REVIEWDiapason

Diapason Dynamis: USP's


Ruud Jonker | 06 april 2016 | Diapason

Unique selling points

Wim van Kraanen geeft altijd aan dat Diapason belangrijk is geweest voor de start up van zijn bedrijf. Omgekeerd zal het ook voor Diapason belangrijk zijn om een importeur te hebben die op een consistente manier het marktaandeel van een product uitbouwt en een vaste schare van liefhebbers aan zo’n merk koppelt. Wellicht een ideale situatie. Een merk dat topkwaliteit levert, een zinvol en bescheiden aantal modellen in de markt zet en niet elk jaar met schreeuwende vernieuwingen komt. Anderzijds een groep consumenten die dat allemaal herkent en waardeert. Ook begrijpt Diapason, in tegenstelling tot veel Amerikaanse fabrikanten, dat het in de Nederlandse markt niet lukt om per jaar vijfduizend sets luidsprekers te verkopen of vijfhonderd versterkers van 50K. De Dynamis kost rond de 45K. Bij dat prijspeil is momenteel een redelijke concurrentie, in de vorm van een aantal luidsprekers met een geluidstechnisch voortreffelijke score.

Voor een fabrikant is het steeds lastiger om usp’s te bedenken waardoor een product toch boven de beestenbende uit kan steken. In deze tijd moet je het niet meer hebben van luidsprekers met een heel duidelijke eigen signatuur. De betere weergevers worden de laatste tien jaar veel uniformer met betrekking tot prestaties. Dat is een logische en goede ontwikkeling. Het kan niet zo zijn dat luidsprekers enorm afwijken in geluidsmatige prestaties. In theorie is er maar één luidspreker mogelijk die de realiteit het dichtste benadert. Daarin is de wereld echt veranderd. Vroeger hadden luidsprekerbouwers een zogenaamde ‘filosofie’. Het woord ‘filosofie’ is al knap pretentieus voor twee alinea’s in een marketingfolder, maar het ging dan om een idee over hoe een luidspreker zou moeten ‘klinken’. De black magic in de vorm van ‘voicing’ was dan het duistere ritueel, dat muziekliefhebbers met oren mijlenver afhield van enige realistische weergave. De historie heeft namelijk geleerd dat zo’n idee zelden overeen kwam met hoe live muziek klinkt.

Waar de wereld behoefte aan heeft, is geen visie over hoe een luidspreker moet ‘klinken’, maar een visie over hoe je een luidspreker kunt ontwikkelen die zo dicht mogelijk weergeeft wat er live gebeurt. De betere luidsprekerbouwers van dit moment hebben zo’n visie. Ook aan de kant van de consument zit het vaak fout. Je moet redelijk respectloos zijn in de richting van de artiest, de dirigent en de opnametechnicus, om wat zij hebben bedoeld te willen aanpassen. Gitaristen zoeken de halve wereld af naar vintage buizen om een specifieke sound te krijgen. Dirigenten bepalen nauwkeurig de klankmatige signatuur van een orkest, musici hebben een zeer duidelijk beeld over hoe een cd moet klinken en de drummer bepaalt de klank door de keuze van specifieke percussie-instrumenten. Dan gaan wij thuis ons eigen soundje maken? Klinkt als het kopen van een van Gogh en die overkladderen omdat de kleuren je niet aanstaan.

De toenemende en noodzakelijke geluidsmatige gelijkvormigheid tussen weergevers, leidt voor fabrikanten tot het probleem hoe je je dan nog kunt onderscheiden met een luidspreker. In de kabelmarkt is dat nog heviger. Kabels zijn nauwelijks onderscheidend, behalve in prijs. Dat opent weer de weg naar een focus op emotie, merkbeleving, prijsconcurrentie, vormgeving en andere marketingconcepten. Maar voorlopig zijn er nog steeds verschillen tussen luidsprekers. Binnen die toenemende marginaliteit in geluidsmatige usp’s zal een doelgroep aangesproken moeten worden, die ook nog te vangen is met niet-geluidsmatige usp’s. Daar liggen dus kansen voor de Dynamis, maar ondanks het naar elkaar toegroeien van de topluidsprekers, heeft de Dynamis zeker nog usp’s op geluidstechnisch gebied.

Een toverdoos

Voor de Dynamis werden verschillende luistersessies gepland. Niet omdat het niet snel duidelijk werd wat deze luidspreker doet, maar feitelijk vanwege een vorm van speelwaarde. De importeur, met brede ervaring op het gebied van plaatsing en aansturing, had de set al op een voortreffelijke manier samengesteld en getuned. Dat werd dus in eerste instantie gewoon een plug & play luisterexercitie. Ook kent Wim de eigenschappen van de betreffende luisterruimte. Maar, die speelwaarde heeft te maken met de eigenschap van de Dynamis als meetinstrument. Deze luidspreker verdient de kwalificatie als ‘feedback-rijk systeem’. Daarmee wordt bedoeld dat het een luidspreker is die zeer precies laat horen wat het geluidsmatig betekent als de plaatsing verandert, de aansturing of het wijzigen van een kabeltje.

