REVIEWMytek

Review: Mytek Brooklyn DAC+ alleskunner


Jamie Biesemans | 05 mei 2018 | Fotografie Fabrikant | Mytek
Dit artikel werd oorspronkelijk geplaatst op 11 februari 2018

SAMENVATTING

De kracht van de Brooklyn DAC+ zit in de combinatie van vele dingen. Op zoek naar één doos die heel wat verschillende dingen mogelijk maakt, waar je anders meerdere apparaten voor nodig hebt? Dan zit je met de Mytek Brooklyn DAC+ aan het goede adres.

PLUSPUNTEN

  • Prima phono-gedeelte
  • Goede hi-res en MQA-ondersteuning
  • Transparantie, gedetailleerde hoofdtelefoonversterker
  • Bijzonder flexibel en uitgebreid instelbaar

MINPUNTEN

  • Hogere prijsklasse
  • Zeer directe klankkarakter
  • Gebalanceerd koptelefoon aansluiten vereist bijzondere kabel

Puristen die graag zo weinig mogelijk onderdelen in hun DAC’s en versterkers willen, begin maar weg te rennen. De Mytek Brooklyn DAC+ zit propvol functies en mogelijkheden, tot op een phono-preamp toe. In feite is er maar weinig dat dit toestel niet kan.

Mytek Brooklyn DAC+

Je hebt van die clichés in de hifi-journalistiek. Zo wordt een toestel met iets meer functionaliteit dan de norm al gauw een Zwitsers zakmes van de audio genoemd. Omdat clichés natuurlijk heel irritant zijn en absoluut te vermijden, is het des te irritanter als je dan geconfronteerd wordt met een testtoestel dat eigenlijk wel echt – sorry, hier komt ie – even veelzijdig is als een Zwitsers zakmes. Wat moet je anders zeggen van een apparaat dat a) een DAC is, b) een phono pre-amp, c) een hoofdtelefoonversterker én d) een digitale voorversterker?

Snel opgevolgd

In deze test kijken we naar de Mytek Brooklyn DAC+. En neen, deze review heeft u nog niet gelezen. Het klopt dat we nog niet zo lang geleden een recensie publiceerden van de Mytek Brooklyn DAC. De DAC+ die we hier bekijken mag je beschouwen als de directe opvolger van dat apparaat, een nazaat die ook behoorlijk snel op de markt is verschenen. Op het eerste zicht zijn er niet zoveel verschillen tussen de uitgerangeerde en nieuwe Brooklyn DAC. Zeker niet aan de buitenkant, want je moet al goed kijken om een onderscheid te kunnen maken tussen de DAC en DAC+. Intern zijn er echter wél aanpassingen te bespeuren, onder meer qua DAC-chip. “Het is geen enorme verbetering, maar wel een merkbare”, zegt Mytek zelf. Het mooie is dat we zowel de oude als de nieuwe Brooklyn naast elkaar konden plaatsen. Benieuwd of het verschil echt te horen is!

Samen met de Brooklyn DAC+ verscheen er de Brooklyn AMP. Normaal zouden we beiden samen testen, omdat de combinatie door Mytek wordt gepresenteerd als een mooi totaaloplossing. Helaas was de AMP nog niet beschikbaar voor deze test. De Mytek-versterker is echter onderweg en zal op een latere datum aan bod komen. De combinatie lijkt ons zeer de moeite waard. In feite ontbreekt er dan maar één ding: een streamer. Totdat Mytek eventueel zoiets uitbrengt, kun je aan de slag met een apparaat als een Auralic Aries of een Raspberry Pi met Volumio.

Drie letters, begint met ‘M’

Er is best wat te doen geweest rond de Mytek Brooklyn DAC, en dat heeft natuurlijk te maken met de drie magische / controversiële letters (schrappen wat niet past) M, Q en A. De Brooklyn was namelijk één van de eerste min of meer bereikbare toestellen die uitgerust werd met een volwaardige MQA-hardwaredecoder, waardoor je hem onder meer kunt gebruiken om Tidal Masters op volle kwaliteit af te spelen.

Of MQA-ondersteuning voor jou de reden is om naar de winkel te hollen en snel de Brooklyn te kopen, hangt natuurlijk van jouw interesse in dit formaat af. Zonder alles over MQA opnieuw uit de doeken te doen: het is niet zozeer een formaat zoals MP3 of FLAC dat zijn, maar een manier om hi-res muziek te comprimeren binnen een bestaande formaat. Het gevolg is dat je een FLAC-bestand kunt krijgen die op niet-MQA-apparatuur afspeelt op cd-kwaliteit en bij een speler die dat wèl heeft in hi-res.

