REVIEWDALI

Review: Dali Callisto 6 C - Een nieuwe richting


Jamie Biesemans | 11 augustus 2018 | Fotografie Fabrikant | DALI
Dit artikel werd oorspronkelijk geplaatst op 06 mei 2018

SAMENVATTING

De Callisto 6 C is zowel visueel als qua klank helemaal Dali – en dat is zeker geen klacht. We vinden het Callisto-verhaal het sterkst als je de speakers combineert met een Hub en de BluOS-module. Die keuze stuwt de totaalprijs wel fors omhoog.

PLUSPUNTEN

  • Bredere uitstraling en diep fundament
  • Interieurvriendelijk opstellen is kinderspel
  • Toekomstgericht systeem
  • Waar voor geld
  • Gebruiksgemak is top (Sound Hub & NMP-1)
  • Onderdeel Bluesound-universum (Sound Hub & NMP-1)

MINPUNTEN

  • Totaalpakket zit in hogere prijsklasse
  • Niet de spannendste fineerafwerking
  • Wijds maar logischerwijze niet hyperaccuraat
  • Geen phono-ingang (Sound Hub)

Met de Callisto 6 betreedt Dali (min of meer) een nieuw segment: die van de actieve, draadloze speakers. Maar wel met de hifi-kwaliteit die we van de Denen gewoon zijn.

Dali Callisto

De toekomst van hifi is – volgens steeds meer mensen in de industrie – dit: je gooit alle losse audiotoestellen buiten en je vervangt ze door twee luidsprekers. Twee actieve luidsprekers welteverstaan, die bovendien uitgerust zijn met streaming. Een hele stapel apparaten en kabels verdwijnt en in de plaats heb je iets dat even goed als voorheen klinkt. Een variant op dit toekomstbeeld is dat het niet gaat over audiofielen die hun losse componenten opgeven, maar dat speakers als Callisto een publiek aanspreekt dat nog nooit in hun leven een geïntegreerde versterker en losse speakers heeft gekocht. Klinkt dat aannemelijk? Steeds meer merken denken van wel, en daar hoort sinds kort Dali ook bij. Ze stelden vorig jaar al de Callisto-speakers voor, maar nu pas bereiken ze de winkel - en onze testruimte.

Als we spreken over actieve speakers met streaming van een merk als Dali, hebben we het niet over compacte toestellen zoals die van Sonos, maar wel over ‘echte’ hifi-luidsprekers waarbij alle elektronica ingebouwd is. Callisto is niet de eerste op dit vlak. Dynaudio doet het al langer en vernieuwde recent zijn Xeo-lijn. Maar het was vooral KEF die vorig jaar met de LS50 Wireless aantoonde dat er echt wel een groot publiek is voor een manier om in hogere kwaliteit naar muziek te luisteren, maar dan zonder het gedoe met losse componenten en kabels.

Het is op die trend dat de nieuwe Callisto-lijn van Dali inpikt. ‘Lijn’ is voorlopig wel een ambitieus woord, want er zijn op dit moment nog maar twee Callisto-speakers. De Callisto 2 C is een grotere boekenplankspeaker, de Callisto 6 C die we hier bekijken is een vloerstaander. Maar met twee modellen raak je al heel ver, vooral als je ook consumenten wil aanspreken die dankzij een overaanbod speakermodellen hifi ingewikkeld vinden.

Dali Callisto: Verschillende scenario’s mogelijk

Het is niet de eerste keer dat Dali zich waagt aan actieve speakers (dus met ingebouwde versterking), maar er is wel een grondig verschil met wat vooraf ging. Dali bouwde een platform – een vreselijk woord, maar hier wel toepasselijk – dat veel flexibeler is dan eerst lijkt.

