ARTIKEL

Pagina 3


Ruud Jonker | 22 februari 2017 | Fotografie Fabrikant

De Graham Phantom Elite arm faciliteert een redelijk aantal cartridges. Het is belangrijk om de arm-cartridge combinatie te berekenen en uit te komen op 9-12Hz. Bij waarden die daarbuiten vallen is geen goed resultaat te verwachten. De Phantom Elite is de laatste versie van deze bekende reeks Graham-armen en volgens velen de allerbeste. Van de losse armtube zijn een 9 inch, 10 inch en 12 inch versie beschikbaar. Gezien de diameter van het plateau bij sommige draaitafels (onder andere EMT) is de 10 inch of 12 inch dan een noodzakelijke optie. De 12 inch is oorspronkelijk bedoeld voor radio transcriptions en werd vroeger geleverd op broadcast draaitafels van onder andere Collins, Presto en RCA met een grotere plateau-diameter (bijvoorbeeld EMT R80 en RCA BQ-70E). De RCA Mi-11874 series tonearm had zelfs een lengte van 15 inch. De afgespeelde grammofoonplaten luisterden officieel naar de naam E.T (electrical transcription) en hadden vaak een diameter van 16 inch. Er stonden radio-uitzendingen op en ook concerten.

12 inch armen hebben momenteel geen praktisch nut, behalve als u nog beschikt over zo’n broadcast tafel. Met een 9 inch krijg je dan geen juiste overhang-instelling. Na het monteren van de armtube worden de gebruikelijke instellingen gemaakt. Het is nog aardig om te vermelden dat er een relatie is tussen grofweg de productie-decennia van grammofoonplaten en de ideale tangentiale curve die daarbij past. Dat relativeert de discussie onder audiofielen een beetje, waar de opvattingen over dit issue alle kanten uitvliegen, zonder dat de relatie met de platen wordt gelegd. Als de platencollectie veel exemplaren bevat die vanaf het begin van stereo tot de tachtiger jaren reiken, dan is de Bauerwald of de Loefgren A DIN aanbevelenswaardig. Een zinvolle toepassing van een vierde arm op de AF3 kan dus de instelling zijn volgens een tangentiale curve die een bepaalde tijdsperiode in de platencollectie dekt.

Een zinvolle alignment-tool is de Smartstylus. Daarmee kunnen een aantal geometrische parameters van de cartridge ingeregeld worden op een visueel zeer gebruiksvriendelijke manier. Zoals bijvoorbeeld de azimuth. Het enige mogelijke probleem dat je daarmee tegen kunt komen is dat de verticale lijn door het geometrische centrum van de diamant niet noodzakelijkerwijs exact parallel loopt aan de zijkant van de cartridge, of geen exacte 90 graden hoek maakt met de bovenkant van de behuizing. Dat gebeurt als de cantilever scheef staat of de naald niet goed gelijmd is. Dan krijg je ondanks de Smartstylus toch niet de juiste instelling. Daarom wordt die azimuth hier nog even nagetrokken met een voltmeter en een testrecord.

Up & running

De Airforce III faciliteert vier armen. Een gebruikelijke en zinvolle indeling is om een arm met stereo-cartridge te hebben en een arm met een mono-element. Veel verzamelaars van jazz en klassiek zullen een enorme bibliotheek hebben met mono-materiaal uit de vijftiger en zestiger jaren. Denk bijvoorbeeld aan de jazz op het zeldzame Esquire label (UK) met veel mono-opnames op 10 inch. Een derde arm kan dan eventueel uitgerust worden met een cartridge om snel tweedehands vinyl op kwaliteit te checken. Je wilt niet dat de naald van een 16K cartridge ergens vasthaakt in een diep gat of kras in je James Last uit de kringloop. Een vierde arm met een cartridge, die met betrekking tot dynamics iets anders ge-tuned is, zou ook kunnen. Maar, het lijkt minder zinvol om vier verschillende armen en elementen te hebben om verschillende ‘sounds’ te hebben. In principe is er slechts één juiste manier om vinyl ten gehore te brengen. Wat er via de plaat ingaat, moet één-op-één aan de uitgang verschijnen. Als dat afwijkt, is er ergens iets niet in orde. De AF3 is geen snelstarter en ook geen disco-draaitafel, dus het heeft weinig zin om te gaan werken met back-cueing cartridges of elementen om te scratchen.

