REVIEWPluto Audio

Vinyl Titanen

DIT IS EEN PUBLICATIE VAN MUSIC EMOTION
Jan de Jeu | 08 maart 2015 | Pluto Audio

Op een zaterdagmiddag in november stoppen er een half uur na elkaar twee auto’s voor mijn deur. Marco heeft Cock opgehaald in Rotterdam, Eddy volgt later maar heeft vanuit de Achterhoek dan ook beduidend meer kilometers moeten maken. Marco heeft een mooie lp van jazz zangeres Malia bij zich die hij graag op mijn installatie wil horen, Cock heeft de motor, de motorsturing en de bijbehorende voeding bij zich en Eddy draagt de grote doos met de zware draaitafel die nagelnieuw is. Na een korte koffiepauze vertrekken we naar mijn luisterruimte waar Eddy aanstalten maakt om zijn draaitafel op te gaan stellen. Mijn eerste gedachte bij het zien van het chassis is; dat is een heftig instapmodel. Die indruk wordt bevestigd wanneer ik het glanzend zwarte blok aluminium even oplicht van het audio rack.



Eddy is duidelijk een voorstander van zware massa loopwerken. Ook deze instapper lijkt gebouwd voor het leven. Mijn tweede gedachte geldt de afwerking van deze basis. Die is werkelijk subliem. Het bouwen van een Pluto Audio draaitafel is nog steeds puur handwerk en het overgrote deel van de onderdelen wordt door Eddy zelf vervaardigd, gepolijst en op minutieuze wijze met uiterst nauwe toleranties op elkaar afgepast. Het plateau is opnieuw zwaar en samengesteld uit diverse soorten metaal; de basis is roestvrij staal met een daarop vastgeschroefde koperen topplaat. De schroeven maken dat ik dit plateau niet zou willen gebruiken zonder een draaitafelmat. Eddy heeft diverse matten ontwikkeld en heeft een carbon fiber exemplaar meegenomen om tijdens de test te gebruiken. Zelf draai ik op het plateau van mijn TW Acustic Raven Two al enige tijd met een eveneens door hem ontwikkelde en geproduceerde dunne flexibele kopermat. Tijdens de test gebruik ik tijdens het luisteren dan ook mijn eigen kopermat. De carbonfiber mat gebruik ik alleen om mijn kopermat stofvrij te houden. Aan de onderkant van het plateau is te zien dat Eddy meerdere soorten dempingsmateriaal inzet, waaronder ebbenhout. Alle Pluto Audio draaitafels hebben een diamanten lager, dus ook dit onderdeel gaat een eeuwigheid mee. Opmerkelijk is het verkoperde deel van de lange, wat dikkere spindle. Het is één van de door Eddy uitgedachte manieren om statische elektriciteit af te voeren. In datzelfde kader verbind ik de aardedraad van de 12A met mijn Audia Pre voorversterker. Bij duurdere Pluto Audio modellen heb ik nog wel aanvullende maatregelen gezien zoals een kwastje op een statief dat de statische elektriciteit van de aandrijfsnaar afvoert. Voordat de snaar er om heen wordt gelegd wordt het zware plateau een zet gegeven.



Mede door de geringe wrijving blijft het lang doordraaien. Kopers van een Pluto Audio draaitafel kunnen er bij aanschaf voor kiezen om de draaitafel uit te rusten met één van de Pluto armen die Eddy kan leveren; de 2A, de 5A of de 9A. Maar het armboard kan aangepast worden voor iedere andere arm. Iedere analoog liefhebber weet dat de klank van een draaitafel gevormd wordt door de specifieke combinatie van loopwerk, arm, element en phono. Voor deze test wordt mijn eigen SME 309 arm compleet met mijn Lyra Delos MC element, met behoud van de ingestelde naalddruk, door Marco overgezet van de Raven Two naar de 12 A. Op deze wijze houd ik de arm/element combinatie waar ik klankmatig aan gewend ben constant. Ook de gebalanceerde interlink naar mijn eigen phono versterker, de ASR Basis Exclusive, blijft gelijk; de Cardas Golden Reference. Op deze wijze kan ik dus goed beoordelen wat het klankmatige effect is van het 12 A loopwerk, in combinatie met de bijbehorende motor. En daarmee kom ik aan bij een in de praktijk bij het samenstellen van een draaitafelcombinatie onderschatte factor; de aandrijving.  Als er al nagedacht wordt over de aandrijving dan beperkt zich dat vaak tot de vraag of er een AC of een DC motor ingezet zal moeten worden. Cock en Arnold hebben vanuit een totaal andere hoek naar het concept gekeken. Zij waren niet tevreden met de gelijkloop van de traditionele vormen van aandrijving. Allereerst vinden zij de in de praktijk gebruikte stroboscoop lampjes niet nauwkeurig genoeg bij het instellen van de juiste snelheid. Dat dit inderdaad het geval is demonstreert Cock op overtuigende wijze door eerst met mijn eigen exemplaar van een bekend Duits draaitafelmerk de snelheid van de motor in te stellen en vervolgens met de door Sonore AC ontwikkelde lamp nogmaals op de stroboscoopschijf te schijnen. Onder de eerste lamp leken de streepjes stil te staan maar onder de nieuwe lamp blijkt dat de streepjes veel minder strak zijn en de instelling nog minutieuzer plaats kan vinden tot ze daadwerkelijk stilstaan. De Sonore AC lamp ziet er uit als een slanke staaflantaarn met als leuke bijkomstigheid dat hij zichzelf inschakelt op het moment dat hij op zijn kop wordt gezet en dus met het lampje naar beneden schijnt. Tijdens het verfijnen van de instelling heb ik alle gelegenheid om de motorsturing wat beter te bekijken. Het rechthoekige kastje is door Eddy vervaardigd en voor een groot deel opgetrokken uit mooi glanzend zwart/grijs carbon. Buiten het kleine metertje zie ik een tuimelschakelaar om te kiezen tussen 33 en 45 toeren en drie drukknoppen; on/off, up en down. Dan laat ik mijn blik in de richting van de motor glijden.



Op het eerste gezicht lijkt het een gewone Pluto Audio motor te zijn zoals ik ze al jarenlang tegenkom op shows. Maar dat komt door de ongewijzigde behuizing. Binnenin huist wel degelijk de nieuwe, veel sterkere en ook zwaardere Taurus motor. Dat het een andere motor is kun je voelen door aan de motorpoelie te draaien. Normaliter voel je kleine schokjes, bij het ene merk wat duidelijker dan bij het andere. Ik noem geen namen. Maar geen enkele andere motor voelt aan zoals deze. Hier voel je geen schokjes, zelfs geen enkele weerstand; alleen een vloeiende beweging die samen met de kracht en controle van de motor zorgt voor een perfecte gelijkloop van het plateau.  Ook de vormgeving van de poelie is afwijkend van wat ik bij andere merken tegenkom. Tijdens de ontwikkelingsfase hebben Cock en Arnold gezocht naar de optimale vorm en bij Cock thuis heb ik eerder de diverse proefmodellen gezien. De definitieve versie is dunner dan welke andere mij bekende poelie ook en in het midden heeft hij een verdikking. Door deze vormgeving zoekt de dunne, platte, rubberen snaar na het aanzetten van de motor zelf de ideale positie. Tijdens de testperiode is hij overigens maar eenmaal aangezet waarna hij de rest van de tijd onafgebroken gedraaid heeft.

EDITORS' CHOICE