René van Es | 07 april 2001 | North Star Design

Welke ingang?

De M192 is aangesloten op een Sony Minidisk speler via een optische koppeling met een Audioquest kabel. Verder heeft heel even een Marantz CD-63 SE als loopwerk dienst gedaan, maar het gros van de luistertesten heeft plaatsgevonden met een licht gemodificeerde Teac VRDS-1 voorzien van een Trichord Clock 2. Het loopwerk is zowel direct aangesloten via de optische TOSLINK als via de S/PDIF cinch connectie. Daar werd een Soniclink Silver Pink gebruikt. Om tot een optimaal ingangs signaal te komen is tussen loopwerk en DAC gebruikt gemaakt van een Monarchy Audio DIP Mk II. De DIP wordt enerzijds verbonden met de Teac via een Van de Hul The First digitale kabel en van DIP naar DAC met een zelf gemaakte Puresonic gebalanceerde kabel die toelaat dat de AES/EBU interface wordt aangesproken. De DIP heeft wel degelijk een positieve invloed op de kwaliteit van het signaal en op elke DAC met een AES/EBU interface (PS Audio, Monarchy Audio en North Star) is die ingang steeds te prefereren geweest. Waar dus geen expliciete melding is gemaakt van de gebruikte interface in de tekst is AES/EBU gebruikt. De DAC werd verbonden met de versterker via Van den Hul The First kabels en gebruikte luidsprekers waren dit maal mijn eigen Focal B400`s en ter beschikking gestelde JMLabs Micro Utopia`s. De versterker combinatie is onderhand bekend, Sphinx voortrap en Monarchy Audio eindversterkers. Kabels verder van Supra en Ocos. Getracht wordt altijd tijdens een recensie het aantal variabelen te beperken, zodat de eigenschappen van het apparaat naar voren komen en niet de eigenschappen van alle gebruikte randapparatuur.

N.b. De keuze om de M192 aan te sluiten via een Digital Interface Processor komt voort uit het feit dat de ter vergelijking opgestelde DAC`s of in het geheel niet of positief (nooit negatief) reageren op het tussenschakelen van dit apparaatje. De M192 heeft intern ook een jitter killer, dus noodzakelijk lijkt het niet voor de M192. Er is ook geluisterd zonder de DIP, waarbij de beschreven eigenschappen van de M192 overeind blijven.

En dan ……… muziek

Gelukkig is de techniek zover voortgeschreden dat wij ons niet meer hoeven te schamen voor het luisteren naar cd. De begintijd met 14 bit D/A converters ligt ver achter ons. Dus met een gerust hart gaan de zilveren en soms gouden schijfjes het loopwerk in. De Audio Alchemy DAC gaat als eerste terzijde. Het geluid is erg direct en mist ruimte en details. Dan gaat de PS Audio aan de kant, die is weliswaar erg ruimtelijk maar moet het in de detaillering afleggen tegen de Monarchy Audio die inwendig een betere chipset heeft en een heel andere filtertechniek gebruikt. Vergelijkingen zijn veelal gemaakt tussen de MA met 20 bit Burr Brown converters en de M192. Elk van deze twee apparaten kan in zijn waarde worden gelaten, al zijn ze duidelijk verschillend in opzet. Wel redelijk vergelijkbaar in prijs, waarbij de North Star de voordeligste is en verkrijgbaar in Nederland. De MA is alleen rechtstreeks in de USA te koop.

De North Star kun je als recensent heerlijk mee spelen. Met en zonder upsampling, optisch en XLR ingang. Vier keuzes met elk een eigen geluid. Om met de minste optie te beginnen, de optische ingang zonder upsampling. Hier is de North Star niet spectaculair. Gewoon een brave DAC die veel van de huidige betere cd spelers als gelijkwaardige concurrenten mag zien. Het geluid is wat recht voor zijn raap, plaatst goed en is levendig. Maar goed hoorbaar is een digitaal randje in het geluid. Schakel je de upsampling in, dan komt er meer ruimte, wordt het geluid analoger, het scherpe randje gaat eraf en het klinkt allemaal wat makkelijker. Alsof de muzikanten het instrument beter beheersen en meer ontspannen spelen. Heel fraai is een zelf van cd opgenomen minidisk van The Weavers die door upsampling ineens een heel nieuwe dimensie krijgt. Met de North Star is minidisk wel heel erg de moeite waard geworden. Een helaas ondergewaardeerd medium. De Sony kent geen cinch uitgang, beter aansluiten kan dus niet.

Ga je optisch vergelijken met elektrisch dan is die laatste de winnaar. Maar niet in het minst door de toegepaste DIP en de gebruikte XLR ingang. Het geluid wordt dieper, het laag gaat dieper en schoner, het geheel wordt transparanter. Ook hier is het verschil tussen 16/44 en de 24/192 stand significant. Hetzelfde gaat op als bovenstaand, meer ruimte, meer analoog en makkelijker zijn trefwoorden die ik in de aantekeningen terug lees. Meer sfeer omdat het harde en directe eraf gaat.

Laten we eens een paar cd`s bij de kop nemen. Het in mijn ogen meesterwerk van Rachell Ferrell, First Instrument laat een indruk achter die maar deels positief is. Het slagwerk staat heel mooi in de kamer en de tonen klinken lang door, maar het geheel is een beetje doods. Verder hebben de instrumenten niet altijd een duidelijke plaats. Terug naar 16/44 komt er leven terug, is de plaatsing beter, maar dat gaat ten koste van sfeer en gemak. Hetzelfde eigenlijk met Holly Cole. Van haar cd Temptations is met upsampling het nummer Little Boy Blue een drukke bedoening. De prominent aanwezige bas staat in Holly`s nek te hijgen, terwijl het gehele geluidsbeeld wat verder weg staat. Weer terug naar 16/44 gaat de bas naar zijn eigen plaats en schuif je als het ware een aantal rijen naar voren in de zaal. Maar weer ten koste van gemak. Levendigheid tegenover easy listening.

Weinig voorkeur is te ontdekken voor een bepaalde soort muziek. Klassiek gaat er schitterend doorheen, pop, easy listening, jazz, de kast raakt aardig leeg op een lange luisteravond. Opvallend dat ook na lang luisteren en geen storende zaken te horen zijn. Het geluid is aangenaam en bied een fraai uitzicht op de artiest. Detail is aanwezig, lucht en ruimte blijven hangen en onder het genot van een glas Schots vocht schuiven dames als Holly Cole, Patricia Barber, Patricia Kaas en Cassandra Wilson voorbij. Jaap van Zweden mag wederom met Locatelli laten zien wat een viool zoal vermag en de Vier Jaargetijden laten huiveringen in de winter en loom luieren in de zomer bijna tot leven komen. Zowel op de JMLab`s als op de Focal`s blijft het eindresultaat goed overeind ten opzichte van de concurrentie van de andere DAC`s. Plaatsing blijft in de 24/192 stand wat rommelig en in elkaar gedrukt. Maar de winst op andere punten (zie boven) is evident en dus laten we het zo.

EDITORS' CHOICE