COLUMN

Te goed voor het geld (4): de Musical Fidelity A1

Rudy van Stratum | 20 november 2001

Ergens in 1986 heb ik dat versterkertje voor het eerst gehoord en vrij snel daarna ook gekocht: de veel te heet wordende Musical Fidelity A1 met zijn geribbelde en karakteristieke bovenplaat. Prijs was toen f 1175,-, niet weinig voor mijn beurs in die tijd. Voor f 500,- had je ook al een aardig klinkend versterkertje van NAD of Rotel. En er kwam krap 20 Watt per kanaal uit. Tijdens een demonstratie bij Audio Home in Eindhoven viel ik helemaal voor dat geluid: eindelijk een vol en ruimtelijk geluid, ik dacht al dat het niet meer bestond, hier had ik lang naar gezocht. Grote audiofiele concurrent in die tijd was de Mission Cyrus one, ook geen slechte versterker voor toendertijd f 875,- maar totaal onvergelijkbaar met de A1. En zo gaat dat met audiofielen (of versterkerfetisjisten zoals ik) die wat meer geld gaan verdienen: er kwam een duurdere versterker, in dit geval van Hiraga, en de A1 werd na een half jaartje aan de kant te hebben gestaan, verkocht. Nu kom ik er steeds meer achter dat ik bijna 15 jaar lang in cirkeltjes heb rond gelopen. Steeds blijk ik op zoek te zijn geweest naar mijn oude geluid dat ik van de A1 gewend was. Ik zal uitleggen waarom.

Een paar weken geleden heb ik iets gedaan wat ik al veel eerder had moeten doen. Gewoon toegeven dat die A1 verschrikkelijk goed was, dat ik hem nooit had weg moeten doen. Dus voor een paar honderd piek zo'n oud lijk tweedehands terug kopen. Van Gend en Loos bracht het pakketje, de doos snel opengescheurd, tosti-ijzer aan en …. Klaar voor een tegenvaller, zo gaat dat altijd, heb je het allemaal weer mooier gemaakt dan het werkelijk is ….. Maar … Man, wat klinkt dit ding goed, ongelooflijk goed, wat zijn de verschillen met wat ik nu heb eigenlijk klein, te klein. Wat heb ik in die 15 jaar allemaal lopen te doen? De Hiraga ging de deur uit, want die A1 had toch iets wat ik miste in de Hiraga. Ik ging zelf versterkers bouwen. Las complete jaargangen van het Franse L'Audiophile. Ontdekte de kwaliteiten van buizen opnieuw na vroeger al een flinke tijd in bezit van een Quad II te zijn geweest. In 1991 kreeg ik via de voormalige importeur van Musical Fidelity het originele schema van de A1 in handen. Dat is mooi, een simpel schema, hoeft niet veel te kosten als ik het zelf nabouw. We zullen ze eens een poepie laten ruiken, mijn wraak op de verkoop van de fabrieks-A1, ik gebruikte de beste en duurste onderdelen die ik kon krijgen. Klonk niet verkeerd, en was bovendien onverslijtbaar gebouwd. Na een jaar toch weer weggedaan, had niet de kwaliteiten van mijn oude A1 (dacht ik, moest op mijn herinnering afgaan).

Weer een Hiraga gebouwd/gekocht, nog een keer de A1 nagebouwd, ditmaal 2 monoblokken. Deze Hiraga nummers 2 en 3 (waarvan ik er eentje nog steeds in mijn bezit heb) klonken duidelijke beter dan mijn zelfbouw A1 nummer 2. Later nog eens, voor de derde maal, een A1 nagebouwd, en ook weer verkocht. En de conclusie is en was: op transistorgebied heb ik zelden of nooit iets beters gehoord dan een fatsoenlijk gebouwde Hiraga 20 Watter. Tot ik in 1997 een John Linsley-Hood versterker bouwde. Deze was weliswaar niet 'overall' beter dan de Hiraga maar won op een aantal deelaspecten. Inmiddels is de Linsley-Hood nog verder verfijnd en verbeterd en uitgegroeid tot een versterker die zich kan meten met de betere buizenversterkers. Ik heb over zowel A1, Hiraga als Linsley Hood meerdere malen uitgebreid geschreven. Ik verwijs naar oudere nummers van Audio en Techniek (niet meer verkrijgbaar, wellicht is een compilatie van artikelen voor de nieuwe generatie audiofielen het overwegen waard), naar andere columns van mij op deze site en naar de site van Geoff Moss, www.gmweb.btinternet.co.uk, waar alle schema's open en bloot zijn te vinden.

Nu had ik dus de kans voor het eerst in mijn leven de oude A1 te vergelijken met twee bewezen transistorgiganten uit de laagvermogens klasse-A categorie. Het uur van de waarheid. Uitkomst: de Linsley-Hood klinkt ongeveer hetzelfde als de A1, een zwoel en luchtig, vol, open geluid. De A1 klinkt uitermate muzikaal en ik kan er uren naar luisteren en nog steeds even enthousiast worden als vroeger. De Linsley-Hood verbetert de A1 juist op de punten waar de A1 al sterk in is, zwoelheid en losheid en openheid en volheid. De Hood klinkt ook transparanter, je hoort toch dat de A1 een licht versluierend effect op de muziek heeft (zelfs een Cyrus 1 is hier wat transparanter). De Hiraga klinkt iets sterieler (mind you: hij klinkt warm in vergelijking met een gemiddelde high-end versterker van nu), minder vloeiend dan de Hood. Maar de Hiraga heeft meer pit, klinkt neutraler en schoner, is denk ik een betere 'allrounder'.

Met terugwerkende kracht moet de originele A1 de beste geïntegreerde versterker van de jaren 80 en 90 zijn. Ik ken geen tweede commerciële (transistor)versterker die ook maar in de buurt komt.van de A1 (mits je van het geluid houdt en een zekere lichtbruine kleuring voor lief neemt). Ook voor de latere A2 en A3 geldt: vergeet het, haalt het niet bij de A1. Het is een wonder, er zit echt niets bijzonders aan componenten in de A1, allemaal standaard spulletjes. Ik blijf met het raadsel zitten waarom mijn duurdere zelfgebouwde versies niet dit niveau haalden. Misschien is de A1 echt een toevalstreffer, het schema klinkt juist in combinatie met goedkopere onderdelen en elco's in de signaalweg zo goed, allerlei imperfecties heffen elkaar goeddeels op? Moet dat nou 15 jaar kosten, om daar achter te komen? Ik heb in ieder geval een hoop lol gehad, ik zou het zo weer doen. Het gaat om de reis zelf en niet om het aankomen op de bestemming zullen we maar zeggen.


EDITORS' CHOICE