We zeiden al dat Callisto bestond uit twee luidsprekermodellen. Maar er is nog een derde Callisto-product: de Sound Hub. Het is apart te koop en heb je strikt gezien niet nodig, maar we denken wel dat de meeste Callisto-kopers er voor zullen gaan. Waarom? Als je besluit enkel twee Callisto’s te plaatsen en geen Hub, dan gebruik je de speakers puur als actieve speakers. Je legt dan een kabel vanaf een voorversterker (of via een pre-out op een geïntegreerde versterker) naar elke speaker. Externe bronnen en streaming moet dan door die versterker worden afgehandeld. Misschien dat je dit wil doen als je aan een pc of mixingdesk near-field wil luisteren, met een set Callisto 2 C’s gevoed door een DAC/voorversterker.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de KEF LS50 Wireless bevindt er zich dus geen uitgebreide selectie aansluitingen achter één van de Callisto-speakers. Dit is waar de Sound Hub in beeld komt. Dali koos er voor om het streaminggedeelte en aansluitingen voor externe bronnen onder te brengen in een aparte toestel. Dankzij de analoge en digitale ingangen kun je diverse apparaten aansluiten. Een cd-speler bijvoorbeeld, maar ook je tv, via een optische kabel. Een set Callisto’s in huis halen betekent dus niet per se afscheid nemen van je geliefde schijfjesdraaier. De Hub heeft de grootte van een kleine schoenendoos en verbindt draadloos met de Callisto’s. Hoewel het een kleine ronde display met volumeaanduiding bezit en dus gerust zichtbaar mag zijn, kan je het probleemloos wegstoppen in een meubel. Het is vrij netjes afgewerkt, dus pijn aan de ogen doet het niet. De mooie, meegeleverde remote gebruikt Bluetooth, dus die blijft werken als de Hub is weggestopt. Bluetooth kun je trouwens eveneens gebruiken om muziek naar de Hub te streamen, zelfs via de behoorlijke goede aptX-codec die meer en meer Android-telefoons aan boord hebben. iPhone-liefhebbers moeten het doen met AAC, maar zo slecht is dat ook niet.

Toch een goed idee

De beslissing om een aparte Hub te gebruiken en dus een derde apparaat toe te voegen aan het verhaal, leek ons aanvankelijk een foute keuze. Waarom niet alles in de speaker verwerken? Maar achteraf gezien is het een zeer goede zet van Dali – en dat op verschillende vlakken. Dankzij de Sound Hub heeft elke Callisto-speaker enkel een stroomdraad nodig. Dat is heel wat netter dan rivaliserende actieve speakers waar ook netwerkkabels en kabels van bronapparaten naartoe lopen. De twee Callisto’s krijgen elk hun signaal van de Hub; er loopt dus geen kabel van het ene naar het andere. Overigens communiceren de Hub en Callisto-speakers niet over WiFi met elkaar, maar over het lossless KleerNet-protocol dat (voornamelijk) op 5,8 GHz opereert. Je krijgt dus geen enorm bereik, maar wel een stabiele verbinding.

Bovendien maakt de Hub de Callisto-speakers toekomstbestendiger. Als er over een paar jaar iets fundamenteel verandert, dan zou je in principe met een nieuwe Hub je oude speakers kunnen blijven gebruiken. Voorlopig is dat theorie, maar Dali zegt wel dat dit mogelijk is. Maar je hoeft de Sound Hub niet volledig te vervangen voor nieuwe mogelijkheden, want het bezit twee sleuven waarin je een kaartje met nieuwe functies kunt schuiven. Voor wie NAD kent – niet toevallig ook verdeeld door Dali Benelux – zal dit vertrouwd overkomen. Wat kan met Callisto lijkt inderdaad sterk op de MDC-kaartjes van de Canadese elektronicabouwer. Maar vooraleer je naar de winkel holt: de MDC-modules van NAD zijn niet compatibel met Callisto.

Op dit moment is er maar één uitbreidingskaart voor Callisto, de NMP-1 met BluOS. Die koop je apart – en zouden we ten zeerste aanraden (zie verder). De Hub heeft nog plaats voor een tweede. Wat brengt de toekomst? Daarover lost Dali officieel weinig. We hebben echter al meermaals opgevangen dat de technologie veel meer dan twee speakers kan aansturen. Als er dan ooit een kaartje opduikt met een paar HDMI-ingangen, zoals reeds beschikbaar is voor het MDC-platform… We laten het aan de lezer over om in te beelden wat dan mogelijk is.

