ARTIKEL

Superband

“In 1988 werd mijn leven op z’n kop gezet. Ik werd gevraagd om te komen spelen bij Seven Slowhands [instrumentale ‘superband’ met Nederlandse gitaarvirtuozen rond initiator Klaas ten Holt, Franky Douglas, Edwin Ligteringen, Vincent van Warmerdam, Michiel Jansen, Corrie van Binsbergen], nadat Jan van der Meij was uitgevallen. Het was een tijd van enorm veel repeteren en spelen. In het voorjaar zijn we twee maanden op tournee geweest door het verre oosten. Een groot succes. Het verslag van die tour heb ik gesleten aan The Music Maker, zodat ik thuis de huur kon betalen. Na de tournee was het helaas afgelopen met Seven Slowhands. Klaas wilde niet meer, hij ging componeren, onder meer voor films. Ik zelf ben blijven schrijven voor Music Maker, en heb ook nog twee boeken geschreven. Happy Birthday Rock ’n’ Roll [uitgegeven door Free Record Shop] en Kan het wat zachter? voor het FNV en BV Pop [over gehoorbeschadiging bij muzikanten].”


Gitaar aan Zee

“Op een gegeven moment was ik zoveel aan het schrijven dat ik niet meer John van der Veer de muzikant was, maar John van der Veer de schrijver. Mijn talenten raakten versnipperd. Ben toen gestopt met schrijven. Waarom ga je niet weer componeren, zei mijn vrouw Sheila, of een groep samenstellen? Dat werd Gitaar aan Zee of The Ark. Natuurlijk geïnspireerd op het concept van de Seven Slowhands. Achteraf vond ik zeven gitaristen te veel, maar drie te weinig, dus werden het er vijf. Marcel Fisser [Boris, Willeke Albert], Pablo Minoli [Hind, Brainpower], Jaap Kwakman [Twarres, De 3 J’s, Jan Smit], Arnold van Dongen [‘most wanted’ gitarist van Nederland, o.a. Ilse DeLange]. Jaap is een oud-student van mij, Pablo kende ik ook al. Ik heb de eerste cd van zijn oude band Laberinto geproduceerd. Arnold ontmoette ik op de Rockacademie in Tilburg, waar ik een paar jaar les heb gegeven. Hij speelde in het lokaal naast mij. Wauw, die moet ik hebben, dacht ik. Omdat de anderen het te druk hebben speel ik live met Pablo en de sessiemuzikanten Ulrich de Jesus, Erik Rutjes en John Fillmore.”


Hifi-industrie

“Gitaar aan Zee/The Ark werd geheel toevallig opgepikt door de hifi-industrie. Heel grappig hoe dat gelopen is. Mijn zwager was op zoek naar een nieuwe stereo. Ik had hem een kopie van mijn plaat gegeven, een soort demo, want hij was nog niet helemaal af. Die plaat nam hij mee naar hifi-boeren in Haarlem en omstreken als referentiekader voor hoe die zou klinken op een stereo-installatie. In één winkel, een Naim-dealer, vonden ze de plaat zo mooi dat ze hem sindsdien in de winkel gebruiken als klankboord voor de klanten. Vervolgens gingen al die hifi-adepten vragen waar ze de plaat konden kopen. De cd is vervolgens opgestuurd naar het Naim-hoofdkantoor in Salisbury, Engeland, die ook een platenlabel hebben. Binnen twee weken kreeg ik een telefoontje uit Engeland: we willen de cd uitbrengen, is dat okay? Natuurlijk! Ze hebben hem vervolgens in 29 landen uitgebracht.”


High-end

“De hifi-wereld heeft me omarmd, mede vanwege de productie van het album. Maar eigenlijk is dat wel grappig: ik heb helemaal geen high-end apparatuur gebruikt. Wel een microfoon die je bij wijze van spreken bij de Dixons kan kopen, simpele voorversterkers, en een studio behangen met zwarte doeken en zo groot als een telefooncel. We hebben alle partijen direct met die simpele voorversterkers in ProTools gestoken.”


Geheim

“Het geheim is dat het is bewerkt door mensen met fantastische oren. En je moet natuurlijk goede gitaren hebben, kunnen spelen en componeren en kunnen horen wat ‘matcht’. Danny Rosendahl was de mixer, de beste audiobewerker van Nederland. Daarin zit ‘m de truc. Hij had een bepaald klankbeeld voor ogen: hoe simpeler, hoe beter. Hij kent alle ins en outs van ProTools en heeft deze productie tot ongekende hoogten gebracht. Daarna is de plaat gemasterd door Peter Brussee van Q-Point, nog zo’n vakman. Ik vind het overigens wel jammer als mensen de plaat alleen op de klank zouden beoordelen, het gaat natuurlijk ook om de muziek.”


Ontdekking

“Ik ben erg geïnteresseerd in geluid, maar ben geen purist. Als ik ergens naar moet luisteren word ik als het goed is binnen vijf seconden afgeleid door de muziek, al klinkt het bagger. Na de komst van de cd-speler in 1983 heb ik vrij snel een cd-speler gekocht. De hele platencollectie heb ik meteen verkocht. Ik kocht een van de beste cd-spelers van dat moment, een Philips cd 660. Kostte ongeveer 1200 gulden. Ik heb hem tot 1991 gehad, toen klonk de filtering niet goed meer. Ik heb sindsdien een oude Quad 33 en 303, ooit top of the bill. Ik heb het setje een keer voor 900 gulden tweedehands gekocht. Daarbij heb ik B&W 330-speakers, waar ik zelf spikes onder heb gemonteerd. Ik ben gaan experimenteren met het kantelpunt. Een enorme ontdekking. Ik heb het geluid hierdoor veel strakker gekregen.“

EDITORS' CHOICE