De praktijk

Dat de specificaties er - in ieder geval op papier - op vooruit gegaan zijn is mooi, maar is het in de praktijk ook hoorbaar? Met de reputatie die Audioart als bedrijf en vM als merk hebben opgebouwd zal het vast wel snor zitten. Maar het is natuurlijk altijd leuk en spannend om dit in de praktijk, in combinatie met de eigen bekende set en ruimte, te toetsen.

De PHM3 SE vindt een plaatsje in mijn Quadraspire rek naast de standaard versie. Na het checken van de polariteit - vM apparatuur is hiervoor altijd voorzien van een markering - is de stekker op de juiste wijze in een Inakustik AC1506 stekkerblok geprikt. Als interlink wordt gebruik gemaakt van een Siltech SQ88 G5 Classic MKII. De versterkers zijn een vM MA240, recent gereviseerd en gemodificeerd, en een vM PA535 3-kanaals eindversterker. Deze set stuurt mijn Audiovector S3 Avantgarde Arreté speakers in een bi-amp configuratie aan.

Om de versterkers en speakers met elkaar te verbinden wordt er een dubbele run Inakustik LS1002 luidsprekerkabel gebruikt. Als bron dient een Funk Vector draaitafel met een Shelter 301 element. Er is voorzien in “schone” stroom door middel van een gescheiden, geaarde groep, rechtstreeks gekoppeld vanuit de meterkast. Hierin is een AHP klankmodule geplaatst in plaats van een normale schakelautomaat, waarin recent een vlakdraad zekering is gezet. Dat de vM apparatuur die verbeteringen in het stroomcircuit duidelijk laat horen geeft aan hoe transparant de versterkers zijn en hoe laag de ruisdrempel ligt. Over transparantie gesproken, bij het beoordelen van apparatuur en speakers van andere merken is de Van Medevoort versterkerset nog nooit de beperkende factor gebleken. Ook niet wanneer het apparatuur uit een duidelijk hogere prijscategorie betrof.

Na een klein weekje opwarmen van de PHM3 SE is het tijd voor muziek, daar draait het ten slotte allemaal om.

De eerste zwarte vinyl schijf die op het plateau van de Funk Vector draaitafel gelegd wordt is Peter Gabriel’s So.

Op dit album zijn een aantal bekende tracks te vinden als Sledgehammer en Don’t Give Up, een duet met Kate Bush. Luisterend met de standaard PHM3 phonotrap geeft een prima resultaat, Sledgehammer kent behoorlijk wat drive en de blazers klinken pittig. De combinatie laat perfect horen waarom vinyl nog steeds bij uitstek geschikt is als medium voor muziekweergave. Ruis is totaal afwezig en - mits goed gereinigd en onderhouden - is het geluid vrij van spetters en tikken. Belangrijkste is de vloeiende en relaxte manier van weergeven. Binnen een paar seconden tapt mijn voet mee op de maat van de muziek. Er lijkt weinig te wensen over te blijven. Echter wanneer ik de interlinks omprik naar de SE versie van de PHM3 en vervolgens hetzelfde stuk opnieuw beluister, wacht mij een aangename verrassing. Er is een duidelijke toename te horen in het laag, niet alleen in kwantiteit maar zeker ook in kwaliteit.

De muziek krijgt meer gewicht en ook dynamisch wordt een stap voorwaarts gemaakt. De blazers knallen er nu echt uit en klinken puntiger en scherper, de weergave kruipt dichter naar een live beleving. Dat de laagweergave er op vooruit is gegaan is goed te horen in Don’t Give Up, een track die bijna gedragen wordt door de basgitaar. De PHM3 SE is heel erg stil, iets dat te merken is aan het einde van het nummer. Het uitfadende basloopje en wat kleine details als het aanslaan van een bekken blijven langer hoorbaar, waardoor het nummer in feite een aantal seconden langer lijkt te duren.

EDITORS' CHOICE