Het staat ook voor een zekere controle op de opname en distributie van muziek, wat een garantie zou bieden dat de hi-resversie die je hoort ook werkelijk de versie is die de artiest beoogde. Er zijn zowel voor- als tegenstanders te vinden, die naar goede hifi-traditie elkaar rauw lusten. Omdat de mensen achter MQA (onder andere Bob Stuart en andere lieden van Meridian) echter niet alle technische details vrijgeven over hoe het werkt, is het zeer moeilijk te zeggen of het voor- dan wel nadelig is. We gaan de discussie hier niet voeren, vooral omdat het simpelweg één van de features is op de Brooklyn DAC+. De sterke focus op MQA bij de Brooklyn vonden we eerlijk gezegd zelfs een beetje spijtig. Het zorgde er namelijk voor dat er te weinig aandacht was voor de andere kwaliteiten van dit Zwitsers… neen, van dit toestel.

Pro, maar ook voor u

De Brooklyn DAC+ is opnieuw een forse poging van Mytek om consumenten te verleiden. De oorsprong van het merk is immers eerder te situeren in de studiowereld, waar het al meer dan 20 jaar een naam heeft ontwikkeld met gewaardeerde DAC’s. Er zijn nog zo studiomerken – SPL en RME bijvoorbeeld – die na een tijdje beginnen te lonken naar het grote publiek. Meestal doen ze dat als blijkt dat een bepaalde studiotoestel toch de weg vindt naar enthousiastelingen. Na een tijdje wordt dan besloten om iets meer gericht op de hifi-markt te creëren, meestal zonder de functies die enkel studiolui interesseren. De Brooklyn DAC+ is er zo één, al blijft Mytek het apparaat tegelijkertijd ook positioneren naar pro-klanten.

In muziekstudio’s is een mooi snoetje of een slank design niet zo belangrijk, thuis wel. De Brooklyn DAC+ ziet er gelukkig prima uit, zowel met het zwarte als zilvergrijze voorpaneel. Er is een soort honinggraatpatroon in reliëf aangebracht, waar het licht op kan spelen om het toestel echt wel iets bijzonder te geven. Opvallen doe hij sowieso met het lichtgevende M-logo. Omdat Mytek schijnbaar vindt dat je echt alles moet kunnen configureren, kun je de kleur en de helderheid van dit logo naar smaak aanpassen.

Belangrijker is dat de Brooklyn DAC+ een goede formaat heeft voor bureaugebruik. Zeker als je weet wat het ding allemaal doet, spreek je toch over een compact design. Het is vooral niet erg diep, in tegenstelling tot veel andere hoofdtelefoonversterkers, wat het handig maakt als je hem met een computer als bron gebruikt.

De vele aansluitingen op de achterkant verraden de professionele roots van de Brooklyn DAC+. Je vindt naast twee coaxiale S/PDIF-ingangen (ook bruikbaar in dubbele inputconfiguratie) en een optische ingang eveneens een digitale AES XLR-input en een duo WCK BNC-connectoren (in en uit). De analoge cinch-ingang dient voor alle analoge bronnen, incluis een draaitafel. Dat vinden we best bijzonder.

Mytek stelt dat de Brooklyn DAC+ primair bedoeld is als USB-DAC, maar het is met de vele aansluitingen duidelijk dat je er niet per se een computer moet bijhalen. Het is wel interessant als je dat doet, want de Brooklyn DAC+ heeft een vrij unieke eigenschap: de USB-aansluiting is niet enkel een ingang, maar eveneens een uitgang. Je kunt de audio van een aangesloten bron (zoals een draaitafel) ook terug naar de pc of Mac sturen. Het is niet iets dat een doorsnee consument zal doen, maar het is een mooi extra. Misschien kun je het wel eens gebruiken om een plaat te digitaliseren of als DJ/muzikant om samples te creëren.

Speakers of hoofdtelefoons

Er zijn ook aardig wat uitgangen voorzien op dit ding. Niet vreemd, daar je de Brooklyn DAC+ zowel kan gebruiken als hoofdtelefoonversterker en als voorversterker die naar een eindtrap met luidsprekers gaat. We gaan het nog hebben over de vele instellingen van de DAC+, maar verklappen alvast dat je kunt schakelen tussen speaker en hoofdtelefoonmodus of beide gelijktijdig kunt activeren.