Na het starten van de motor stabiliseert de snelheid op de gekozen waarde en ‘locked’ dan in. Doorgaans plaats je een plaat als het plateau draait en verwijder je deze eveneens met draaiend plateau. Dat gaat erg goed met de AF3, want de plaat steekt net iets over de rand, zodat vastpakken erg makkelijk is. Het vacuüm zuigen gaat razendsnel. Op hetzelfde moment dat de ‘suction-knop’ geactiveerd wordt, ligt de plaat al muurvast. Als een plaat van nature niet vlak is, kan het vastzuigen mislukken. De enige remedie is dan om het plateau te stoppen en de plaat even aan te drukken met vier vingers rondom op de rand. 10 inches en 7 inches (singles) kunnen niet vacuüm gezogen worden. Wat echt een gemiste kans is, is het ontbreken van de 78-toeren snelheid. Gezien de support voor vier armen, zou je heel goed 78-toeren platen met een daarvoor geschikt element elektrisch af kunnen spelen. De schellak-platen van onder andere Elvis Presley (Sun), Mary Ford en Les Paul blijven dit keer dus in de kast.

Luisteren

Het is verleidelijk om nu te bespreken wat allerlei individuele grammofoonplaten aan belevenissen opwekken, maar het is beter om dat op een hoger niveau samen te vatten in algemene uitspraken. Het worden anders van die nietszeggende audiofiele uitspraken over de hoeveelheid ‘lucht’. Vanzelfsprekend is er vinyl gedraaid, waaronder Electric Ladyland van Hendrix uit 1968. Los van de muziek gaf de hoes indertijd aanleiding voor enige bespiegelingen. Ook Taylor Swift (1989) ligt vastgezogen op de draaitafel.

Ondergetekende was nooit laaiend enthousiast over de verschillende generaties Graham-armen. Geluidstechnisch achterblijvend bij de SME V, de Acoustical, de EMT’s, verschillende Ortofon’s en de Pro Denon versies die voor de NHK zijn ontwikkeld. Sommige van die armen zijn in beide vlakken dynamisch gebalanceerd en blijven dus tracken, zelfs als de draaitafel op z’n zijkant staat. Maar de Graham Phantom Elite is van een ander kaliber. Los van de gebruiksvriendelijkheid, tijdens het spelen inregelbare VTA en instelbare azimuth (deze laatste graag niet tijdens het spelen...), zijn het hier de spectaculaire geluidsmatige prestaties die state-of-the-art zijn. Samen met de AF3-draaitafel wordt het dan snel duidelijk welk geluid er niet in de ruimte staat. Er is niet de kleuring, de toontjes, de valse warmte, de softheid, de mechanische weergave, de koelte, de dunheid, de ruimtelijke vaagheid, de clustering, het gebrek aan echte dynamics, de globale visie op geluid (Linn...), de onrust en het gebrek aan detaillering van veel andere draaitafels. De combinatie presenteert ook niet de gladheid en het vaak onbetrokken cd-achtige geluid waar veel platenspelers tegenwoordig mee naar voren komen.

