ARTIKEL

Wat bepaalt in een versterker de dempingsfactor?

Van grote invloed op de inwendige weerstand van een versterker is de tegenkoppelfactor; dit is het aantal dB`s wat de versterker minder versterkt met de tegenkoppeling aangesloten dan zonder (open loop gain). Stel dat de versterker een open loop gain van 40 dB heeft bij 1 KHz en een gain van 25 dB met de tegenkoppeling aangesloten, dan is de tegenkoppelfactor 15 dB. Met een hoge tegenkoppelfactor bereik je ook een lage vervorming (THD) en een goede steilheid. De versterker gaat er echter ook "plat" van klinken en teveel tegenkoppeling kan leiden tot oscillatie, zeker bij complexe belastingen (elektrostaten zijn hierom berucht!). Een audiofiele tendens is om te streven naar zo min mogelijk tegenkoppeling en er zijn versterkers die het helemaal zonder kunnen stellen (triode versterkers van o.a. Audio Innovations en transistor versterkers van Threshold). Om toch een lage inwendige weerstand te bereiken kun je het aantal output elementen (vermogenstransistoren, power buizen) vergroten door meerdere paren parallel te schakelen. De stuutrap moet daar natuurlijk ook weer op aangepast worden en de hele versterker wordt meteen aanmerkelijk gecompliceerder. Over het algemeen geldt dat buizen van nature gemakkelijker zonder tegenkoppeling kunnen functioneren dan transistoren omdat buizen als versterkend element van zichzelf een grotere lineariteit hebben als transistoren. Professionele versterkers met vermogens van wel 2 x 1500 Watt en meer hebben hele rijen transistoren parallel staan aan de uitgang. De dempingsfactoren kunnen bij deze versterkers oplopen tot wel 1000 bij 8 ohm. Ze zijn echter ook ontworpen voor een grote efficiency wat een hogere schakelvervorming met zich mee brengt (Amcron, Carver, Crest hebben gepatenteerde ontwerpen hiervoor) en hebben meestal een ventilator wat ze niet geschikt maakt voor hifi toepassingen.

De uiteindelijke keus voor een bepaald type versterker wordt voor een groot deel bepaald door de vraag welke luidsprekers er aan komen te hangen en hoeveel rendement deze hebben, wat weer bepalend is voor de maximaal te bereiken geluidsdruk. Ik vergelijk luidsprekers vaak met de wielen aan een auto; de juiste breedte is niet te breed, maar ook niet te smal en passend bij de wielophanging, het gewicht en het motorvermogen van de auto. Zo ook met luidsprekers. Ze moeten passen bij de versterker (vermogen en dempingsfactor), de ruimte waarin ze komen te staan (aankleding, grootte,) en beantwoorden aan de smaak van muziek van degene die ernaar gaat luisteren.

EDITORS' CHOICE