REVIEWTAD

Specs en opbouw

DIT IS EEN PUBLICATIE VAN MUSIC EMOTION
Ruud Jonker | 03 januari 2015 | TAD
Dit artikel werd oorspronkelijk geplaatst op 05 november 2014

Wie een TAD beluistert, zal snel tot de conclusie komen dat de specificaties eigenlijk totaal oninteressant zijn. De bedoeling is om naar muziek te luisteren en niet naar specs. Daarom alleen de highlights. Het frequentiebereik loopt van 32Hz tot 100.000Hz. Die 32Hz is een redelijk harde grens, daarna is de afval 6dB. De gevoeligheid is 86dB en de impedantie 4 Ohm. Het gewicht, inclusief stand, is 62kg (46 en 16). Het systeem is dan 1.20m hoog, ongeveer 45cm diep en 36cm breed.

De naam monitor suggereert een kleine luidspreker en in principe is de Compact Reference niet onbehoorlijk groot. Door marktontwikkeling is de consument opgezadeld met steeds kleinere luidsprekers, want marketeers hebben in hun oneindige kortzichtigheid bedacht dat luidsprekers in een kamer zo klein mogelijk moeten zijn. Maar in de jaren zeventig en tachtig waren dit soort flinke afmetingen gebruikelijk voor luidsprekersystemen. Denk maar aan de weergevers van Magnat, B&W, KEF, Tannoy en TDL. De verdere gegevens en een uitleg over de techniek is te vinden op de TAD-site. Een ding is in ieder geval zonneklaar. Deze TAD-weergevers zijn van het type dat niemand voorlopig even nabouwt. Los van de gebruikte computertechnologie en geavanceerde technieken, hebben deze weergevers een absoluut USP (unique selling point) dat bij veel andere luidsprekers ontbreekt, of in mindere mate ontwikkeld is. Meer daarover tijdens de luistersessies.

Opbouw
Zoals altijd werden de TAD’s hier opgesteld en aangesloten op wat even voorhanden was. De basisgedachte is dat een echt goed product meteen de potentie openbaart. Daar is in alle redelijkheid een relatie met de akoestiek en de versterking. Een Ferrari voelt zich ook niet helemaal lekker binnen een woonerf. Maar voor de rest is er niets voor nodig. Geen speciale kabels, plateaus, cones of voodoo induced wijwaterkwasten. Op het moment dat er ontwerpfouten in een product, of een gebrek aan kwaliteit gecompenseerd moeten worden met dit soort kunst- en vliegwerk, is het einde zoek. Het simpele geheim van goed geluid is het vinden van de key-match tussen de versterker en de luidsprekers. Vervolgens moeten die luidsprekers dan op de juiste plaats staan in een omgeving met een goede akoestiek. Door de keuze van bronnen en de kwaliteit daarvan kun je dan opschalen in eindkwaliteit. Een elpee klinkt beter dan een mp3-bestand. Tussen cd-spelers zijn kleine verschillen in ruimte, dynamiek en klank.

In werkelijkheid zijn er meerdere goede matches te vinden tussen luidsprekers en versterkers. Dat geeft altijd subtiele of iets grotere accentverschuivingen. Sommigen noemen dat een ‘verschil in smaak’. Denken in ‘smaakverschillen’ ten aanzien van geluidsweergave past bij audiofielen die net komen kijken. De beste match benadert zo nauwkeurig mogelijk het geluid dat via de zogenaamde microfoonfeed komt. Eén op één met de microfoonfeed is feitelijk de hoogst haalbare vorm van realiteit binnen de huidige audioweergave. Aan de andere kant is het nagenoeg onmogelijk om een systeem samen te stellen dat alle geluidsmatige eigenschappen uit die feed volledig presenteert.

In dat opzicht is elk systeem een compromis en in zekere zin de weerslag van een keuze met betrekking tot welke eigenschappen het meest uit de verf moeten komen. De TAD Compact Reference CR1 heeft hier dan ook gespeeld met vijf verschillende elektronica-configuraties. Allemaal heel dicht bij die microfoonfeed, maar steeds met een net iets andere verdeling van de accenten over fundamentele geluidsmatige eigenschappen. Daarmee is het geluidsbeeld subtiel te manipuleren. Een aangesloten solid state powertrain accentueerde iets meer de enorme rust, zijnde een inherente eigenschap van de TAD’s. Een tube-configuratie schoof elementaire accenten wat meer in de richting van verder toenemend realisme. Om de prestaties van deze monitor werkelijk naar het allerhoogste niveau te krijgen, werd voor de gelegenheid elektronica uit de US ingezet. Een voorversterker en eindversterker uit het jaar 1956. Naast een zeer tot de verbeelding sprekende vintage set zo’n beetje het beste dat beschikbaar is. Zo kon het dus dat deze set overgenomen werd van een beroemde filmregisseur uit LA, een verzamelaar die al eerder materiaal voor de luisterruimte leverde. Met de A380 vanaf LAX (Los Angeles International Airport) naar Frankfurt en van daaraf verder. Ondertussen was alle technische informatie ook onderweg vanuit de VS. Na aankomst werd de apparatuur zorgvuldig teruggebracht naar de originele specificaties. Gerestaureerd, nagemeten en losgelaten op de TAD’s.

Al die moeite heeft minder zin indien de akoestiek tegenwerkt. De invloed van de akoestiek is key om een goed resultaat te kunnen bereiken. De luisterruimte hier is ontworpen op basis van akoestische adviezen van een bekend Duits bureau op dat gebied. De galmtijden zijn ideaal, net zoals de rest van de akoestische eigenschappen. Bij metingen staat er simpelweg een rechte lijn op het scherm. Dat werd bevestigd door de metingen met apparatuur van Trinnov. Alleen al op basis van de akoestiek klinkt vrijwel alles dat je hier neerzet erg goed. Dat maakt in principe nog niet meteen een goed geluid, maar biedt alleen een redelijk optimale startconditie. De Compact Reference is uiteindelijk gematched en getuned op een maximale holografische ruimtelijke weergave, een volledig amplitude-lineair frequentiebereik, maximale dynamiek, maximale detaillering, een zo realistisch mogelijke weergave van klank en op de factor ‘afwezigheid in de vorm van dat je naar elektronica luistert’. Dat leest allemaal heel simpel, maar hier is werkelijk alles uit de kast getrokken om een absolute ‘stellar performance’ te krijgen.

EDITORS' CHOICE