toen wel geleerd.”

Wippelgem
“Vanuit ons huis in Wippelgem, een echt fabrieksdorp aan het kanaal, kon je de torens van Gent zien. Volop vooroorlogse toestanden in dat katholieke dorp, met iedere zondag de kerk vol. Zo’n dorp waar je niet moet wonen, maar ja, je woont er tóch. Veel muziek was er niet, mijn zes broers en zussen, allemaal tien of twintig jaar ouder, hadden er niet zo veel mee. Ze hadden wel eens van die kleine pick-upjes van twintig francs ofzo, maar die waren meestal kapot. Ik kan me nog wat singletjes van de Bee Gees herinneren en A whiter shade of pale van Procol Harum. Thuis stond de radio constant op, BRT Radio 1 of 2, veel meer hadden we niet aan muziek, je was al blij dat je überhaupt een radio had. Er bestonden nog geen formats voor de radio. Hoorde je tien smartlappen of Franse chansons achter elkaar, en dan kwam er toevallig een keer wat anders langs, Pink Floyd bijvoorbeeld, je moest er echt op wachten.”

The Who
“Toen ik negen was gingen we met de Chiro van Evergem naar de film van Tommy van The Who in een klein cinemazaaltje. Dat heeft enorm veel indruk gemaakt, zoveel dat ik er ’s nachts niet van kon slapen. Maanden heeft het nagezinderd. The Who werden mijn eerste helden; zo minimaal, intens, theatraal, maar ook zo echt, zo cool. Toen ik Roger Daltrey met zijn blonde krullen zag, wist ik wat me te doen stond: popmuzikant worden. [De Vos zingt I’m free]. Bij Queen, Bowie en metal had ik datzelfde gevoel daarna ook. Ik ben wel een sucker voor dat soort dingen. Op de fiets ben ik naar de Evergreen gereden aan de rand van Gent. Behalve boeken enzo verkochten ze daar ook platen. Van bij elkaar gespaarde centjes kocht ik voor zo’n driehonderd francs de dubbelelpee van Tommy. Wel tienduizend keer heb ik die gespeeld, van voor na achter, helemaal kapot gedraaid. Ik kan die plaat nog steeds helemaal nazingen.”

New wave
“Het was 1975, de punk was nog net niet geboren. Die barstte los toen ik veertien was. Vanaf dat moment vond ik die mannen van The Who maar een stel ouwe zakken. Punk zoals de Ramones vond ik net te simpel, te voor de hand liggend, new wave werd mijn ding. Joy Division, The Smiths en Echo & The Bunnymen. Die laatste heb ik niet lang geleden nog een keer gezien, maar vond dat nu eigenlijk maar een beetje eentonig. The Smiths daarentegen staan nog steeds. Zeer uitstekend qua ironie en melodieën. Marr en Morrissey zijn de Lennon en McCartney van de new wave. Morrissey heeft het hart, Marr de brains. Het is enorm intelligente muziek, zonder dat het pretentieus of poëtisch wordt, want van poëzie hou ik niet. Ook niet van gemaakte, extravagante coolness, zoals Sonic Youth of The xx, dat is Bauhaus-cool. Overdreven.”

De Vooruit
“Mijn eerste concert was Hot Chocolate bij de opening van De Vooruit in Gent in 1982. Fantastisch. Daarna zag ik daar Fay Lovsky, ook heel mooi. Ik was er erg laat bij, zo rond mijn negentiende, maar je had nog niet dat gigantische aanbod van nu. Bovendien kostte een kaartje een fortuin. Ik weet nog dat ik rond 1982 naar TC Matic ging, ik had van gespaard geld net een ticket kunnen kopen, en bewaarde dat zorgvuldig in de binnenzak van mijn jas. Met bonkend hart fietste ik naar De Vooruit. Een concert was echt een belevenis waar je maanden naar uit kon kijken.”

EDITORS' CHOICE