NIEUWS

Geluid opnemen bij video Deel 2: Recorder en instellingen


Ulco Schuurmans | 11 januari 2015

In de vorige aflevering kwam de microfoon ter sprake als het voorportaal van de goede geluidsregistratie. Het door de microfoon opgepikte audiosignaal gaat via een kabeltje of de hotshoe naar de ingang van de recorder. Deze recorder kan in de camera zitten maar u kunt ook gebruik maken van een losse recorder al of niet in combinatie met een mixerinterface. In dat laatste geval stijgen zowel de geluidskwaliteit als het aantal aansluitingen en regelmogelijkheden aanzienlijk.

Bij het opnemen van geluid door een recorder komen er een viertal belangrijke vragen aan bod.
Vraag 1 is: Welke recorder? Eentje in de camcorder of videofilmende fotocamera zelf of een externe veldrecorder voor audio.
Vraag 2 betreft: Hoe de microfoon(s) aan te sluiten? Rechtstreeks op de ingang van de camera, via een mixerinterface op de camera of rig of aan een losse audioveldrecorder.
Vraag 3 is: Valt het geluid nog bij te regelen? Dit handmatig of automatisch, qua toonhoogte, begrenzing (limiter bij een te sterk volume), ruisfiltering en het onderling mixen van de aangesloten microfoon- of lijnkanalen.
Vraag 4: Hoe en waarop slaan wij de opgenomen geluidsbestanden op? Meestal op een SD(HC)- of ander geheugenkaartje. Ook op tape of een harddisk is nog altijd mogelijk. En welke mate van compressie en opslagformaat geven de beste geluidskwaliteit.

Interne of externe audiorecorder?
Vrijwel elke camcorder en videofilmende fotocamera beschikt wel over een intern elektronisch deel voor het omzetten, corrigeren/bewerken en opslaan van geluid. In het eenvoudigste geval één enkele geluidschip of IC. Bij de meer geavanceerde zit er een beter en complexer geluidsprintpaatje in het toestel.
De nadruk ligt bij zowel de camcorder als de videofilmende fotocamera op een goed beeld en het geluid speelt de tweede viool. Voor doorsnee omgevingsgeluid, spraak en niet al te kritische muziek geen probleem. Echter wel als het geluid echt nauw luistert zoals bij muziekuitvoeringen, zang, theater, interviews en commentaar. In dat geval kunt u beter voor een externe geluidsrecorder kiezen of een aanmerkelijk duurdere camera met een geoptimaliseerd audiodeel. Een ander punt vormt het feit dat de meeste camera’s slechts twee geluidskanalen tegelijk kunnen opnemen. Een beperking bij bijvoorbeeld muziekevenementen en theater waar de videomaker bij voorkeur op vier kanalen (stereo) opneemt. Twee voor de microfoons en twee voor het aansluiten op de audio-installatie van het evenement. Verder kan het voor de montage nuttig en tijdbesparend zijn als u geluidsfragmenten kunt markeren. Makkelijk om te kunnen terugvinden en de goede opnamen (takes) vooraf te selecteren.

Meerdere aansluitingen en ingangen
Voor het aansluiten van geluidsbronnen op de camera of veldrecorder zijn er verschillende mogelijkheden. Er is onderscheid op basis van:
- Het type aansluitbus
- De mate van benodigde voorversterking en/of voeding van de aangesloten geluidsbron
- Het type binnenkomende audiosignaal. Analoog, digitaal of optisch?
- Er zijn zowel inkomende als uitgaande audiosignalen

Bij de aansluitbussen zijn zes typen stekkers belangrijk. Bekend zijn de 3.5 mm minijack en zelfs 2.5 mm stekkertje voor geluid in en microfoon uit. Goedkoop, wijd verbreid en in de praktijk kwetsbaar. De veel robuustere XLR-bus is bedoeld voor professionele microfoons. Hetzelfde geldt ook voor de grote cinch pennen. In een aantal gevallen zijn er combinaties van XLR en cinch. De ronde tulppluggen rood (rechts) en wit (links) zijn in gebruik voor het aansluiten op geluidafspeler en zaalinstallaties. USB (groot of mini) maakt het aansluiten op een pc mogelijk. En als laatste noemen wij de optische connectoren voor digitaal geluid.
Een geheel ander type aansluiting is de intelligente accessoireschoen. Deze hotshoe koppelt een geschikte microfoon automatisch aan en verziet deze veelal ook van stroom.
Afhankelijk van het microfoontype is voorversterking en bij Phantom XLR zelfs een aanvullende voeding nodig. Tulppluggen en minijacks hebben weinig tot geen voorversterking nodig. Toch is het handig als de recorder over een regelbare versterking (gain) beschikt. In de meeste gevallen is het binnenkomend audiosignaal analoog. Een A/D-converter in het geluidsdeel maakt daar een passend digitaal geluidsbestand van.
Let bij het aansluiten van microfoons altijd op het juiste bus/connector-type en of het om een in/uitgang gaat. Voor kritische geluidscontrole tijdens de opname is een goed afsluitende hoofdtelefoon vrijwel onmisbaar.

Mixing en interfacing
Op de meeste videofilmende fotocamera’s en de eenvoudigere camcorders zijn er weinig geluidsaansluitingen voor handen. Meer dan één 3.5 mm of 2.5 mm jackplugje voor mic-ingang zit er veelal niet in. Wie meer en ook andere typen microfoons wil aansluiten is een extra geluidsinterface vereist. Deze audio-interface voorziet in extra connectoren en voert de ontvangen signalen door naar de camera via een uitgaand minijackkabeltje. Let er op dat de schakelaars voor de input in de juiste stand staan: Gewone microfoon, Phantom of de lijn-in voor het aansluiten op de zaalinstallatie. Bevestig de interface op de statiefschroef onderop de camera, in de accessoireschoen of aan een rig. In de meeste gevallen is de aansluitinterface voor geluidsbronnen tevens een mixer. Een soort minimengpaneel waarbij meerdere inkomen met elkaar zijn te mixen. Door aan de regelaars te draaien gaat het volume per audiokanaal harder of zachter.

EDITORS' CHOICE