Zwart of wit

De Callisto 2 C en Callisto 6 C zijn beschikbaar in zwart of wit. Qua design vinden we toch nog iets anders dan de passieve luidsprekers van Dali. De 6 C is zeker geen minimalistische vloerstaander, de zwarte versie oogt met zijn matte houtfineer zelfs vrij massief. Het zijn ook geen lichte dingen. Wat wil je: in elke luidspreker steekt er een versterker. Over de afwerking hebben we gemengde gevoelens. Niet vanwege de bouwkwaliteit, want dat zit wel goed. De matte fineer ziet er gewoon wat alledaags uit. Misschien houden we persoonlijk gewoon van meer extraverte designs, dat zou kunnen, maar een glanslak zoals bij Rubicon had hier ook wel mooi geweest. Dat zou, antwoordt Dali hier vast op, de prijs nog hoger hebben gestuwd. Nog een klein mopperpunt: de frontjes mochten magnetisch bevestigd worden. Een normaal mens zit niet constant die luidsprekerrooster aan te brengen en te verwijderen, maar sommigen doen dat wel. En dan is een rooster met magneten gewoon veel praktischer.

Om het van de andere kant te bekijken: als je de Callisto 6 C van dichtbij bekijkt, zie zaken die helemaal het premium-etiket waard zijn. Zoals de volumeregelaar. Elke Callisto 6 C heeft bovenaan een volumeregeling. Zie je hem op de foto? Neen? Dat komt omdat het volledig onzichtbaar is. Je veeg met de vinger vooraan over de bovenrand om de Callisto 6 C stiller of luider te zetten. De regeling is in elke Callisto aanwezig, niet – zoals bij sommige rivalen als de LS50 Wireless – enkel aan één zijde. Als je het volume verandert met de remote, app of door te vegen, dan zie je meteen visueel het effect. Elke Callisto 6 C heeft vooraan een rij witte leds. Tijdens het veranderen lichten ze allemaal tot het volumepunt op, daarna doven ze allemaal behalve het ledje dat de volumeniveau aangeeft. Het is subtiel en zeer goed gedaan. Ook de Sound Hub met zijn glazen bovenkant en de bijhorende remote uit metaal komen best kostbaar over.

Installeren op enkele minuten

Dali deponeerde bij ons de volledige ervaring: een paar Callisto 6 C’s, een Sound Hub en de bijhorende NMP-1 BluOS-module. De installatie was waanzinnig gemakkelijk – en je moet uiteraard niet met een stapel kabels worstelen, dat spreekt. Het koppelen van de speakers met de hub vroeg niet veel meer dan een paar knopjes indrukken en dan achteraan een luidspreker eveneens een toets een duw te geven. De speaker speelt dan een geluid af, waarna je op een kleine display aangeeft waar het gepositioneerd is in kamer. Zo identificeer je welke speaker links en rechts is. Gewoon terloops: deze display is voorzien op veel meer posities dan deze twee… Deze procedure herhaal je met de tweede Callisto, waarna je een finale keer op de Hub een knop indruk. En dan ben je klaar, tenzij je de NMP-1-module met BluOS hebt aangebracht.

Voor de BluOS-functionaliteit heb je een netwerkverbinding nodig. We sloten een ethernetkabel aan, maar draadloos via WiFi kan ook. De Bluesound-app helpt je sowieso op weg om dit te doen. In deze app (en via de browser, als je wenst) kun je dan een bescheiden aantal opties instellen. Sinds kort is er een Bluesound-app voor Windows 10 en macOS beschikbaar, wat een beetje een ontbrekend puzzelstukje was in het Bluesound-verhaal. De Mac-versie hebben we uitgebreid gebruikt tijdens onze test. Eerlijk gezegd is de desktopversie qua ervaring heel gelijkaardig aan de mobiele apps die we reeds kennen. Wel een opvallende detailverschil: als je de Sound Hub selecteert in de app, dan wordt het Bluesound-logo snel vervangen door het logo en slogan van Dali.

Bluesound en multiroom

De reden waarom we de NMP-1 altijd zouden aanraden, is dat deze module zoveel meer mogelijkheden aan Callisto schenkt. Om te beginnen kun je dan nagenoeg alle eigen muziekbestanden afspelen, incluis hi-res PCM tot 24 bit / 192 kHz. In onze formatentest speelde Callisto de meeste van onze testbestanden af, incluis het meer obscure hi-res AIFF en WMA Lossless. We ervoeren een gek fenomeen met MQA-testbestanden die anders perfect afspelen via Bluesound: er begon altijd een andere track te spelen. Vermoedelijk ging er iets mis met de communicatie tussen de BluOS-speler en MinimServer, een typisch probleem met DLNA.

