ARTIKELLG

OLED-TV, the next generation

OLED-tv's zijn de nieuwste technologie waar we reikhalzend naar uitkijken. Hoe werkt het, wat is er zo speciaal aan, en wat mogen we er van verwachten.

Wat is een OLED?

Eerst even een opfrisser: Een led (Light Emitting Diode) is een component die werkt op basis van elektroluminescentie. Het is een component die licht geeft omdat er stroom door gaat. Dat in tegenstelling tot een gloeilamp: die geeft licht omdat ze opwarmt tot ze gaat gloeien en een buislamp die gebruik maakt van fluorescentie.

Bij traditionele leds is het elektroluminescente materiaal anorganisch. Voor diegenen die tijdens de scheikundeles niet opgelet hebben: organische scheikunde behandelt de koolstofverbindingen en anorganische scheikunde de rest.

OLED staatvoor Organic LED (voluit Organic Light Emitting Diode).Het is met andere woorden een led waarvan het elektroluminescente materiaal organisch van aard is.

Voor een zeer eenvoudige demonstratie van een rudimentaire OLED kijk je even op: YouTube.

Hoe verschillen LED en OLED in gebruik?

Een opvallend verschil tussen een OLED en led heeft te maken met de fabricagemethode. Een led mag je beschouwen als een kleine puntlichtbron. De component moet opgebouwd worden op een halfgeleider kristal en moet uiteindelijk verzaagd en gemonteerd worden.


Een led is een puntlichtbron. Om oppervlaktes te maken moeten we veel leds naast elkaar plaatsen.

Een OLED is eerder een vlakstraler. Het elektroluminescent materiaal kan over grotere oppervlakken aangebracht worden en licht op als er stroom door gaat. Bovendien kunnen we die organische stoffen aanbrengen met technieken die niet mogelijk zijn bij klassieke leds. Zo kunnen sommige types OLEDs zelfs geprint worden, wat een veel goedkoper fabricageproces is. In plaats van een glazen substraat kan men ook op een plastic substraat werken. Zo krijgen we een flexibele OLED.


OLED's zijn vlakstralers. Ze kunnen op een groot oppervlak aangebracht worden en geven een diffuus licht. Dat creëert nieuwe mogelijkheden voor verlichting.

Helaas zijn OLEDs erg gevoelig voor waterdamp. Waterdamp kan de organische materialen beschadigen en zelfs vernietigen. Het is daarom van groot belang dat de OLED perfect afgesloten wordt. Op een glas substraat is dat geen probleem, vermits dat waterdamp perfect tegenhoudt, maar op een plastiek substraat moet daar extra aandacht aan geschonken worden.

OLEDs zijn net zoals gewone leds vrij efficiënt. Elektriciteit wordt met andere woorden zonder overdreven verlies omgezet in licht. Het verschil zit hem in hoeveel stroom we door een (O)LED kunnen sturen zonder nadelige gevolgen voor het materiaal. In dat opzicht moet de OLED nog de duimen leggen voor de led.

Waarom willen we OLED TV?


Dankzij OLED is je volgende televisie nog maar 4 mm dun, maar ook de beeldkwaliteit is alweer een stap beter.

Waarom willen we die OLED-technologie in onze televisies stoppen? Omdat ze veel voordelen heeft uiteraard. OLED-tv's zijn nog nauwelijks 4 mm dun, ze leveren een perfecte kijkhoek, superieur contrast, betere kleuren, zeer snelle reactietijd en dus haarscherpe bewegende beelden, en zijn mogelijk zuiniger dan onze huidige televisie. Bovendien hebben de fabrikanten onmiddellijk voor gebogen schermen gekozen om zo OLED een nog exclusiever uiterlijk te geven. Die curve is voorlopig eerder een design beslissing dan wel een echt voordeel, maar het is een leuke voorbode van wat mogelijk is.

Zo veel voordelen, hoe doen ze dat? De belangrijkste reden: een OLED-scherm is een ‘emissieve' technologie. Elke pixel van het beeldscherm geeft zelf licht. Dit in tegenstelling tot een lcd-scherm zoals in onze huidige led-lcd televisie dat ‘transmissieve' technologie gebruikt. Het licht passeert via een laag die zal bepalen of een pixel aan of uit staat. Hoe belangrijk dat verschil is wordt onmiddellijk duidelijk aan de hand van een schema.


Een schematische voorstelling van de structuur van een lcd-paneel en een OLED paneel.

Links zie je de structuur van een lcd-scherm. Een achtergrondverlichting (BLU of BackLight Unit) zorgt voor het eigenlijke licht. In het geval van ‘klassieke' lcd-schermen bestaat de BLU uit dunne buislampen. In het geval van een led-lcd (zoals onze huidige televisies of moderne monitoren) bestaat de BLU uit led-lampen. Het licht wordt eerst gepolariseerd. Daarna gaat het door de TFT-laag (Thin Film Transistors) en de vloeibare kristal laag (Liquid Crystals). De TFT is de eigenlijke sturing van het scherm en bepaalt hoe het vloeibaar kristal voor elk pixel georiënteerd is. Afhankelijk van de oriëntatie van het kristal verandert de polarisatierichting van het licht zodra het door de vloeibaar kristal laag passeert. Daarna gaat het licht door een kleurfilter en tenslotte bereikt het de laatste polarisatiefilter. Is het licht in de kristal laag van polarisatierichting gewijzigd, dan passeert het door de laatste filter en staat de pixel aan. Is het licht ongewijzigd door de kristal laag gepasseerd dan wordt het gestopt door de tweede polarisatiefilter en staat die pixel dus uit.

Rechts zie je de structuur van een OLED-scherm. Die bevat om te beginnen al geen BLU. Op een glazen substraat wordt een TFT laag aangebracht die elke OLED-pixel aanstuurt. Daarop wordt de OLED laag aangebracht. Elke OLED-pixel produceert zelf licht. Een laatste glaslaag met polarisatiefilter sluit de structuur af. Pixels worden nu rechtstreeks via de TFT-sturing aan of uit gezet.

Met dit schema voor ogen is het makkelijker om de voordelen van OLED te zien.

EDITORS' CHOICE