Ren van Es | 11 december 2003 | Bang & Olufsen

Bang en Olufsen Beolab 5De Digital Signal Processing (DSP) in de Beolab 5 heeft een belangrijke functie. Het zojuist genoemde afstemmen van de speaker op de ruimte is er n van. Verder neemt DSP de taak van een conventioneel scheidingsfilter en een analoog/digitaal converter over. DSP controleert ook de werking van de elektronica in de kast en bewaakt de temperatuur van de spreekspoelen van de units. Niet alleen in de vorm van beveiliging, nee DSP corrigeert de weergave als de temperatuur van de spreekspoel stijgt of daalt. Wat veel mensen niet weten of waarvan ze het effect onderschatten is dat een speaker anders gaat klinken naarmate de temperatuur in de spreekspoel verandert. En DSP vormt de volumeregeling die rechtstreeks op de speaker plaatsvindt en niet in een losse voorversterker of in een digitale bron.

Achter de DSP unit staan er vier separate eindversterkers ter beschikking die in totaal per kanaal 2500 watt leveren. Om dat enorme vermogen te bereiken was een nieuwe technologie noodzakelijk. Die van ICE Power. ICE Power heeft een zeer hoog rendement en daarom is koeling haast geen issue. 90% van de energie gaat naar de units en slechts 10% gaat verloren aan warmte. Voor de bass unit is 1000 watt beschikbaar, voor de lage tonen weergever 1000 en voor de tweeter en de middentoner elk 250 watt. Meer dan voldoende, zelfs voor grote ruimtes. De schakeling van ICE Power is een klasse D schakeling. Dankzij ICE Power en het vermogen van 1000 watt voor de woofer kan die tot 12 Hertz weergeven. Een sub voor home cinema compleet overbodig makend, waarbij de conus van de woofer 2,1 centimeter naar binnen en naar buiten beweegt en zo 1,8 liter lucht per slag kan verplaatsen.

Tenslotte wat algemene gegevens. De speaker is 97 cm hoog en heeft een diameter van 49 cm. Hij weegt 61 kilo. Het kast principe is voor elke speaker een gesloten systeem, 5 liter voor de lagetonen weergever en 29 liter groot voor de immense woofer. De DSP werkt met een processor die 32 bit breed 180 MFlops verwerkt en de parameters liggen vast in 512 kByte ROM. De aansluitingen zijn twee powerlink connectors voor B&O apparatuur, twee S/PDIF interfaces en een analoge cinch bus per kast. De kast rust op een rubber rand onder het plateau waar de woofer tegen aanstraalt.

Plaatsing

Klik hier voor een vergrote afbeeldingHet aansluiten dan de Beolab 5 is een fluitje van een cent als je een B&O set gebruikt. Heb je die niet dan is het nauwelijks lastiger. Je kunt of via de "line in" de speakers aansturen of vanuit een digitale bron. Ik koos ervoor de speakers aan te sluiten op mijn Assemblage upsampler waar ook mijn dac op werkt. Voor de upsampler een Teac VRDS T-1 cd loopwerk en een Monarchy Audio DIP Mk II anti jitter box.

De bijgeleverde kabels bleken niet geschikt voor het transporteren van een signaal dat door de Assemblage van 16/44 naar 24 bit/96 kHz is omgezet. Dus liet ik het signaal onveranderd, zij het als jitter vrij cd signaal, transporteren. De linker luidspreker werd met een schakelaar op links ingesteld (rechts uiteraard op rechts) en via een tweede digitale kabel krijg je een doorkoppeling van de twee luidsprekers.

Uiteraard heb ik het kalibreren uitgevoerd voor beide kanalen alvorens te gaan luisteren. Zelden heb ik zo weinig kastjes ingezet om geluid te krijgen. Als tegenhanger mijn eigen set waarvan de speakers op een andere plek staan in de kamer. Wie graag ziet wat de tegenhanger was, raadplege de lijst onder de recensie.

EDITORS' CHOICE