ARTIKEL


Sebastiaan de Vries | 06 februari 2002

De Praktijk

Nu heb ik wel een beknopte uitleg gegeven van het principe van DSD, maar wat betekent dit nu voor de klankmatige kwaliteit? Wat zijn de voordelen van deze techniek? In de eerste plaats natuurlijk de al genoemde grotere opslagcapaciteit, wat vooral voor multichannel vele voordelen biedt, maar daarover zo meer. Belangrijker nog is, dat door de hoge samplefrequentie, het nu ook mogelijk is geluiden van meer dan 20 KHz. digitaal op te slaan. Hoewel men altijd dacht dat deze geluiden toch niet gemist worden, omdat het bereik van menselijk gehoor hier niet bovenuit zou komen, is men er nu van overtuigd dat het ontbreken van deze hoge geluiden wel degelijk een negatieve invloed op reproductie van muziek heeft. Ten eerste is de steile filtering boven 20 KHz. hoorbaar, en aansluitend op dit feit, ten tweede zijn frequentie’s boven 20 KHz. wel degelijk van belang.
Al zijn deze hoge frequentie’s niet hoorbaar voor ons, zij produceren ook verschiltonen die in het gebied onder de 20 KHz. komen. Zo ervaren we dat ook in het concertgebouw, en ook in de oeroude LP die wel hogere frequentie’s mogelijk maakt.

Los van de hoge bandbreedte, en het verhoogde dynamische bereik, is SACD ook in staat de oorsponkelijke geluidsgolf beter te benaderen. Een SACD speler kan bijvoorbeeld blokgolven en de daarboven oneven harmonischen vrijwel perfect weergeven. Een CD speler faalt hierin.

Het is moeilijk in woorden uit te drukken hoe een SACD klinkt. Veel audiofielen waren er al achter dat een LP op een goede draaitafel in veel opzichten beter klinkt dan een CD. Een LP klinkt rustiger, natuurgetrouwer en vooral echter.
Een SACD klinkt in directe vergelijking met een behoorlijke highend CD speler aanzienlijk opener, veel minder geknepen, en vooral veel vanzelfsprekender.
De echte gebreken van de CD speler vallen voor de minder getrainde luisteraar pas echt op als er na een LP of SACD ineens dezelfde opname op CD wordt gedraaid. Piano-aanslagen klinken dan op de laatstgenoemde meer geknepen, minder echt en los en het algehele klankbeeld heeft toch een licht spoor van een gecompressed geluid.
Bij SACD demo’s heb ik nooit een schelle piano aanslag of geknepen strijkers meegemaakt. Ik werd elke keer weer gegrepen door de ongelooflijke schoonheid, natuurlijkheid en ragfijne weergave van details.
De totale stilte en rust waarin tonen uit het niets tevoorschijn komen zijn kenmerkend voor SACD en vergelijkbaar met de werkelijkheid in het concertgebouw.

Het vergrote dynamische bereik en de hoge bandbreedte stellen ook eisen aan de overige apparatuur in de installatie. Zo moeten de versterker en luidsprekers in staat zijn de hoge signaalpieken op te vangen, en vervormingsvrij weer te geven. Ook moeten de hoge-tonen-units ineens een veel verder doorlopend hoogbereik hebben.
De audiomarkt speelt hier momenteel goed op in, door geavanceerde producten aan te bieden die in staat zijn het bovengenoemde te doen. Echter zou ik graag meer audiofiele analoge multichannel pre-amps zien. Voor SACD zijn deze een must, omdat een SACD speler alleen analoog uitstuurt. Een receiver vol met toeters en bellen heb je voor pure multichannel SACD weergave dus niet nodig.

Multichannel

Meerkanaalsweergave speelt al langer onder de audiofielen, en vooral de filmfreaks. In de bioscopen bestaat dit fenomeen al heel lang.
Hier wordt dit gedaan in de vorm van DTS, AC3 dolby digital etc. Alle hier genoemden zijn compressietechnieken die afbreuk doen aan de audiokwaliteit. Al moet gezegd worden dat dit bij DTS grotendeels te verwaarlozen is. Echter nu concentreren we ons alleen op SACD.

Bij 5.1 multichannel komt het erop neer dat we maar liefst vijf luidspeakers en een subwoofer in de luisterruimte plaatsen. Wel te verstaan de bekende links en rechts stereo opstelling. Aangevuld door een centerspeaker tussen de stereoweergevers in. Deze vult letterlijk het midden van het klankbeeld in. Achter de luisterruimte worden ook twee weergevers geplaatst, die voornamelijk de natuurlijke reflecties van bijv. de concertzaal weergeven. Omdat het in veel luisterruimtes onmogelijk is om vijf grote (fullrange) kasten te plaatsen wordt het sublaag onder de 80 Hz. van alle vijf kanalen naar een subwoofer gestuurd. Dit is het .1 kanaal.
In eerste instantie was het de bedoeling dat men met multichannel SACD gebruik maakt van vijf fullrange kanalen. Maar nu de bassmanagementtechnieken van de SACD speler al een stuk geavanceerder zijn, is het mogelijk om goede resultaten te behalen met een 5.1 opstelling met subwoofer.

Voor een zo groot mogelijke homogeniteit dienen alle vijf weergevers gelijk aan elkaar te zijn. Is dit om wat voor reden dan ook niet mogelijk, dan is het heel belangrijk om in ieder geval de centerspeaker gelijk te houden met de linker en de rechter luidspeaker. Dit omdat er heel veel muziekinformatie naar het centrumkanaal gaat. Als de centerspeaker te veel afwijkt, dan gaat bijvoorbeeld ineens een viool tonaal uit balans klinken, als deze deels door de linker speaker en deels door de center speaker wordt weergegeven.
Op de tekening hieronder zien we de feitelijke ideale vijf kanaals opstelling (hier zonder subwoofer).

Vijf kanaals opstelling SACD biedt de mogelijkheid om ongecompri- meerd 5.1 weer te geven. Wel heeft men hier een receiver of preamp met analoge 5.1 ingangen voor nodig. Dit omdat een SACD speler dit alleen vijf analoge kanalen uitstuurt.

Veel audiofielen zijn nogal sceptisch tegenover meerkanaalsweergave. Dit komt deels door de in het verleden slechte demo’s van het toen in de kinderschoenen staande surroundsound. Ook krijgt men het idee dat 5.1 weergave onnatuurlijk is, omdat men in het echt ook voor een podium zit, en er niet tussenin. Bij goede opnames is de tonale balans perfect in orde. De achterspeakers laten dan enkel de reflecties horen, die men normaliter in het concertgebouw ook zo ervaart. Hierover straks meer bij het gesprek met Fred Haanebeek van Sony Nederland.

EDITORS' CHOICE