Tussen kabels zijn in principe geen verschillen in geluidskwaliteit. Ze spelen alleen een rol binnen de interactie tussen twee componenten. Daarmee zijn subtiele veranderingen te realiseren, met als doel om nog dichter bij de realiteit van de microfoonfeed te komen. Kabels veroorzaken verschillen in tonale balans door interactie van elektrische eigenschappen en in perceptieve beleving van ruimte en detaillering, als gevolg van masking-effecten. Die kleine verschillen worden door deze luidspreker uiterst precies weergegeven. Op elke kleine en grotere verandering in het systeem of de omgeving, komt de Dynamis met een reactie. Door die op de juiste manier te interpreteren kun je helemaal doorbouwen naar het uiteindelijke doel. Namelijk, het zo realistisch mogelijk benaderen van hoe de oorspronkelijke opnames zijn bedoeld.

De Dynamis is daarmee feitelijk een subliem onderwijstool. Iedere dealer en audiofiel zou zo’n setje ergens in reserve moeten hebben, om alles te kunnen leren over de bouw van hifi-systemen. Je kunt er alles mee ontdekken over plaatsing, over de aansturing, over de veronderstelde verschillen tussen analoog, PCM en DSD, over de specifieke eigenschappen van de opname en over de relatie tussen de luidspreker en de betreffende akoestiek. Deze luidspreker leert je veel over de eigenschappen van de akoestiek. Bij elke centimeter verplaatsing geeft het systeem feedback over wat er dan precies gebeurt. Tijdens een latere luistersessie werden wat experimenten uitgevoerd met aansturing en plaatsing. Puur om de grenzen van de Dynamis te verkennen. Twee centimeter extra toe-in leverde onder andere meteen extra stage-diepte op en een toename van laag-output in het gebied rond 190 Hz. Met betrekking tot de opname, hoor je exact vanuit welk perspectief microfoons hebben geregistreerd en soms welke microfoons zijn toegepast. Merendeels is het eenvoudiger om de polaire response te herkennen.

Maar als de Dynamis zo’n universeel en ongekleurd venster op de realiteit biedt, waar zitten dan de zogenaamde usp’s? Wel, in eerste instantie is de Dynamis een toverdoos met een strikje waar alle belangrijke eigenschappen, die nodig zijn voor realistische weergave, aanwezig zijn. De klant koopt dus een totaalpakket. Een verfdoos met alle kleuren, oftewel een Maserati met alle denkbare fabrieksopties. De belangrijkste daarvan zijn ver doorontwikkelde eigenschappen op het gebied van dynamiek, microdynamiek, homogeniteit, detaillering, microdetaillering en neutraliteit. Maar ook het vermogen om schrikbarend driedimensionale stages neer te zetten met hele duidelijke hoogteverschillen. De kunst is vervolgens om middels plaatsing, akoestiek en aansturing al die eigenschappen zodanig te richten dat de gewenste realistische weergave ontstaat.

Het goede nieuws is dat de Dynamis niet superkritisch is met betrekking tot de aansturing door een versterker, maar wel vlijmscherp de verschillen tussen allerlei versterkers laat horen. Dat betekent dat er met veel versterkers een goed geluid zal ontstaan, maar dat er ook de mogelijkheid is om die ene versterker te vinden waarmee de set magisch realistisch kan presteren. Een belangrijke usp is dus dat de Dynamis het complete pallet aan goodies biedt, die voor het realiseren van goed geluid noodzakelijk zijn. Als je dit zinnetje iets anders formuleert, dan staat er simpelweg dat de Dynamis geen tekortkomingen heeft en al die eigenschappen in haast ideale vorm biedt.

Is de Dynamis dan de ideale luidspreker? Wel, dat is natuurlijk alleen een denkbeeldig concept, maar het is beter om te zeggen dat de Dynamis, zoals vrijwel alle luidsprekers, niet alles doet. Een toontje van 16 Hertz bij 0 dB hoort niet bij de mogelijkheden. Maar, dan kom je in het gebied van heel speciale eisen, voor een kleine niche van muziekliefhebbers die bepaalde content draait. De Dynamis is eigenlijk een universele, zo neutraal mogelijke bouwsteen. Wat is er mooier dan een zo universeel mogelijke luidspreker met een perfecte balans tussen eigenschappen die allemaal haast maximaal doorontwikkeld zijn? Dat is natuurlijk een zeer unieke usp. 

EDITORS' CHOICE