Dat heeft overigens niets met digitaal zelf te maken. Met een goede converter klinkt een cd of download allesbehalve onbetrokken. Het AF3/Graham-combo kenmerkt zich door een diepe stilte en rust vanwaar plotseling geluid opstijgt. Over het hele frequentiegebied is er drive en energie. De balans tussen al die tonen is volledig in evenwicht. Het middengebied is rijk, breed en diep. De detaillering is spectaculair. De soundstage is zo’n enorme akoestische bel die de luisterruimte in beslag neemt en waar, afhankelijk van de opname, het geluid zich letterlijk links en rechts rondom de luisterpositie kan vouwen. De ultieme presentatie van hoe stereo bedoeld is (met een hoofdtelefoon luister je niet naar stereo). De combinatie heeft absoluut geen ‘eigen sound’. Dat stelt vragen bij de intentie van Stella om plateaus van andere materialen uit te brengen. Je geeft de eigenaar van de draaitafel weer iets extra’s in handen om een afwijkend soundje te maken.

Maar goed, bij een draaitafel is de vrije keuze van cartridges en armen een vergelijkbare boosdoener. Afhankelijk van de opname wordt de daarin geregistreerde gloed en warmte simpelweg doorvertaald naar de luisteraar. Het laag is strak, gaat diep en kent veel definitie. Op het gebied van dynamics kan het combo op een gigantische manier uithalen. Een fraai voorbeeld biedt de track ‘St Thomas’ (Saxophone Colossus Prestige LP7079 mono met RvG in de dead wax), maar de latere stereo-versies staan hier ook in het archief. Er is ook een versie op Esquire (32-045 uit 1957). Het is werkelijk subliem met welke gigantische energie de sax van Rollins er hier uitknalt, maar dat geldt ook voor de drums van Max Roach. Onvoorstelbaar ook dat het aanpalende audiosysteem dat zonder vervorming gewoon weergeeft, zonder dat de conussen en filters om je oren vliegen.

De AF3/Graham zet feitelijk een zo natuurgetrouw mogelijke kopie van de mastertape neer (the second best…). Het is de draaitafel voor iedereen die zo eerlijk mogelijk willen ervaren wat artiesten en engineers hebben bedoeld. Behoort deze draaitafel dan bij de top? Zeker weten, maar binnen die top zijn natuurlijk lichte accentverschillen. De Airforce I is net iets stiller, hetgeen logisch is gezien de volledig elektronisch geregelde pneumatische suspensie. De AF1 kan ook een streepje verder met betrekking tot de gelaagdheid binnen de stage. Maar, die goodies komen natuurlijk voor een bepaalde prijs.

De AF3 heeft snaaraandrijving. Dat heeft voordelen en nadelen. Opvallend is de sublieme gelijkloop van het systeem, maar snaaraandrijving heeft nog net niet de fenomenale timing van de idler-drive machines. Het is altijd moeilijk om te spreken over ‘het beste product’, hoewel er absoluut waarneembare kwaliteitsverschillen zijn tussen audiocomponenten. Waar het om gaat is of een product als basis kan dienen om een systeem te bouwen dat zo dicht mogelijk tegen de realiteit aan zit. Wél, dat lukt moeiteloos. De AF3 zet een erg natuurgetrouwe kopie neer van de mastertape. Muzikaliteit transformerend en geen sound van zichzelf. In principe 1:1.

Dit is de draaitafel voor iemand die eerlijk wil luisteren naar wat artiesten en engineers bedoelen. Voor wie een eigen geluid zoekt, zijn er zat draaitafels op de markt. Het is dan totaal onbelangrijk waar u mee draait. Het verschil met de Airforce 1 is niet groot. Dat kan ook vrijwel niet. In principe net een streepje méér rust, stilte en autoriteit. Bedoeld voor degenen die voor de laatste één procent perfectie gaan en daar het equivalent in geld van een ruim bemeten BMW-3 serie bij willen passen, als toevoeging op de aanschafprijs van de AF3. In ieder geval werd de luistersessie hier vanwege de naderende vakantie gesloten met Let’s Get F*cked Up van the Cramps (Flamejob). Vanaf de originele elpee die deze beroemde vroege punkband in 1994 uitgaf. Het zal duidelijk zijn dat je je zo niet zult voelen na de aanschaf van een Airforce III.       

EDITORS' CHOICE