Analoge bronnen sluit je aan via een cinchpaar of gebalanceerd door middel van twee XLR-kabels. Voor hoofdtelefoons zijn er twee 6,3 inch uitgangen aan de voorkant voorzien. Het duo zijn volledig identiek, zodat je twee hoofdtelefoons tegelijkertijd kunt aansluiten. Helaas is er geen onafhankelijke volumeregeling per uitgang voorzien, dat zou nog handig zijn om verschillende koptelefoonmodellen gelijk af te regelen. Hoofdtelefoonliefhebbers die twee uitgangen zien denken vast en zeker ‘gebalanceerd aansluiten’. Dat is mogelijk met de Brooklyn DAC+, maar vereist wel een minder conventionele verloopkabel. Als je een koptelefoon hebt met een gebalanceerde kabel die eindigt in twee 6,3 mm jacks, dan zal die waarschijnlijk niet zomaar werken. Met een beetje knutselen maak je voor een tientje wel een verloopstuk (de nodige informatie vind je hier) of je koopt een officiële Metropolis-adapter voor 159 euro bij Mytek zelf.

De hoofdtelefoonversterker in de Brooklyn DAC+ heeft een vermogen van 6 watt en kan tot 500 mA leveren. Dat is meer dan voldoende om ongeveer elke hoofdtelefoon op de planeet aan te sturen. We sloten ook even een zeer gevoelige IEM aan om de zuiverheid van de uitgang te checken; voor ons klonk het aan het hoogste volume nog altijd helemaal ruisvrij.

Bijzondere bediening

Een nieuwigheid bij de DAC+ is dat Mytek een remote meelevert. Om exact te zijn: een Apple-afstandsbediening. Aangezien deze mooi is afgewerkt in aluminium en gewoon goed werkt, vinden we dat prima. Je kunt ook een ander kastje gebruiken, zolang die het Philips RC5-schema ondersteunt.

Dit toestel heeft echter heel wat gevorderde instellingen en daarvoor is de remote niet zo geschikt. Je kunt bij Mytek een app voor de computer downloaden (macOS en Windows) waarmee je de DAC+ volledig instelt. De app is nog wel handig en ook nuttig om firmware-updates te installeren, al bleek het op onze iMac enkel goed te werken als we het programmavenster schermbreed maakte.

Bij het experimenteren met instellingen ga je wellicht toch eerder via de DAC+ zelf gaan. Aan de bediening zal je wel even moeten wennen. Alles speelt zich af via een behoorlijk scherp schermpje in het midden van de DAC+. De resolutie is hoog, maar er verschijnt ook wel wat informatie op. Dat valt aanvankelijk niet op omdat er standaard slechts het volumeniveau en de bronnaam of digitale kwaliteit van de stroom wordt getoond. Druk je op de volumeknop, dan kom je pas bij een rijker scherm terecht. De bovenste helft wordt ingenomen door twee level-indicatoren, met piek- en gemiddelde volumewaarden rechts – informatie die in de studio wel eens handig kan zijn. Er is ook een MQA-icoontje dat oplicht als je luistert naar een gepaste stream.

De onderste helft van het scherm toont vier van de 25 instellingen. Om een bepaalde instelling te selecteren, druk je op de juiste van vier knoppen. Twee staan links van het scherm, twee rechts. Om de geselecteerde functie te veranderen draai je aan de volumeknop. Nogmaals drukken bevestigt je keuze. Wil je naar instelling die niet op het scherm staat, dan gebruik je weer de volumeknop. Het klinkt misschien vreselijk ingewikkeld, maar het valt wel mee. Het enige waar we soms mee sukkelden is dat je niet snel aan de bronselectie of de mute-optie kunt raken.

Bij de instellingen vind je verrassend veel opties, de meesten zijn echter de soort zaken die je wellicht maar één keer zal veranderen. Denk dan aan het coax-functie, het toestaan van volumeregeling via USB en of je wil werken met de interne (incluis het uitsturen van een kloksignaal voor een ander apparaat) dan wel een externe klok.

Je kunt ook MQA-verwerking in- en uitschakelen. Zet je de decoder uit, dan komen er extra opties tevoorschijn. Een opmerkelijke optie is dat je kunt schakelen tussen een digitale en een analoge volumeregeling, naargelang wat je beter vindt klinken.

Mytek Brooklyn DAC+: Veelzijdigheid troef

We hebben de Brooklyn DAC+ voor de test gekoppeld aan een iMac waarop Roon en de Tidal-app draaiden. We sloten eveneens de ELAC Miracord 90-draaitafel aan, om naar die phono-trap te luisteren. Zoals gezegd hielden we ook de oude Brooklyn DAC in de buurt, om af en toe te vergelijken. Qua hoofdtelefoons gebruikten we de Audioquest NightOwl, de pas verschenen Sennheiser IE800S en de Focal Elear.

