ARTIKEL

Pagina 2


Ruud Jonker | 22 februari 2017 | Fotografie Fabrikant

De TechDAS Airforce III is een spin-off van het topmodel Airforce I. TechDAS is een merk van Stella Inc, een bekende Japanse importeur van high-end apparatuur. De Japanse high-end is mega. Er is geen andere markt in de wereld waar muziekliefhebbers, audiofielen en verzamelaars van vintage en moderne apparatuur zo dedicated zijn en zoveel kennis van zaken hebben. Uiteraard lopen hier ook enkele lichtelijk gedérailleerde audiofielen rond, zoals de uiterst vriendelijke, té rijke en charmante Japanner die ondergetekende elk jaar ontmoet. De brave man trekt dan een fotoboek uit zijn colbertje. De foto’s tonen zijn huis in Tokyo, met vijf luisterruimtes. Elk jaar koopt hij weer een hele batch met vintage top equipment van Fisher, McIntosh, Acrosound, Western Electric, Altec en andere merken. Vervolgens is aan uw auteur steevast de vraag welke van al die versterkers nou het beste zijn…

Stella Inc. besloot om een eigen draaitafel te willen hebben, in een (Japanse) markt waar de allerbeste draaitafels van de wereld beschikbaar zijn. Dan gaat het vooral om EMT, Thorens, Garrard, Lenco, Technics (SP-10), enkele topmodellen van Denon (DP-100M), Sony (PS-X9, PS-6750 en PS-8750) en een enkele uitschieter van Micro Seiki en andere merken. Stella wil de allerbeste audioproducten ter wereld bouwen. Momenteel leveren ze vanuit de housebrand ‘TechDAS’ drie draaitafels, phono-cartridges, digitale producten en een aantal accessoires. De ontwikkelingen bij TechDAS leunen op jaren ervaring vanuit Micro Seiki. Hideaki Nishikawa werkte bij Micro Seiki als technisch manager en had het gevoel dat de daar toegepaste technieken niet volledig uitontwikkeld waren. Dat zult u ongetwijfeld ook ervaren hebben als er zo’n Micro Seiki nog in huis staat.

De opdracht van Stella Inc. aan Nishikawa was dan ook om de beste analoge draaitafel in de wereld te maken, maar wél met enigszins normale afmetingen. Het voert te ver om diep in te gaan op alle essenties van de Airforce I maar, los van het extreem hoge niveau van engineering, zitten de belangrijkste geheimen in de drievoudige toepassing van pneumatische techniek. Het plateau draait op een luchtlager, het vinyl wordt vastgehouden door een vacuum disc suction system (en ligt daardoor volledig vlak) en de suspensie werkt eveneens op lucht. Dat laatste geeft meteen de mogelijkheid om de dempingskarakteristieken aan te passen. De netto opbrengst van al die technologie is uiteraard dat je een draaitafel hebt ontworpen die volledig vrij is van nagenoeg elke vorm van interne en externe trillingen en resonanties. Voor het geluid betekent het simpelweg dat je, tot op microdetail-niveau, alleen maar hoort wat er op de plaat staat.

De extreme stilte en bodemloze signaal/ruisverhouding zijn dan ook de eerste eigenschappen die opvallen bij het beluisteren van een TechDAS. Dat snaaraangedreven geluk weegt dan zo’n 80 kilo en vraagt dus om een iets steviger IKEA-tafeltje. Zoals gebruikelijk volgt er na de annoncering van een topmodel een enigszins uitgekleed model binnen een wat behapbaarder budgetklasse. TechDAS zelf ziet de AF2 en AF3 overigens absoluut niet als een ‘stripped down’ AF1. In ieder geval verscheen de TechDAS Airforce II. Deze heeft, net als de AF1, support voor twee tonearms, maar een hydropneumatische 4-tower suspensie. Bij de AF1 is een volledig elektronisch geregelde 3-tower pneumatische suspensie.

Airforce III

De AF1 en AF2 zijn feitelijk nieuwe ontwerpen, maar wél gebaseerd op de core-technologies die Micro Seiki in haar modellen toepaste. Voor de hier aanwezige Airforce III greep Nishikawa terug op een bestaand design van Micro Seiki. Er zijn verschillende oude Micro Seiki-modellen die doen denken aan de AF3, zoals de RX-5000. Maar de meeste overeenkomsten zijn te vinden in de RX-1500. De RX-1500 is een loopwerk met de mogelijkheid om vier tonearms te monteren. De hoogte-instelling gaat met vier voeten, die vanaf de bovenkant met een schroevendraaier te tunen zijn. Bij de AF3 gaat dat via een hex-key. Bij de RX-1500 is de motorunit los, maar kon ook vast aan het loopwerk worden gemonteerd. De RX-1500 FVG had ook air bearing en vacuum hold. Voor de 1500 waren eveneens meerdere plateau’s beschikbaar (bronze en aluminium). Het suspensie-systeem van de 1500 is vergelijkbaar met dat van de AF2 en AF3. In principe is het hydropneumatisch. De RX-1500 heeft de afmeting van een elpee-hoes en datzelfde geldt voor de AF3.

