ARTIKEL

Frank Jansen

Frank Jansen werd mijn volgende leraar. Hij is de bandleider van Rob de Nijs en tegenwoordig ook zijn manager. Hij was heel veel met improviseren bezig. Popmuziek, elementaire jazz. Door zijn enthousiasme kreeg ik er steeds meer plezier in. In die tijd ging ik steeds meer eigen klassiekachtige stukjes en liedjes schrijven. Dingen die er nog niet waren. Door Frank Jansen ging ik vijf uur per dag studeren. Ik zat toen op het VWO en wilde naar het conservatorium. Mijn ouders hebben dat erg aangemoedigd. Op mijn achttiende werd ik aangenomen op het conservatorium in Tilburg.


Professional

Sinds een aantal jaar kan ik goed leven van de muziek. Ik gaf er eerst nog les bij, maar nu nog nauwelijks. Laatst was ik in gesprek met een zakenman in zo’n heel net pak. Zijn allereerste vraag was: ‘Je bent dus jazzmuzikant, kun je daar van leven?’. Toen vroeg ik hem: ‘Jij bent bankdirecteur, kun je daar van leven?’ Toen keek hij nogal vreemd op. Ik vond dat nogal een onbelangrijke vraag. Ik zou geen andere muziek gaan maken als ik er niet van kon leven. Zou niet op bruiloften amusementsmuziek gaan spelen, maar op de taxi gaan rijden of zo als bijbaantje.

Herman Fraanje

Helden

Ik heb nooit echte muzikale helden gehad, of misschien heb ik er wel duizend. Ja, Keith Jarrett en Wayne Shorter zijn misschien wel helden vanaf het moment dat ik met jazz in aanraking kwam. Maar dan gaat het niet uitsluitend om hun muziek, maar ook om hun filosofieën, hun benadering van muziek, hoe praten ze erover, hoe bereiden ze zich voor hun vrijheid. Van Jarrett leerde ik dat alles mogelijk is, en dat je met iedereen kan samenspelen. Ik wil me niet laten dirigeren door ingestudeerde patronen. Ik heb verschillende bandjes en projecten waarin alles kan en mag. Bij Aneris draait het om collectieve improvisatie. Niets is afgesproken, we maken onze eigen kleur. Met verschillende instrumenten maak je als het ware één instrument. Ik speel ook in heel powergerichte bandjes, zoals het trio met bassist Stefan Lievestro of het Narcissus Quartet, daar draait het om een Coltrane-achtige energie. Heel af en toe geef ik ook soloconcerten.


Originaliteit

Waar het om draait in mijn muziekbeleving is originaliteit. Iets wat op dat moment gemaakt wordt omdat het op dat moment zo ervaren wordt. Daarom heb ik vaak ook moeite met popmuziek. Kijk naar de Top 40. Daar draait het om een zo groot mogelijke massa tevreden te houden en om geld. En vaak klinkt het ook slecht, door een rare of onverwachte mix, waardoor de balans tussen instrumenten helemaal zoek is, met bijvoorbeeld veel te veel bas. Dan kan muziek echt heel irritant zijn.


Radiohead

Robbie Williams vind ik soms wél goed. Radiohead vind ik erg origineel. Ik organiseer binnenkort zelfs een jazzavond waarop alleen maar Radiohead-nummers gespeeld worden. Als leidraad om te improviseren. Tom Yorke sluit geen compromissen voor de commercie. Doet gewoon zijn eigen ding. Bjørk heeft dat ook. Scandinaviërs zijn sowieso vaak wel origineel, ook in de jazz.


Jamie Cullum

Als ik zestien of zeventien was geweest, had ik het misschien wel leuk gevonden, maar met mensen als Jamie Cullum en Norah Jones en heel die lichting heb ik in principe niks. Het is aardig dat mensen zo misschien in aanraking komen met jazz en iets meer moeite moeten doen om te luisteren, maar het gaat er bij in en meteen weer uit. Het gaat me niet ver genoeg. Het mág ook niet ver gaan, want het moet verkopen.

EDITORS' CHOICE