Het Bluesound-platform werkt goed samen met de belangrijkste streamingdiensten: Spotify (via de eigen Spotify-app), Deezer, Qobuz, Tidal en nog een aantal minder relevante diensten. Via TuneIn heb je toegang tot meer internetradiostations dan je mogelijk acht.

Wat Bluesound vooral brengt is een universum aan toestellen die je kunt combineren met Callisto. Ok, misschien wil je jouw woning niet volstouwen met audioapparaten. Maar als je wel multiroom wil streamen, dan kun je voor de keuken, eetkamer, slaapkamers, luisterruimtes en thuisbioscopen kiezen uit apparaten van Bluesound (zoals draadloze speakers en de handige Powernode die interessant is voor inbouwspeakers) én van NAD. NAD heeft zowel hifi-toestellen als AV-receivers die samenwerken met Bluesound in huis, naast producten voor de installatiemarkt. Het is dus een mooie troef voor Callisto dat ze daarin kunnen meegaan – en ook voor Bluesound is Callisto een mooie verrijking. Het maakt Bluesound net weer diverser dan andere multiroom-concurrenten, terwijl ook de rivalen van de Callisto’s door de integratie onderdoen qua mogelijkheden. We herhalen het wel even opnieuw: dit alles veronderstelt wel dat je ook opteert om de Sound Hub en de NMP-1 aan te schaffen. Dat duwt het prijskaartje wel een stuk hoger.

Er zijn nog een paar voordelen die relevant zijn voor een deel van het audiofiele publiek. Met de BluOS-module wordt de Callisto 6 C ook Roon-compatibel. Door de update naar Roon 1.5 wordt de Sound Hub weliswaar als ‘niet-gecertifieerd’ in Roon aangeven, maar het werkt puik. Bluesound ondersteunt ook MQA, mocht je dat belangrijk vinden, al waren het net MQA-bestanden die tijdens onze test voor problemen zorgden.

Spelen met muziek 

Er stond heel lang een set Dali Rubicon 6-speakers in onze testruimte als vaste testspeakers en tegenwoordig bestaat onze vaste surroundopstelling uit en mix van Rubicon LCR/Vokal en Opticon LCR. Aan de start van de test hadden we dus al een sterk vermoeden dat de klank van de Callisto’s vertrouwd zou overkomen. Dali stelt zelf dat qua drivers de Callisto’s ergens tussen Opticon en Rubicon gesitueerd zijn,

Een herkenbaar kenmerk is de combinatie van een dome- en een linttweeter. Dali past dat graag toe, zeker bij zijn betere luidsprekerlijnen. Al is het woord ‘herkenbaar’ hier wat minder op zijn plaats. Bij Rubicon en Opticon zitten de twee tweetertypes samen in één vlak, bij Callisto worden ze gescheiden gepresenteerd. De ribbontweeter, die eerder zeer zichtbaar werd gemonteerd, zit nu achter een donker gaasje, terwijl rond de dometweeter een opvallende geribbelde krans is aangebracht.

In veel marketingfoto’s van speakers staan speakers mooi gelijk met de muur opgesteld. Dat vinden veel mensen nu eenmaal netter. In de praktijk moet je echter de meeste luidsprekers indraaien voor de beste klank. Niet zo bij Dali, die al jaren speakers maakt die wel parallel met de muur mogen staan. Uiteraard geldt dit ook voor Callisto. Net zoals Rubicon en Opticon zijn ze gekenmerkt door een brede uitstraling, waardoor je geen grote verschillen opmerkt in beeldvorming als je niet recht voor de speakers zit. Of anders gezegd: als je met heel het gezin op de bank zit, dan hoor je allemaal hetzelfde. De Callisto 6C is geen speaker die als een laserstraal muziek uitstraalt zodat je enkel op die ene vierkante centimeter echt hoog detail ervaart. De keerzijde is dat je misschien een tikje positionering van instrumenten verliest, maar dat lijkt ons een prijs die de moeite waard is om te betalen.

