ARTIKEL

Muzikale archeoloog


Dieter van den Bergh | 16 december 2010

"Ik moet altijd weten waar het vandaan komt, ben een soort muzikale archeoloog. Ik begon bij Coltrane en Dolphy om via Mingus en Rollins terecht te komen bij de vroege bop van Parker en Charlie Christan. Met Ellington betrad ik het 78-toerentijdperk om vervolgens via Armstrong en Clarence Williams terecht te komen bij de allereerste jazzopnames die dateren uit de late jaren ’10 van de vorige eeuw. De laatste echo’s van de oude wereld.”

Om platen te scoren ‘aan de bron’ en om verhalen op te doen is Ertekin veel op reis. Hij reisde onder meer door de Cariben en naar New Orleans. Anekdotes genoeg. Zo bezocht hij in Cuba een stoffig boekwinkeltje. Hij trok een kastje open en daar kwamen allemaal groene Columbia’s uit, het ‘wereldmuzieklabel’ van Columbia. “De hele reis had ik alleen nog maar platen uit de jaren dertig en veertig gevonden, dit waren enorm zeldzame platen uit de jaren twintig, mijn hart sloeg over.”

Ook werd hij in in Havana na een tango-optreden thuis uitgenodigd door een hoogbejaarde man. “Hij woonde heel armoedig, maar bij binnenkomst bleek zijn huisje helemaal volgestouwd met 78-toerenplaten. Onder het bed, in de kasten, overal lagen ze. We konden elkaar niet verstaan, maar hebben de hele middag muziek zitten luisteren in een hangstoel, we waren vrienden voor het leven. [lachend] Gelukkig had hij ook een paar platen dubbel.”

Schellakvrees
Veel mensen hebben ‘schellakvrees’, merkt de Rotterdammer. Deels is de vrees wel terecht, zegt hij, want naast alle speciale apparatuur die je moet aanschaffen, is het grote nadeel van 78-toerenplaten dat ze zo breekbaar zijn. “Als het publiek wil klappen, laat ze dat dan vooral doen omdat ik de platen heelhuids mee van huis heb kunnen nemen, dat is de grootste kunst. Ik heb speciale koffers laten maken, maar het is onvermijdelijk dat er af en toe platen breken. Meestal de platen waarvan ik juist niet wil dat ze breken.”


Foto: Jan van der Ven

De oudste platen uit het begin van de vorige eeuw zijn gemaakt van het beste materiaal, en breken bijna nooit, weet Ertekin. De persingen uit de jaren vijftig, de overgangsperiode, zijn de slechtste. De echte collector items, die gaan nooit mee naar optredens. “Van veel originele jaren 20-platen zijn in Engeland wat later herpersingen gemaakt, die neem ik mee om te draaien.”

Extra zintuig
Om 78-toeren op te sporen heeft Ziya Ertekin een extra zintuig ontwikkeld. “Als ik dicht in de buurt van iets moois kom, moet ik niezen, ik heb een stofallergie”, grapt hij. “Maar ik hoef niet meer alles koste wat kost te hebben. Ik heb een aardige collectie opgebouwd, daar word je wel rustiger van. Bovendien komen veel platen steeds vaker vanzelf mijn kant op.”

De dj-set van Blue Flamingo

Ziya draait zijn 78-toerenplaten op een Garrard RC-88 uit 1957 met geïntegreerde buizenversterker en speaker. Voor extra versterking gebruikt hij een Fender Vibroverb, uiterust met twee G.E.C. KT66-buizen.


In 2011 trekt hij voor drie maanden ‘verder naar de roots’, naar Afrika, onder andere voor een nieuw project voor het Excelsior-label, waar hij momenteel aan werkt. Maar het gaat de Rotterdammer zeker niet alleen om het ‘scoren’. “Ik hoop vooral op mooie verhalen van mooie mensen met mooie muziek, die ik dan weer over kan brengen.”

Congo Jazz, de laatste plaat van DJ Blue Flamingo werd overigens ook uitgebracht op vinyl. Niet op schellak helaas, zegt Ertekin. “Dat zou commerciële zelfmoord zijn. Niemand heeft nog zo’n mysterieuze 78-toerenknop, dus zal niemand het draaien.”

De huiskamerset van Ziya Ertekin

Ertekin is als liefhebber van vintage-audio een frequent bezoeker van de tweedehandsrubriek op HiFi.nl. Zijn huiskamerset bestaat uit een Thorens TD 124 met een vintage Ortofon SPU-element voor vinylplaten en een vroege Ortofon Type-A element voor zijn 78-toerenplaten. Deze ‘loodzware’ elementen worden op hun plaats gehouden door een Ortofon SMG-212 toonarm. “Het lijkt hierop net of de monoplaten stereo worden. Ongelooflijk dat je dat geluid uit een 78-toerenplaat krijgt. Iedereen is verrast door dat geluid.” Zijn speakers zijn van Klipsch, eind jaren ‘50, zijn buizenversterker een Quad II uit de jaren ‘50. “Als het om platen gaat is vintage echt het beste werk. Ik heb de speakers wel eens uitgetest op een moderne versterker, maar dat klinkt voor geen meter.”

Zijn installatie is nu af, zegt Ertekin. Of bijna dan. “Wat ik ooit nog zou willen hebben is een EMT 930, een pick-up met geïntegreerde buizenversterker. De ultieme machine waarmee ik mijn laatste cd heb opgenomen. Ik ken een verzamelaar van EMT pick-ups, en die was zo vriendelijk om met een prachtexemplaar naar de studio te komen. Deze werden vroeger onder andere gebruikt door de radiostudio’s in Hilversum. Verder hoop ik ooit La Scala-speakers van Klipsch te bezitten. In combinatie met mijn buizen-Quad is dit het summum. Moet ik wel groter gaan wonen.”


 

EDITORS' CHOICE