ARTIKEL


Jan de Jeu | 11 januari 2002

Ook aan de voorkant weer de gelijkenis met het duurdere type. De voor de units gespannen “snaren”versterken de, door de luitvorm reeds gevestigde, indruk dat ik hier eerder te maken heb met een muziekinstrument dan met een luidspreker. Van boven naar beneden zie ik in de zwarte baffle allereerst een tweeter, daaronder een middentoner en tenslotte twee woofers. Alle units zijn custom made door Scan Speak volgens Sonus Faber specificaties. Het fundament van de enigszins achterover hellende luidspreker wordt gevormd door vier buiten de basis van de kast uitstekende, in hoogte verstelbare, spikes. Mijn blik volgt de dikke Transparant luidsprekerkabel, hoe bedoelt U netwerk “kastje”, en komt uit bij een Krell uit de audiovisuele serie; de KAV-500 i. Vandaar loopt er een Transparant Reference interlink naar een bijpassende Krell cd speler; de KAV-280 CD. Onder de massieve houten tafel waar de componenten op rusten bevindt zich apparatuur van Tice die zich op adequate wijze om de stroomvoorziening bekommeren.

Maar hoe klinkt al dat moois, zult U zich afvragen. En die vraag raakt precies de kern. Mijn luisterimpressies geven een indruk weer van dit specifieke totale systeem in interactie met deze luisterruimte. Zowel de componenten als de bekabeling hoor ik voor het eerst en ook deze setting heb ik niet eerder bezocht. Dat gezegd hebbende is de rust, met name in het hoog, het eerste wat mij opvalt aan dit systeem. Het top end is zijdezacht maar tegelijk uiterst gedetailleerd. We beginnen op verzoek van Rene met een zangeres die ik altijd kan horen; Jane Monheit. Het eerste nummer “Over the rainbow” van haar cd “Come dream with me” vult de ruimte en het hoog klinkt op deze installatie zoals het moet zijn; gedetailleerd, zuiver, spits zonder digitaal randje. Geen sprake van de bij mij irritatie veroorzakende hint van vervorming die op sommige mindere installaties bij dit nummer waar te nemen is. Na enkele nummers wordt de plek van de Amerikaanse Monheit ingenomen door een landgenote die eveneens beschikt over een stem waarvan de hogere regionen hun eisen stellen aan de apparatuur; Rachelle Ferrell. Van haar cd “First Instrument”, die bij mij altijd vrij hoog staat op de lijst van potentiële “desert island records”, beginnen we met het volgens mij mooiste nummer; “My funny Valentine”. De installatie plaatst haar met autoriteit, mooi loskomend van de speakers, driedimensionaal in de ruimte. Haar stem laat tevens horen dat het middengebied goed verzorgd is. Maar eerlijk gezegd had ik ook niet anders verwacht. Anders ligt dat bij de basweergave van de beide woofers waar de stick bass van Tyrone Brown de aandacht op vestigt.

Je hoort namelijk nog wel eens dat Sonus Faber speakers fraai klinken maar geen bas hebben. Wanneer ik naar mijn eigen Concerto’s luister dan kan ik mij deze kritiek ook wel indenken. Tenslotte loopt de monitor in het laag niet zo ver door als andere ontwerpen doen. Maar deze kritiek kan zeker niet van toepassing zijn op de door de Cremona weergegeven bas. En dat is voor mij dan het tweede opmerkelijke aan deze speaker. De droge, stevige bas. Op de cd van Jane Monheit laat Christian McBride dat met zowel zijn acoustische, als met zijn electrische bas goed horen. Ook andere instrumenten klinken levensecht. Op dezelfde cd zijn dat onder andere de trompet van Tom Harrell en de piano van Kenny Barton. Van dit laatste instrument hoor je bijvoorbeeld goed hoe de aanslag van het hamertje in eerste instantie een percussief microdynamisch karakter heeft, naadloos gevolgd door de overgang in het uitklinken, resoneren van de toon. Philip zet de cd “Jazz at the Pawnshop 2” op en meteen komt het live karakter van deze cd fraai tot uitdrukking. “Pace and rythm” zijn in deze op 6 december 1976 in de Jazzclub in het Zweedse Stockholm opgenomen sessie rijkelijk aanwezig. De installatie geeft het karakter prima weer. Al is voor mij tegelijkertijd duidelijk dat een echte “headbanger” waarschijnlijk niet voor deze speaker zal kiezen. In het Duke Ellington nummer “In a mellow tone” maakt met name de saxofoonspeler van de Domnérus groep via deze Cremona indruk op mij.

De ene na de andere cd wordt afgespeeld en de indrukken zijn te veel om weer te geven. Net als alle voorgaande cd’s wordt die van Ry Cooder razendsnel ingeslikt door de Krell en in het tiende nummer getiteld “Nobody”van “Jazz” denk ik, bij het horen van de over de snaren glijdende vingers, plotseling te begrijpen waarom de ontwerper van deze speaker de vorm van een snaarinstrument als uitgangspunt genomen heeft. Het klinkt griezelig realistisch. Aan het begin van het elfde nummer opnieuw hetzelfde gevoel. Ook de snelheid van het systeem is evident. Madeleine Peyroux, Paul Simon, Deborah Hensen-Conant. Ze volgen elkaar in snel tempo op. Zelfs de Frans sprekende man in het derde nummer van de cd “Talking Hands” van deze laatstgenoemde dame is te verstaan. En ook dat is een compliment voor de basweergave van deze Italiaanse speaker. Het heerlijke basloopje in het nummer “Picture Book”van de gelijknamige debuut cd van Simply Red wordt dynamisch weergegeven. De harde klappen in datzelfde nummer klinken gortdroog. De tijd vliegt voorbij en voor we het weten is het tijd om weer in westelijke richting af te reizen.

Op de terugweg heb ik, gezeten op de achterbank, ruimschoots de tijd om mijn indrukken op een rijtje te zetten. Ik herinner me de mogelijke verklaring voor de naam Cremona die ik op de heenweg tijdens de korte stop in het restaurant bedacht heb en kom tot de conclusie dat die gedachte niet eens zo gek was. Het middengebied was, zoals ik van Sonus Faber gewend ben, zeer natuurgetrouw. Het hoog was verfijnd en gedrieën zijn we het er over eens dat de kwaliteit van de bas indrukwekkend was en dat met name de rust er uit sprong als belangrijkste kenmerk van het geluidsbeeld. Een geluidsbeeld dat overigens op de middelste van de drie naast elkaar staande fauteuils pas echt op zijn plek viel.

EDITORS' CHOICE