REVIEW


Jan de Jeu | 16 juli 2001 |
Superlink versus Coaxiaal

In het nummer “Ghosts” van Holly Cole lijkt de synthesizer wat minder aanwezig wanneer gebruik gemaakt wordt van de coaxiale verbinding. Opnieuw; het gaat om nuances, de presentatie blijft overeind.

Overgeschakeld van Superlink naar coaxiaal klinken de brushes in “Loving you” van genoemde Billie Holliday wat minder zwaar; alsof het soortelijk gewicht plotseling afgenomen is. Ook het specifieke geluid van de dobro in nummer 12 klinkt via de Superlink het meest natuurgetrouw.

CEC DAC in combinatie met Rotel transport

Het Rotel RDP980 transport is het enige transport dat Rotel ooit gemaakt heeft en is al enige tijd niet meer leverbaar. De verschillen met het CEC transport liggen op het gebied van de aandrijving en de digitale output opties. Er wordt gebruik gemaakt van een Philips CDM 9 laadmechanisme terwijl er twee S/PDIF outputs zijn; coaxiaal en toslink. In dit geval wordt er slechts gebruik gemaakt van de coaxiale verbinding middels een kabel van Audioprism.

De cd van Billie Holiday ligt nog op tafel en daar wordt dan ook een begin mee gemaakt. “I wished on the moon” lijkt iets minder rust te genereren dan de CEC combo via dezelfde coaxiale Audioprism verbinding. “Moonlight in Vermont” klinkt even ruimtelijk als altijd.

Diana Krall heeft bij mijn weten geen slechte cd’s gemaakt maar mijn onmiskenbare favoriet is “When I look in your eyes” op Verve 050 304-2 uit 1999. Een stem, even aantrekkelijk als het uiterlijk van de vrouw op het cd hoesje doet vermoeden, begeleid door vakkundige musici en met liefde voor muziek opgenomen. De gitaar, een moeilijk op te nemen snaarinstrument, komt in het titelnummer “When I look in your eyes” zeer natuurgetrouw over. De stem en mondbewegingen van mevrouw Krall, compleet met het geluid van haar ademhaling en het sluiten van de lippen aan het eind van een zin komen life-like bij mij binnen. Bij “I’ve got you under my skin” gebeurt het tegenovergestelde van wat de titel impliceert; ik voel haar onder mijn huid kruipen waarbij de piano die zij bespeelt als een grote glanzende klankkast rechts uit het midden voor mij blijft staan. Ook harp, gitaar, bas en percussie zijn goed te plaatsen. “I’ll string along with you” maakt altijd dat ik een goed gevoel over mezelf krijg en ook bij deze transport / dac combinatie gaat dat weer op. Oh, those brushes! De manier waarop Diana “faults” uitspreekt; licht slissend; brrrrrr, kippevel. Doorklinken en uitsterven van tonen. Ook hier lijkt sprake te zijn van een fractie minder rust dan bij de coaxiale verbinding tussen de beide CEC’s het geval was.

Wanneer Jeanie Bryson als zangeres niet de naam van haar moeder maar die van haar vader Dizzy Gillespie aangenomen had, zou haar naam misschien wat bekender zijn bij het grote (jazz) publiek. Dat enige bekendheid zeker op zijn plaats is bewijst zij op een cd uit 1996 getiteld “Some cats know” waarop zij songs van Peggy Lee zingt. Het Telarc label staat garant voor de opnamekwaliteit van deze onder nr. cd-83391 uitgebrachte cd. Op “Why don’t you do right?” klinkt de tenorsax van Red Holloway heerlijk “vet” terwijl in “You’re my thrill” miss Bryson me het gevoel geeft dat we samen dansen op de klanken van een latin orchestra waarin de acoustische gitaar van John Chiodini wel griezelig echt is. Zelfs het uitgesabbelde “Fever” weet Jeanie weer aantrekkelijk te maken,daarbij geholpen door de gestopte trompet van Ronnie Buttacavoli en de drums van Harold Jones. De tonen van de piano in “I’m in love again” sterven langzaam uit en als ik mijn ogen sluit zie ik de piano staan.

Een prachtige sfeervolle winter cd is die van het Noorse trio Kari, Ola & Lars Bremnes getiteld Soloye, uitgebracht in 2000 op het Noorse label Kirkelig Kulturverksted onder nr. fxcd 232. Het Noors, met uitzondering van enkele woorden zoals de titel van het laatste nummer “September”, zal voor de meeste bezoekers van deze site niet te volgen zijn. De kracht van deze cd ligt evenwel in de mooie sonore mannenstemmen, de schitterende vrouwenstem van Kari, de sfeer en de uitmuntende opnamekwaliteit. Zelf blijf ik de voorkeur geven aan de solostukken van Kari,zoals in het begin van het vijfde nummer “Lofotvals” De CEC / Rotel combo zet een mooi beeld neer met doorlopende tonen in het hoog, het middengebied en de bas, slechts beperkt door de ondergrens van mijn Sonus Faber Concerto’s. Ook al is de term beperking eigenlijk niet op zijn plaats. Zeker niet wanneer je bij nummer zes, “Umulig Sang”, de basdruk lijfelijk voelt.

EDITORS' CHOICE