ARTIKEL

De perfecte song

Tribe

“Die chill-sfeer vind je ook terug op Tribe, mijn laatste studioalbum. Ik heb eigenlijk altijd van ambient gehouden, van atmosferische muziek als Portishead, Daniel Lanois, Brian Eno. Ik wilde nog altijd een keer samenwerken met iemand die zulke muziek maakt. Dat werd Simon O’Reilly.  Hij schrijft vooral veel soundtracks. Ik heb één gesprek met hem gehad over hoe ik het niet wilde: geen gitaarsolo’s, geen drums, geen folk- of rock ’n roll-album. Het werd een soort soundtrack voor een denkbeeldige film, met de stem als muzikaal landschap. Uiteindelijk heb ik zelf maar twee liedjes geschreven, Tribe en Lebanon, de rest hebben we samen gedaan. Ik heb ook nog nooit zo weinig gitaar gespeeld. Heerlijk.”


Meer is minder

“Ik hou van een goed geluid, maar ben geen perfectionist. Alleen als het op performen aankomt. De gitaar, die móet goed klinken. Ik heb weinig met studiowerk. Ik geloof in het ‘meer is minder’-adagium. Het allerbelangrijkste aspect van opnemen is ‘to catch the moment’. Mijn albums waar het het minste van hou, die zijn overgeproduceerd. Mijn beste, waaronder het live-album Amsterdam [uit 2003] juist niet. Die plaat kent geen overdubs en is superdirect. [lachend] Blijkbaar wordt dat ook gewaardeerd in de hifi-wereld, want toen ik ooit een B&O-winkel in Dublin binnenliep om mijn huidige installatie te kopen, draaide ze daar Amsterdam.”


‘Every penny’

“Ik ben op een punt beland waar ik altijd van droomde. ‘Every penny’ die ik vanaf mijn zeventiende verdiend heb, is verdiend met de muziek. Mijn jongste zoon Robbie [23] is nu ook begonnen met songschrijven. Hij heeft potentie, al heeft hij weinig met mijn muziek. Is meer into Ryan Adams en Foo Fighters. Maar ik kan hem een bestaan als muzikant aanbevelen. Ik heb - met alle respect - nooit als ober hoeven werken, of in een fabriek gestaan. Het is een mooi, maar soms ook moeilijk leven. Ik reis de hele wereld over en dan moet je op jezelf blijven letten. Je moet een beetje georganiseerd leven, maar ook weer niet té. Het is mijn professionele verantwoordelijkheid om de beste show te geven die ik ooit gegeven heb, elke avond weer. De ‘deepest connection’ met mijn publiek, steeds weer. ”


‘Perfect song’

“Ik voel het als een andere verantwoordelijkheid om nog steeds die ‘perfect song’ te schrijven. Ik zoek daar nog steeds naar. Wie ben ik om te zeggen welke van mijn songs perfect  is? Gone to Pablo en City of Chicago, dat Christy heeft opgenomen, komen in de buurt van de perfecte song, of The man is alive. Dat schreef ik voor mijn vader. Veel mensen zijn daar door geraakt, getuige de vele mails. Of door Sanctuary, dat ik voor mijn moeder schreef.  Over mijn mislukte huwelijk heb ik ook een lied geschreven, dat spreekt anderen weer aan.”


Grote gevoelens


“Ook wil ik graag nog een plaat maken die op mensen net zoveel indruk maakt als Sweet Baby James van James Taylor of After the Goldrush van Neil Young op mij destijds. Ik hoop eigenlijk dat soort grote gevoelens overbrengen. [lachend] Er is nog hoop: van Nick Drake werd destijds gezegd dat hij een wereldster zou worden. Maar niemand kocht zijn platen. Misschien dat er van elk album twee- of drieduizend over de toonbank gingen. Nu worden er miljoenen verkocht en is hij een van de meest inspirerende muzikanten. Misschien dat ze mij ook ooit nog op miljoenenschaal ontdekken. Maar als er twee nieuwe fans bij komen is dat eigenlijk net zo mooi. Ik had dat gisteren nog in Paradiso. Ik zag een paar mensen in het publiek die me nog niet kenden, die pik ik er zo uit. Ze werden tijdens het optreden steeds enthousiaster en aan het eind stonden ze alles mee te zingen. Dat is de kick van mijn vak, daar doe ik het voor.”

EDITORS' CHOICE