NIEUWSVitus Audio

Luisteren jullie in de prototype-phase naar de competitie?


Ruud Jonker | 05 april 2015 | Vitus Audio

Hans: Ja, altijd. Maar, vandaag de dag wat minder dan vroeger. We hebben een hoeveelheid referentie-apparatuur. Een nieuw prototype wordt daarmee vergeleken. Voordat je zoiets doet moet je je afvragen welke sound je nou eigenlijk zelf ambieert. Velen roepen dat een versterker neutraal moet zijn en werken als een ‘wire’. Maar, om eerlijk te zijn, er bestaat niet een echt neutraal product. Alles heeft een bepaalde footprint en deze heeft te maken met personality en taste. Een van de belangrijke punten voor mij is dat je niet kunt argumenteren over ‘smaak’ (Daar heeft uw recensent trouwens een heel andere opvatting over…).  ‘Some like them blond and some like…’.
Ik maak de beste versterker in de wereld en sommige luidsprekerfabrikanten zeggen iets vergelijkbaars. Voor mij zijn die uitspraken erg arrogant en ook niet waar. De reden is dat je niet kunt argumenteren over persoonlijke voorkeuren. Wat ik dan ook zeg, is dat ik de beste versterker maak ten aanzien van requirements die ik persoonlijk heb.



Welke zijn dan die requirements?
Hans: Dat is simpel. In principe houd ik van tube-amps. Ik speel gitaar en drums. Als ik gitaar speel, dan haat ik de klank van solid state. Alexander speelt dat ook. Hij kan zich geen tube-amp veroorloven, maar heeft een solid state met een ingebouwde dsp. Hij heeft dat ding al lang, maar leende op een dag mijn tube-amp. ‘Hoe heb ik al die tijd daarnaar kunnen luisteren’ was zijn reactie. Dat was eigenlijk het startpunt om zijn eigen elektronica te gaan ontwikkelen. In ieder geval doen tubes voor mij iets magisch. In het bijzonder in het midden en hoog, maar de lagere frequenties missen enige controle en resolutie. Vroeger probeerde ik daar een oplossing voor te vinden, maar ik kan niet designen met tubes, dus ik moest overstappen op solid state. Ik probeer nu het tube-geluid te mergen met solid state. Dat is belangrijk, want het luisteren naar muziek is voor mij een vorm van meditatie. Het geluid moet voor mij zo neutraal mogelijk zijn, maar niet steriel, vlak en saai want dan kan ik niet ontspannen. Maar zodra er goosebumps ontstaan, werkt het voor mij. We hebben goud geld uitgegeven aan meetapparatuur. We moeten namelijk compliant zijn met bestaande standaarden. Maar we hebben ook geprobeerd te meten wat we horen. Dat is een uitdaging. Onze producten moeten ook ‘repeatable’ zijn. De eerste versterker moet identiek klinken aan nummer 2000 op de productielijn, tien jaar later. Veel andere fabrikanten wisselen elk jaar van model. Dat doen wij niet.

Vitus klinkt mijns inziens tube-like, maar dan met een beter low end. Dat is jullie sound?
Alexander: Mijn versterkers hebben wat meer ‘open space’. Maar ook met wat minder punch en dynamics. Wat ‘softer’, maar in de goede zin. Uiteraard houd ik ook van power, maar de Alluxity versterkers zijn meer een lifestyle-product.

Zijn jullie concurrenten?

Alexander:  Nee, de producten van mijn vader zijn meer high-end en mijn producten combineren lifestyle met high-end.
Hans: Het zijn beide analoge versterkers, ik houd van analoog. Ook al bouwen we ook ‘digital’, ik blijf een liefhebber van vinyl. Alexander zijn versterkers zijn lifestyle, maar gebouwd voor high-end.



De phono-stage?
Hans: We hebben momenteel drie modellen, Reference, Signature en de MasterPiece die een two chassis unit is. Bij het ontwerp kijk ik niet naar wat anderen doen. Ik ben een verzamelaar en mijn vrouw heeft gevraagd om eens op te ruimen. Ze is al die dozen die stof staan te verzamelen een beetje zat. Maar, met die hele klassieke verzameling apparatuur luister ik vaak en ontdek wat anderen doen. Alexander luistert dan meestal mee. Het gaat dan om de alleroudste tube-versterkers tot hele nieuwe apparaten. Maar, daarna gaan we beiden onze eigen weg. Het kan mij niet schelen wat anderen doen en hoe ze het doen. Onze phono-stage is een 5-step. (Signature en MasterPiece) Dat doet niemand anders. De competitie roept wel eens dat onze stage meer ruis heeft, maar zij luisteren niet naar muziek. Daar word ik wel eens moe van. Ook sommige klanten roepen dat. Niet degenen die opgroeiden met vinyl, maar de moderne klant. Het is geweldig dat zij belangstelling hebben voor vinyl, maar het probleem ontstaat als ze gewend zijn aan cd, servers en digital. Dat is helemaal ruisvrij en dan verwachten ze dat platenspelers en de hele analoge keten dat ook zijn. Kun je dat dan ook doen? Ja, dat kan en dat is wat veel fabrikanten doen. Je kunt met filters werken, maar die stoppen niet alleen de ruis. Die stoppen ook de muziek. Wij ontwikkelen dus een 5-step phono-stage inplaats van een gebruikelijke 3-step, maar op de klassieke manier. Elk van de vijf aanwezige modules is volledig discreet. Sommigen zeggen dan ook ‘er zijn zoveel componenten in het signaalpad, het is veel beter om dat te verminderen’. Dat is bullshit. Het is namelijk afhankelijk van wat je ermee doet. Minder componenten is niet altijd beter. Dat zou zo zijn als componenten ideaal zouden zijn. De extra componenten compenseren dus de fouten in andere componenten.

Zoals Mark Levinson doet?
Hans: Ja, maar zij doen dat weer op een andere manier. Bijzonder is dat wij in de phono-stage geen global feedback hebben. Veel stages hebben een gain van 50.000 bij 50Hz. Dan wil je global feedback hebben. Wij hebben een S/N bij 50Hz van pakweg -70 tot -80dB. Door het traditionele design is onze phono-stage gevoeliger voor de omgeving. Sommige klanten zeggen: ‘jullie stage is iets minder stil’. Ja, maar je moet aandacht besteden aan plaatsing, kabels en de netspanning. De kabel van de toonarm naar de stage moet dus shielded zijn. Het gaat erom wat je wilt. Geen ruis en ook geen muziek? Er zit ook een probleem in veel moderne draaitafels en toonarmen. Die zijn ontwikkeld door personen die niet opgegroeid zijn met vinyl. Ze hebben geen enkel idee over ruis en de reductie daarvan, zelfs als het gaat om hele dure draaitafels. 

EDITORS' CHOICE