ARTIKEL

Tracking versus Tracing


Kilian Bakker | 04 september 2008 | Fotografie Kilian Bakker
Bij het aftasten van een LP zal de naaldtip zowel optimaal met de groefwanden in contact moeten blijven als zoveel mogelijk informatie moeten uitdiepen. Die twee taken worden het beste benoemd met de Engelse termen `Tracking` en `Tracing`. Let wel: tracking en tracing gaan niet altijd hand in hand. Dat betekent dat er elementen met een conische naaldtip zijn die beter zullen tracken dan sommige elementen met een fijner tip-profiel. De laatstgenoemde zou desondanks voor een betere tracing -met name van hoge frequenties- moeten zorgen (daar komen wij in de volgende alinea: Tip-Top op terug). Tracking geeft aan, bij welk amplitudebereik het element nog correct blijft sporen (bijvoorbeeld: 70 micron). Vandaar dat veel test-LP`s speciale `torture tracks` hebben die met een stapsgewijs oplopende uitsturing zijn gesneden.

De beste trackers onder de elementen blijven onvervormd de groef aftasten bij zo`n 80 (of soms zelfs 90) micrometer. De hoogcompliante Shure V15 was een meester-tracker maar er zijn ook laagcompliante Moving Coils (zoals die van Ortofon) die verassend goed tracken. Sommige van de beste trackers allertijden komen uit de jaren `70, waarmee de technische know-how van vroegere ontwerpers maar weer eens wordt onderstreept (in dat opzicht doen de beste klassieke aftasters denken aan buizenversterkers of electrostatische luidsprekers uit de jaren `50 die nog steeds het neusje van de audiozalm zijn). Begrijp ons niet verkeerd; alhoewel we bij HiFi.nl van klassiekers houden raden we onze lezers niet aan om blindelings voor klassieke technologie te kiezen. Aan de andere kant zou het net zo onjuist zijn om automatisch voor de aftaster met `het scherpste diamantje` te kiezen.

Voor een optimale tracking is een goede arm/elementcombo van belang. Die combo zal namelijk een bepaalde resonantie-frequentie hebben die wordt bepaald door de complantie van het element, de massa van het element en de effectieve massa van de arm (de effectieve massa van een toonarm wordt gemeten zonder contra-gewicht of element). De resonantiefrequentie moet liefst boven de 8 Hertz en onder de 15 Hertz blijven zodat het niet overeenkomt met (bijvoorbeeld) de veer-frequentie van een afgeveerd sub-chassis of het frequentiebereik van het element.

Met tracing wordt het eigenlijke aftasten van de modulaties in de groefwanden bedoeld. Een naaldtip met een fijner profiel zal de kleinste (hoogfrequente) modulaties beter kunnen volgen waardoor er meer micro-informatie wordt uitgediept, oftewel getraced. Behalve een zeer fijn tip-profiel is een lage `tip-massa` noodzakelijk om hoge frequenties accuraat af te tasten. Met de tipmassa wordt de gecombineerde -effectieve- massa van het dynamische gedeelte van een element bedoeld, in het geval van een MC element is dat de naaldtip, het cantilever met de daaraan bevestigde spoelen en -gedeeltelijk- de ophanging.

EDITORS' CHOICE