REVIEWPro-Ject

Pro-Ject RPM 3 Carbon: luisteren


Ruud Jonker | 25 mei 2016 | Pro-Ject

Opbouw

Pro-Ject heeft de reputatie om draaitafels zoveel mogelijk in ‘plug & play’ vorm te leveren. Maar voor de RPM 3 zijn nog wat handelingen noodzakelijk alvorens te kunnen spelen. Deze draaitafel komt met het voortreffelijke Ortofon 2M Silver element, dat zich af fabriek al standaard in de shell bevindt. De trotse eigenaar zal aan zo’n totaal pretpakket niets tekortkomen. Pro-Ject levert elk denkbaar accessoire mee, waaronder een naalddruk meter, een overhang protractor, inbussleutels, een phonokabel en de power supply. Een uitgebreide visuele handleiding van IKEA-allure zou borg moeten kunnen staan voor een geslaagd samenbouwproject rondom uw Pro-Ject. Uw eigenwijze recensent heeft, naar goed gebruik, al deze fraaie tools en de handleiding natuurlijk straal genegeerd en is zelf aan de slag gegaan met de VTA, azimuth, de antiskating, de overhang, de zenith, de tracking force en de laterale balans. De handleiding voorziet in een duidelijke afstelprocedure voor de belangrijkste van deze parameters. Wie zich later verder verdiept in de analoge techniek zal merken dat er best nog wat extra instellingen met de arm mogelijk zijn.

De bijgeleverde ‘cartridge alignment protractor’ is van het two-point type. Over de ‘juiste’ overhang-instelling bestaan zeer uiteenlopende meningen, die allemaal onderbouwd zijn door mechanisch-wiskundige modellen. Voor het review is de Ortofon aligned via het one-point systeem, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat het erop leek of de vervorming enigszins hoorbaar toenam bij een afnemende afstand tussen de naald en de uitloopgroeven. Het fraaie van de Pro-Ject arm is dat vrijwel alle noodzakelijke afstellingen te maken zijn. Zelfs de zenith en de laterale balans zijn instelbaar (staat niet in de handleiding). De zenith kan ingesteld worden door de zijkant van het element parallel aan de lijnen op de protractor te zetten en is variabel vanwege de groeven in de headshell. De laterale balans kan ingeregeld worden omdat het contragewicht een excentrisch gat heeft. Sommigen vinden die laterale balans onzin, maar theoretisch kan het gebrek aan balans invloed hebben op de azimuth. Na de afstel-werkzaamheden is de RPM 3 nog even nagemeten met apparatuur van EMT. Daarmee kan onder andere de gewogen en ongewogen rumble worden gemeten, de wow & flutter (DIN 45 507) en de nauwkeurigheid van de gelijkloop. Voor dat laatste wordt de DIN 45545 Gleichlauf-Mess-Schallplatte ingezet, die een toontje geeft van 3150Hz. Deze Pro-Ject draaitafel geeft erg acceptabele meetcijfers en die vertalen zich uiteraard in de geluidsmatige prestaties.

 

De Ortofon 2M Silver is van het mm-type. De phono-versterker dient dus op ‘mm’ te staan en op de juiste capaciteit. Die is te vinden door de capaciteit van de spoeldraadjes op te zoeken (te vinden in het Ortofon spec sheet) en de capaciteit van de phonokabel daarbij op te tellen. De laatste kan zelf gemeten worden en als dat niet lukt kan al luisterend de juiste capaciteit op de phono-versterker geschakeld worden. Ook de gevoeligheid van de mm-ingang is op de meeste versterkers instelbaar. De 2M heeft een uitgangsspanning van 5.5mV.

Luisteren

Na al dit gemeet en gesleutel is het zo langzamerhand tijd voor de ‘audiofiele Fanta fruitexplosie’. Om als recensent enigszins verantwoord bezig te zijn, dient een draaitafel natuurlijk controleerbaar volgens de regelen dezer duistere kunst afgesteld te worden. Maar, er zijn in ons land lieden die zo’n elementje vastschroeven, even aan wat knoppen draaien en volledig op het gehoor de juiste instelling vinden. Daar zit iets in, want feitelijk kun je natuurlijk na vijf rondjes horen of een draaitafel goed is ingeregeld. Zoals hier gebruikelijk werd er rondom deze Pro-Ject een volledig nieuw systeem gebouwd. Omdat de ambitieuze Pro-Ject Phono Box ‘RS’, inclusief accuvoeding, ook aanwezig was heeft deze deelgenomen aan de review. Het fraaie is dat deze versterker ook een Decca-curve kent. Voordat de Recording Industry Association of America in 1954 de gestandaardiseerde RIAA-curve vastlegde, hadden de platenlabels vanaf pakweg 1926 (de constant velocity characteristic van de Western Electric disc cutter) allemaal hun eigen type correctie. De (tube) voorversterkers uit die tijden hadden op de phono-ingang dan ook de meest gebruikelijke curves voorhanden. Elke plaat kon dus met de juiste curve afgespeeld worden. Met de Pro-Ject RS kunnen dus Decca-records, die dateren van vóór 1954, beluisterd worden. Prima voor als u nog een verzameling oude Decca’s ter beschikking heeft.

De RPM scoorde meteen punten. De uitdaging van Saint Saëns’s Orgel Symphonie (DGG 2530 619) zit natuurlijk in de magistrale entree van het, in dit geval, door Gaston Litaize bespeelde orgel in de kathedraal van Chartres. Die exercitie wordt door de RPM overtuigend neergezet. Het orgel klonk zeer overtuigend met veel power en kracht in het laag. Ook Alfred Brendels interpretatie van Beethovens Pianoconcert No.2 in B Flat kwam goed uit de verf (Turnabout/Decca TV34206S). De vleugel bleef strak klinken en werd met het nodige ‘gewicht’ weergegeven. Hetzelfde kan opgemerkt worden over Vladimir Ashkenazy, die Pictures at an Exhibition speelt vanaf Decca SXL6328. De dynamiek en stage-presentatie vanaf de RPM 3 zijn erg goed. De stage is diep, klinkt ver buiten de luidsprekers en is afhankelijk van het programma-materiaal soms 8 meter breed. De Ortofon 2M-Silver is dynamisch, neutraal, gedetailleerd en subtiel in het hoog.

Het middengebied wordt fraai weergegeven. Dat leert de track ‘Als Flotter Geist’, uitgevoerd door Fritz Wunderlich, maar zeker ook materiaal van Frank Sinatra. Wie op zoek is naar een spectaculaire opname, draait ‘Den Signade Dag’ vanaf Proprius 7763. Jazz komt geloofwaardig uit de verf met onder andere Bill Evans, Toots Thielemans en Marc Johnson op de elpee Affinity (Warner WB 56 617). De bas van Johnson wordt hier zeer fraai neergezet. Een belangrijke eigenschap van deze Pro-Ject is dat de muziek levendig en betrokken wordt gepresenteerd. Er zijn absoluut draaitafels die nog stabieler draaien, een ‘zwartere’ achtergrond hebben en nog minder rumble. Maar sommige van die modellen klinken vaak levenloos en saai. Andere geperfectioneerde draaitafels klinken vaak als een cd-speler en de analoge kwaliteiten (welke dat ook moge zijn) zijn ver te zoeken. In het hoog en midden laat de RPM 3 weinig te wensen over, waarbij opgemerkt mag worden dat de arm in staat is om nog veel kostbaarder elementen te huisvesten (tussen de 5-9 gram). Het laag klinkt ook voortreffelijk. 

EDITORS' CHOICE