Het Dali-geluid waar de Callisto 6C mee uitpakt, zouden we graag omschrijven als ‘cosy’. Het is omhullend en groots, met veel detail en warmte. Het geeft een album als de geweldige hommage die ‘Johnny Cash: Forever Words’ is heerlijk weer, zeker als je het volume net iets hoger doet. Zanger Chris Cornell, die ons net een jaar geleden verliet, is op dit album nog te horen in een pakkende versie van ‘You Really Knew My Mind’. Hij is weg, maar zijn stem weet de Callisto 6C zeer levensecht te brengen. De Dali’s maken ook best veel indruk bij Paul Kalkbrenner-remix van Cohens ‘You Want It Darker’. De Sound Hub geeft niveau 19 aan en het klinkt helemaal meeslepend. De onderliggende beats brengt de Callisto 6C vrij snedig en diep (met een subwoofer wordt het helemaal te gek), terwijl je de grint die ouderdom in Leonard Cohens stem heeft aangebracht helemaal voelt. Als we weelderig van geluidseffecten voorziene ‘The Ballad of Bill Hubbard’ van Rogers Waters afspelen, dan klinkt het zeker ook niet slecht. We hebben deze track ooit bij Dali op een set Epicons gehoord en we kennen het ook goed op onze eigen Focal Sopra N°2’s. In beide gevallen werd dit complex geluidsschilderij opener en preciezer afgespeeld dan via de Callisto 6C, maar je spreekt dan wel over speakers die meer audofiel getuned zijn. De Callisto is universeler, net zoals de Opticon, waardoor een popalbum als ‘My Dear Melancholy’ van The Weeknd dan weer aanhoorbaar wordt.

We hebben vooral via de Bluesound-app muziek afgespeeld. Dat platform zit inmiddels prima in elkaar, zowel qua mogelijkheden maar ook qua bedieningsgemak. Vroeger zat Bluesound qua bediening achter op Sonos, maar door de recente halfbakken restyling van de Sonos-app en verbeteringen aan de kant van Bluesound is er geen sprake meer van een kloof. Enkel de Universele Search van Sonos missen we nog.

De desktop-app deed bij ons af en toe nukkig door in het ‘Now Playing’-scherm niet altijd de laatste track te tonen, maar dat is ook ongeveer het enige dat te melden valt. Eén aspect dat we heel handig vinden aan de Bluesound-app is dat je favorieten en afspeellijsten van alle streamingdiensten en lokaal op één plek verzameld zijn. Als je maar één abonnement hebt maakt het niet zoveel uit, maar wij gebruiken Tidal en Qobuz naast elkaar. Dan is het prettig dat je favoriete albums bij beide diensten op één scherm ziet.

Conclusie

Je kunt de Callisto 6 C zo in je woonkamer plaatsen, zonder dat iemand zal doorhebben dat het geen passieve luidsprekers zijn. Zowel visueel als qua klank zijn ze helemaal Dali – en dat is zeker geen klacht. We vinden het Callisto-verhaal het sterkst als je de speakers combineert met een Hub en de BluOS-module. Die keuze stuwt de totaalprijs wel fors omhoog. We hopen stilletjes dat de NMP-1-module ooit gewoon standaard wordt. Het Bluesound-platform is zo goed dat Callisto daardoor dubbel zo goed wordt.

En je hebt dan wel een mooi systeem dat klinkt op het niveau van een systeem 3.000-4.000 euro én dat zo goed als alles kan. Bovendien bezit je eveneens in de woonkamer een uitstekende audio-oplossing die je kunt combineren met Bluesound-speakers in andere kamers. Het is een mooi huwelijk tussen design, streaming, multiroom en hifi.

Dali Callisto 6 C
€ 1799 euro/stuk | www.dali-loudspeakers.com
Beoordeling 4,5 op 5

Dali Hub
€ 699 euro | www.dali-loudspeakers.com 
Beoordeling 4,5 op 5

Dali NP-M1 (met BluOS)
€ 499 euro | www.dali-loudspeakers.com
Beoordeling 5 op 5

MERK

EDITORS' CHOICE