"/>
 

ARTIKEL

Verschillende technieken


Garmt van der Zel | 01 april 2004

Plasma TV’s werken met miljoenen kleine afgesloten ‘kamertjes’, die de beeldelementen (‘pixels’) voorstellen. In ieder kamertje zit een edelgas, zoals neon, krypton, argon of een combinatie. Door een spanning aan te brengen op de kamertjes wordt het gas een plasma en gaat ultraviolet licht uitstralen. Dat licht raakt bepaalde cellen in het kamertje, waar rood, groen of blauw fosfor is aangebracht en de pixel gaat het gewenste licht uitstralen. De pixel straalt altijd even fel, dus de helderheid wordt geregeld door de pixel langer of korter op te laten lichten.

Beelddossier

LCD (of TFT: Thin Film Transistor) TV`s werken met een lamp achter een LCD paneel, met ongeveer een gelijk aantal pixels als plasma. De pixels bestaan net als bij plasma uit drie kleuren, die door een aangebrachte spanning meer of minder licht van de lamp blokkeren. Hoe hoger de spanning, hoe meer licht wordt geblokkeerd.

Beelddossier

De verschillen die deze technieken met zich meebrengen zijn:

1. Inbranden. Als u op weergevers die met fosfor werken (zoals CRT of plasma) lang een fel stilstaand beeld laat staan, kan deze ‘inbranden’ en permanent in het beeld op de achtergrond zichtbaar blijven. LCD heeft hier geen enkele last van.

2. Contrast. Met contrast wordt het verschil aangegeven tussen zwart en wit. Hoe zwarter het zwart en hoe feller het wit, hoe hoger het contrastbereik en hoe dynamischer het beeld. Omdat LCD TV’s licht moeten blokkeren, is het zwart minder diep dan bij plasma (hoewel dit beter en beter wordt naarmate de technologie volwassen wordt). Perfect zwart is echter ook bij plasma niet mogelijk, omdat de pixel bij weergave van zwart steeds zeer kort wordt opgelicht om het plasma te `activeren`.

3. Lichtopbrengst. Plasma televisies hebben een hogere lichtopbrengst. Dit heeft als voordeel dat ze minder problemen hebben met omgevingslicht en zelfs liefst niet in het donker worden bekeken. LCD wordt vrij snel flets bij teveel invallend licht.

4. Levensduur. LCD TV’s hebben een levensduur rond de 50.000 en 75.000 uur volgens de fabrikanten. De lamp die zorgt voor het beeld gaat namelijk zo lang mee en is uitwisselbaar. De lampen zijn echter niet goedkoop en soms worden er zelfs meerdere lampen gebruikt, wat de kosten opjaagt. Bij plasma hebben de edelgassen een levensduur rond de 25.000 tot 30.000 uur, maar kunnen niet worden vervangen. In de praktijk blijkt dat de levensduur van plasma zoals geclaimd door de fabrikanten wel eens kan tegenvallen. Ga echter goed om met de instellingen van het toestel en u zult geen snelle veroudering merken bij de laatste generatie toestellen.

5. Kleur. De verzadiging en nauwkeurigheid van de kleuren zijn bij plasma TV’s beter dan bij LCD. Met de huidige technologie heeft plasma de mogelijkheid tot het weergeven van 1 miljard kleuren. Dit geeft plasma een dynamischere en natuurlijkere look. LCD haalt deze waardes niet.

6. Bewegingen. Bij snelle bewegingen valt op dat LCD last heeft van een iets naijlend beeld. Plasma is vele malen sneller en heeft dus geen last van snel bewegende beelden. LCD begint echter sneller en sneller te worden, tot het punt waar dit geen issue meer is.

7. Kijkhoek. De kijkhoek is vanwege het oplichten van iedere pixel apart bij plasma TV’s tenminste 160 graden. Dat betekent dat u zelfs als u zeer ver uit het midden zit, toch een goed beeld heeft. Dit is bij LCD meestal minder, vanwege het licht dan van achter het scherm verlicht. Vooral in de verticale richting valt dit op. Ook op dit punt is LCD plasma echter aan het benaderen.

8. Grootte en kostprijs. Hoewel grote beelddiagonalen voor zowel plasma als LCD televisies moeilijk te produceren zijn, lijkt het erop dat plasma in het voordeel is, aangezien er al plasmapanelen worden geproduceerd van meer dan 60”. LCD komt op dit moment niet verder dan 40”, maar is op die grootte nog vreselijk duur. Wilt u dus een diagonaal van minimaal zo’n 40”, is plasma dus goedkoper.

9. Stroomverbruik. LCD heeft door zijn verlichting van achter het paneel een constanter en lager stroomverbruik dan plasma met zijn individueel gevoede pixels. Door de techniek gaat het verbruik bij plasma wel steeds meer omlaag.

Zoals u ziet hebben beide technologieën voor- en nadelen. Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat LCD beter is voor statische computerbeelden dan voor video-weergave, maar wie weet welke kant de ontwikkelingen de komende tijd opgaan. De huidige top van de LCD televisies geeft zeker een prima beeld.

De optimale kijkafstand voor plasma televisies is voor de populaire groottes 42” en 50” respectievelijk 3-4,5 m en 4-5,5 m. Met de laatste generatie plasma televisies kunt u nog iets dichterbij gaan zitten en bedenk dat de waardes richtlijnen zijn. Prima plasma televisies worden gemaakt door Pioneer, Panasonic, Philips en Fujitsu. De beste LCD-televisies worden gemaakt door Sharp.

 

(Leest u ook deel 2 uit deze reeks, met aandacht voor Projectiemogelijkheden, - technieken, schermen en een samenvattende conclusie.)

EDITORS' CHOICE