De Airforce III beschikt in principe over dezelfde air control technologie als de AF1. Het mainframe is gebouwd van een blok aluminium en weegt 18 kilo. Het plateau voegt daar 9 kilo aan toe en de verschillende mounts voor de tonearms en de armen zelf verhogen ook het gewicht. Fully loaded, maar nog exclusief de losse motorunit (4.6 kilo) staat er dan zo’n 30 kilo. Daar loop je niet echt even twintig meter mee. Voor de verschillende tonearms zijn boards beschikbaar. Ook 12-inch armen zijn mogelijk, maar dat is méér mode dan dat het praktisch nut heeft. TechDAS heeft voor de AF3 verschillende plateaus in ontwikkeling en later dit jaar komt er een separate ‘insulation table’. Maar, u kunt de AF3 natuurlijk ook nog op een Vibraplane (van Kinetic Systems) zetten. De hier geleverde AF3 werd besteld met een Graham Phantom Elite tonearm en de daarvoor geschikte arm mount. Stella in Japan is onder andere importeur van Graham Engineering. De compressor-unit (7.8 kilo) is in een zwarte metalen behuizing. Doorgaans vindt deze een plaatsje achter het rack. Deze unit is volledig stil. De motorunit staat links van het mainframe en drijft via een riem het plateau aan. De snelheidsregeling vindt plaats middels een oscillation circuit en is plus of min 0.1 rpm regelbaar door de gebruiker. Dat is een geweldig feature, want niets is zo ‘annoying’ als het luisteren naar een klassieke gitaar of vleugel, waarbij de pitch iets afwijkt.

Opbouw en inregeling

Van de opbouw van de Airforce III in luisterruimte 2 is een live-fotosessie gemaakt, waarvan enkele beelden afgedrukt zijn bij dit artikel. Specifiek voor die fotomomenten is een scratch-cartridge in de headshell van de Graham geplaatst. Het is namelijk te risicovol om tijdens de hectiek rondom computergestuurde belichting, reflectieschermen, camerastandpunten en het manipuleren van de vast te leggen objecten met een phono-cartridge van 14K te gaan werken. In de second run zijn de voor de review gebruikte phono-cartridges gemonteerd en volgens de regelen der kunst aligned en ingemeten. In principe met inregelapparatuur van Acoustical Systems en Clearaudio, waarmee de onlangs besproken Kronos ook werd ingeregeld.

Metingen zijn verricht met Tektronix-apparatuur en meetsystemen van EMT, samen met de bekende DIN-testplaten. De TechDAS en de Graham tonearm zijn beide voorbeelden van een uiterst gebruiksvriendelijke manier om de opbouw en inregeling te doen. Dat staat ook duidelijk beschreven in de manuals. Toch is het opbouwen en inregelen een klus die u bij voorkeur uit laat voeren door de dealer. Er is slechts een handjevol personen in ons land die analoge systemen van dit niveau op kunnen bouwen en inregelen. Zo’n dealer waarvan de wieg naast de draaitafel stond en niet iemand wiens geboorte remote door een app werd aangestuurd. Daarnaast krijgt u bij dit prijsniveau deze expertise en deze service gewoon aangeboden. Niets is eigenwijzer dan een draaitafel aanschaffen met de kwaliteiten van een TechDAS en dan luisteren naar een performanceniveau van 65%, omdat u zelf meent te moeten gaan hobbyen.

Zonder de volledige opbouw en inregeling te beschrijven is het toch aardig om een aantal highlights daarin te duiden. Het plateau wordt voorzien van een tweetal inschroefbare ‘ankers’. Daarmee til je dit zware voorwerp op het lager. Tussen het plateau en het mainframe zit namelijk geen ruimte. Je kunt het plateau dus niet met je handen vasthouden en over het lager plaatsen. Vervolgens trek je met een tool het lager iets naar boven. Daarna wordt de spindle geplaatst en vastgeschroefd. Het plateau draait daarna niet vrij rond. In operationele toestand drukt de airbearing het plateau 30 micron omhoog, zodat het vrij kan bewegen.

Na het plaatsen van de arm mount kan de Graham worden bevestigd. Deze arm heeft een puntlager in een oliebad. De punt is van carbide, heel sterk maar uiterst bros. Bij alle manipulaties die nodig zijn mag die punt nooit met een klap op het contradeel van het lager terecht komen. De carbide-punt breekt dan. De armtube van de Graham is los en heeft een vaste shell. Dat maakt het monteren van een phono-cartridge aangenamer en minder tricky. Daarna kan de arm op het lagerhuis worden geschroefd. Maar eerst wordt de motor geplaatst en de riem gemonteerd. De juiste spanning kan ingeregeld worden door de afstand tussen motor en mainframe te kiezen, vervolgens door de motor te sliden in de behuizing en de tension is ook nog elektronisch in te regelen op de AF3. Motorunit en mainframe moeten vervolgens waterpas staan.

Elk arm-mount-punt heeft een zwart dekseltje. Na het afschroeven past in het gat een bijgeleverde hex-driver, waarmee het mainframe waterpas kan worden gezet. Idem voor de motor, maar dan zijn er drie instelpunten zonder dekseltjes. De compressor maakt contact met het mainframe middels een multikabel voor de logic en een tweetal luchtslangen. Die hebben ieder een cijfertje. Bij verkeerd aansluiten is het theoretisch mogelijk dat het plateau muurvast aan het mainframe wordt gezogen na het activeren van de vacuum hold en de plaat tegen het plafond wordt geslingerd bij het starten van de compressor. Zet vooral ook de slangklemmen vast. Als de lagerslang losschiet, dendert het plateau van 30 micron hoogte naar beneden. Dat is minder plezierig voor de cantilever. Hoe u de slangen aansluit is uiteindelijk afhankelijk van uw ambitieniveau.    

EDITORS' CHOICE