Dat de phono-voorversterker in de oorspronkelijke Brooklyn de moeite was, wisten we al. We hebben hem meermaals ingezet als voorversterker als we een versterker zonder toegewijde phono-ingang op bezoek hadden, zoals recent de Hegel H190.

De aanwezigheid van een phono-preamp in de DAC+ vinden we sowieso al een straf gegeven. Het is niet een optie die op veel DAC/hoofdtelefoonversterkers aanwezig is, terwijl er toch wel wat koptelefoonliefhebbers zijn die graag naar vinyl luisteren. Het mooie aan de Brooklyn DAC+ is dat je probleemloos een draaitafel kunt toevoegen aan je hoofdtelefoonsysteem zonder daar bijkomende apparaten bij te betrekken. Leuk als je in de woonkamer naar koptelefoons luistert en het minimalistisch wil houden. De pre-amp is overigens geschikt voor MM- en MC-cartridges.

Eerlijk gezegd testen we doorgaans geen phono-preamps, dus we aarzelen wel om een groot waardeoordeel te vellen over dit gedeelte van de Brooklyn DAC+. Als we het echter vergelijken met de ingebouwde phono-stage op de Devialet Expert Pro 200, dan vinden we de Mytek naar ons gevoel toch wel heel goed presteren. Devialet komt nog iets beter uit de hoek, onder meer bij het beluisteren van Radiohead, ‘A Moon Shaped Pool’, wat wellicht te maken heeft met de grote instelbaarheid (tot op het niveau van cartridgemerk en –type) bij deze high-end versterker. De Devialet kost natuurlijk ook wel viermaal zoveel.

De DAC+ is uitgerust met de ESS Sabre 9028 Pro, waar de vorige de 9018 gebruikte. Hierdoor kan de Mytek nagenoeg alle hi-res verwerken, tot 32-bit / 384 kHz PCM en 256 DSD. Ligt het aan die stap (volgens ons toch eerder van minieme invloed) of aan de verbeterde hoofdtelefoonversterker, maar bij het beluisteren van de DAC en DAC+ komt de nieuwe Brooklyn iets minder analytischer en minder kil over. Dat trof ons bijvoorbeeld als we de track ‘Tempelhof’ op het Tohu Bohu-album van Rone horen op de Elear. Het is geen enorm verschil – zeker niet het upgraden waard, wat ons betreft – maar wel een aangename verbetering.

Brooklyn DAC+ voert transparantie hoog in het vaandel, en dat is zowel een goede als een slechte zaak. Neem nu de NightOwl: dat is een vrij goede gesloten hoofdtelefoon die behoorlijk laid-back overkomt (maar wel vinniger dan de NightHawk), waardoor hij bijvoorbeeld met de Chord Hugo 2 net te sloom wordt. De eerlijkheid van DAC+ laat de AudioQuest-hoofdtelefoon beter tot zijn recht komen, door er weinig aan toe te voegen. Er zijn natuurlijk mensen die een voorkeur geven aan een licht verbloemende klank. We denken bijvoorbeeld dat de combinatie Grado-Brooklyn niet zo zou bevallen.

Mytek Brooklyn DAC+: Conclusie

De Brooklyn DAC+ laat zich niet vangen in één woord. De veelzijdigheid van dit toestel gekoppeld aan de MQA-ondersteuning maakt het vrij uniek op de markt. Het zomaar vergelijken met een andere DAC/hoofdtelefoonversterker kan niet zomaar, omdat het dingen kan die anderen niet kunnen. Omgekeerd is ook waar: de DAC+ bezit bijvoorbeeld niet een crossfeed-instelling of allerlei filters. Dat past weer bij de studioachtergrond van Mytek. Een juiste en correcte weergave staat voorop.

Zoek je ‘gewoon’ een DAC of een hoofdtelefoonversterker, dan kan de Brooklyn DAC+ mogelijk wat overkill zijn. De kracht zit in de combinatie van vele dingen.  Ben je iemand die één doos zoekt die heel wat verschillende dingen mogelijk maakt waar je anders meerdere apparaten voor nodig hebt, dan zit je met de Mytek Brooklyn DAC+ aan het goede adres. Het mooie daarbij? Je keuze voor een compacte oplossing betekent niet dat je compromissen moet aanvaarden op vlak van klankkwaliteit.

Mytek Brooklyn DAC+
€ 2.195 | www.mytekdigital.com
Beoordeling 4,5 op 5

EDITORS' CHOICE