Luisteren naar de Musical Fidelity MX-DAC


Eric de Boer | 26 mei 2015 | Musical Fidelity

Zoals de vaste lezer van dit medium zal weten, recenseer ik ook veel muziek. Hifi is leuk, maar het blijft voor mij –en hopelijk ook voor velen van u- een middel om het doel te verfraaien: muziek. Onlangs recenseerde ik het debuutalbum Contours van het Rogier Telderman Trio. Erg fijne instrumentale jazz met een eigentijds karakter, waarvan ook de opname prima in orde bleek. De Musical Fidelity MX-DAC laat de openingstrack Goodbye, Monsieur Belkin van het album ruimtelijk horen. Duidelijk komt het vriendelijke karakter van de DAC naar voren, terwijl er aan attack en dynamiek geen gebrek is. De compacte nieuwe telg uit de MX-serie van Musical Fidelity geeft net wat meer breedte en diepte aan het geluid dan mijn eigen DAC, maar klinkt ook wat directer. Wisselen tussen de twee filters levert vrij weinig verschil op, hoewel de echo’s in de stand sharp rolloff net wat natuurlijker af lijken te nemen. De klank van Teldermans piano is natuurlijk en met een lichte nadruk op de fijne dynamiek weet de Musical Fidelity zich prettig en gedetailleerd aan de luisteraar te presenteren.

Een bevriende muziekliefhebber liet me onlangs kennismaken met enkele verzamelalbums op het label GRP, die hij bij me achterliet. Op de cd Sounds of ’94 staat een erg aanstekelijke collaboratie tussen Rob Wasserman, Les Claypool en Jay Layne, met als titel 3 Guys Named Schmo. Pure fusion, met de nadruk op de basgitaar. De MX-DAC geeft het spel van de heren strak weer, met wederom een fraaie stage. Bassen gaan diep, het geheel klinkt enorm gedetailleerd en weet vooral op vriendelijke wijze te vervoeren. De DAC dringt zich niet op, maar laat ongekleurd en vol detail de muziek horen. Wisselend van ongebalanceerd naar XLR, laat de MX-DAC zich net iets verfijnder horen, al is het verschil niet heel groot. De gebalanceerde uitgang geeft net een paar procent meer rust aan het geheel, iets dat ik al eerder had bemerkt.

Op vocaal gebied weet de MX-DAC met diezelfde vriendelijkheid te vervoeren. Op Sarah MacLachlans album Closer staat de track Angel, die filmfans zeker zullen kennen van de film City of Angels. De nogal intense en melancholische track klinkt vol dynamiek, zonder dat het hoog dichtslibt op de belangrijkste momenten. Van scherpte of een digitaal randje is geen enkel spoor, de Musical Fidelity MX-DAC biedt de muziek gelaagd en ruimtelijk aan. De echo’s in de opname vloeien op natuurlijke wijze af, terwijl de stage wederom overtuigt. De vele s-klanken in het nummer zijn nergens benadrukt. Warm van klank is de Musical Fidelity DAC niet, maar analytisch evenmin.

Wie denkt dat een recensent enkel audiofiel verantwoorde muziek geniet heeft het mis. Om het onderste uit de kan te halen en het de MX-DAC lastig te maken, haal ik het langverwachte album Live At The Opera van het Noorse black metal gezelschap Satyricon van stal. In 2013 trad het gezelschap op in het Den Norske Opera & Ballet te Oslo, met het 55-koppige Norwegian National Opera Chorus ter ondersteuning. Dat koor kreeg vooral op het tweede deel van het concert een grotere rol toebedeeld, en de combinatie slaagt goed op een track als Mother North, dat afkomstig is van het magnum opus van de band (Nemesis Divina uit 1996). De opname is verre van audiofiel, maar de snelle blastbeats, vuige riffs en niet te vergeten de snerpende vocalen komen via de Musical Fidelity MX-DAC prima tot hun recht. Er is nauwelijks sprake van versmering in het geluid door de enorme hoeveelheid informatie die de DAC moet verwerken, en de weergave is schoon en meeslepend, zonder klinisch aan te doen.

De MX-DAC is zoals eerder gezegd het eerste Musical Fidelity component dat DSD (via het DoP protocol, de huidige standaard) ondersteunt. Met Alan Parsons Project afgespeeld vanaf de laptop, in DSD 64. De DAC toont zich meteen beheerst, biedt veel rust en een hoge mate van dynamiek. Dat komt de luisterervaring ten goede, er is veel meer ruimte voor kleine details. Van het album The Turn Of A Friendly Card speelt de track I Don’t Wanna Go Home, waarbij het gitaarspel een stuk beter om het centrum van het geluidsbeeld wordt geplaatst dan wanneer ik het album in 24bit/96kHz stream over de Squeezebox. Snaaraanslagen zijn individueel hoorbaar en hebben een eigen hoogte in het klankbeeld. Het is een voorbeeld van de toegevoegde waarde van DSD, ieder aspect komt luchtiger naar voren. De Musical Fidelity laat ook hier een vriendelijk, niet opdringerig en verfijnd geluid horen, zonder kleuring. De filterstand laat ik wel op FIR-1 staan, want het geluidsbeeld zakt met FIR-3 nogal in, samen met de dynamische overdracht. Leuk voor achtergrondmuziek, maar meer niet.

EDITORS' CHOICE