ARTIKEL

Alles over platenspelers - pagina 2

De platenspeler: de arm

Om een plaat correct af te kunnen tasten, moet het element correct in een toonarm gemonteerd zijn. De meest voorkomende arm is opgebouwd uit een lager (al dan niet cardanisch), een armbuis en een elementhouder (headshell) die soms afschroefbaar is en soms ook uit één stuk met de arm is vervaardigd. Om met de ronde vorm van de plaatgroef mee te kunnen bewegen, is die elementhouder bij een goede platenspeler altijd onder een hoek geplaatst. Het element zelf wordt hierin ook onder een bepaalde hoek en op een bepaalde afstand vanaf het armlager gemonteerd, om een optimale aftasting van de hele plaatgroef te kunnen verkrijgen.

Die instelling is altijd een gemiddelde, want aan het einde van een lp is die aftasthoek altijd anders dan aan het begin van de plaat. Wanneer een element correct is gemonteerd, resulteert dat in een onvervormde weergave van de lp op ieder punt van de plaat. Hoe beter de arm is geconstrueerd en hoe minder gevoelig deze is voor trillingen van buitenaf, des te fraaier is de weergave van je vinyl. Een goede armlengte en een qua specificaties goed passend element zijn natuurlijk onontbeerlijk voor het bereiken van goede weergave.

De platenspeler: het draaiplateau

Het draaiplateau van een platenspeler is ook belangrijk voor de uiteindelijke weergave. Immers; trillingen vanuit de motor, het lager of andere omliggende factoren worden via het draaiplateau direct door het element opgepikt, wat vervorming tot gevolg heeft. Er zijn diverse materialen waarvan draaiplateaus zijn vervaardigd, die naar gelang de stijgende prijsklasse van de platenspeler ook luxer (lees: doder of inerter) worden. Veel platenspelers kunnen nog wat winst halen in de weergave door een materiaal-upgrade uit te voeren (zoals bijvoorbeeld acryl te gebruiken in plaats van aluminium of MDF) of door toevoeging van een platenspelermat van bijvoorbeeld leer of kurk. Hou er wel rekening mee dat door het toevoegen van een mat met een andere hoogte, ook de armhoogte opnieuw afgesteld moet worden om het element onder de juiste hoek te laten afspelen.

Ieder draaiplateau draait rond met een lager in het centrum en wordt direct (met de motor aan de middenas verbonden) of indirect (via een zogeheten tussenwiel dat het draaiplateau voortstuwt of met een snaar die het draaiplateau met de motor verbindt) aangedreven. Die laatste vorm is de meest voorkomende. Hoe beter de motor is geconstrueerd en hoe minder er frictie optreed door de lagerconstructie, des te beter zijn de klankmatige resultaten. Ook moet de motor een goede gelijkloop hebben en precies 33 1/3 of 45 rotaties per minuut halen.

De platenspeler: de basis

Elke reguliere platenspeler is opgebouwd met een verbindend element tussen de aandrijving, het draaiplateau en de armbasis. De afstand tussen de onderdelen moet natuurlijk kloppen en wat is er makkelijker -en goedkoper—dan een enkele basis of plint waarop of waarin al deze elementen samenkomen. Nu is ook de basis van de platenspeler van belang voor de weergave, want wanneer de motor trillingen afgeeft aan de arm via de plint waarop deze gemonteerd zijn, komt dat natuurlijk ook weer terug in de weergave.

Gelukkig zijn hiervoor vele oplossingen bedacht die ervoor zorgen dat er ontkoppeling optreedt: van simpele rubber ringen tot aan een subchassis constructie, waarbij arm en draaiplateau zwevend in de plint/ basis zijn opgehangen. Echt luxere platenspelers kunnen voorzien zijn van een aandrijving met magneten of één of meer motoren die buiten de platenspeler zijn opgesteld. Allemaal om een nog beter weergave te kunnen garanderen.

EDITORS' CHOICE