NIEUWS

DVD- en HDD-recording


Redactie HiFi.nl | 23 juli 2007
Ruim drie decennia lang was tape hét medium voor beeldopname. Bij consumenten domineert VHS de herinnering aan deze rap vervliegende tijden, maar het systeem is, zoals iedereen zich wel herinnert, niet zonder concurrentie geweest. Ironisch genoeg werd VHS alom beschouwd als kwalitatief de mindere vergeleken met elk systeem dat het er tegen opnam.

Super-VHS bracht zijn weinige gebruikers weliswaar een welkome sprong in de beeldkwaliteit, maar VHS’ belangrijkste tekortkomingen: sloom spoelen en dito reageren op opdrachten van de gebruiker, hinderlijke strepen bij spoelen-met-beeld, en stilstaand beeld dat niet stilstaat – bleken in de loop van ruim 20 jaar niet of nauwelijks op te lossen.

Toen in 1998 de DVD werd geïntroduceerd werd meteen door vele consumenten uitgekeken naar het moment dat er eindelijk op schijfjes beeld in topkwaliteit kon worden opgenomen. Helaas duurde het nog even voordat die droom uitkwam: het zou tot eind 2001 duren voordat Philips de eerste DVD-recorder op de markt bracht. Het betaalbaar worden, in de jaren daarna, van deze technologie viel samen met de komst van harde schijven met een dusdanige capaciteit dat er vele tientallen tot zelfs honderden uren aan video in DVD-kwaliteit op passen. Zo ontstond de hybride harde schijf (HD)/DVD-recorder. Tegenwoordig bevat elke videorecorder vanaf de middenklasse naast een DVD-recorder een harde schijf.


DVD-recorders in het digitale tijdperk

Op zich is het natuurlijk ideaal: een apparaat dat, intern, honderden afleveringen kan bevatten van (pakweg) Eigen Huis en Tuin of KRO Reporter, en dat de opgeslagen programma’s uitwendig kan maken met een DVD-brander. Maar de markt voor consumentenelektronica zou zichzelf niet zijn zonder een flinke portie angst, onzekerheid en twijfel. De oorzaak: de steeds populairder wordende digitale televisies en dito uitzendstandaarden.

De anloge kabel had en heeft een aantal pakkende voordelen: in de meeste huizen is er wijdvertakte bekabeling voor aanwezig, en FM-tuners, TV-toestellen en videorecorders, hoe jong of oud ook, zijn ervoor geschikt. Maar de nadelen van analoge kabel komen sinds de opkomst van digitale televisies en videorecorders duidelijker aan het licht dan ooit. Meer dan de beeldbuis en VHS, die het tot op zekere hoogte verbloemden, tonen hun met nullen en enen werkende collega’s beeldruis en ‘strepen’ in al hun hinderlijkheid: net zo scherp als het eigenlijke signaal.

Wie een plasma- of andere digitale beeldweergever heeft, zal daarom in veel gevallen snel willen overstappen op digitale ontvangst, zij het via kabel, ether of satelliet. Ook voor digitale videorecorders is ‘zuiver’ digitale ontvangst ideaal. In plaats van moeizaam een analoog signaal te digitaliseren en te comprimeren (de chips in HD/DVD-recorders verzetten veel rekenwerk!) ‘stroomt’ in een digitale TV-tuner met harde schijf (een videorecorder dus) de digitale uitzending simpelweg onbewerkt de harddisk op. Het gaat hier over tuners voor een van de drie digitale uitzendformaten: DVB-T (in Nederland bekend als ‘Digitenne’), DVB-C (kabel) of DVB-S (satelliet). Die laatste levert verreweg het mooiste beeld, terwijl de kwaliteit van digitale kabel-TV per plaats wisselt; en Digitenne is ruisvrij maar kwalitatief niet zo bijzonder. Er is vrij zware compressie nodig om 20+ kanalen door de ether te persen.


Achterzijde Pioneer DVR-540H-s

De tuners voor deze standaarden kunnen een harde schijf aan boord hebben – en voilà: een videorecorder is geboren! Maar deze videorecorders hebben veelal geen DVD-loopwerk aan boord. Digitale uitzendingen 1-op-1 naar een harde schijf laten stromen is geen enkel probleem, maar alle DVB-signalen wijken in meer of mindere mate af van DVD-beeld. Daarom kan een DVD’tje niet zomaar worden bespeeld met wat er op des tuners harde schijven staat: een standaard DVD-speler weet zich daar niet zomaar raad mee. Het ‘omrekenen’ van DVB-video naar DVD-signalen is dermate intensief en lastig dat het het beste op een PC kan gebeuren. (Een moderne en snelle, dat begreep u al.) Het is dan ook niet voor niets dat veel nieuwe DVB tuner/videorecorders een USB-aansluiting hebben om het opgeslagen beeld te kunnen overbrengen richting computer. Daar kan de gebruiker de opname ‘bijpunten’, reclame eruit weghakken en het geheel op DVD branden.

Hoe modern en trendy ook, digitaal uitzenden staat nog aan het begin van zijn levensweg. HDTV is dé hype op dit moment, maar er zijn nog geen tuners voor met opnamemogelijkheid. Laat staan dat de beelden kunnen worden weggezet op DVD (of nog modernere discs: het HDTV-tijdperk brengt ook hoogdefiniërende nieuwe schijfjes met zich mee).

Wie op dit moment een video-opnemend apparaat koopt, koopt hem hoe dan ook niet voor alle eeuwigheid, sterker: moet er rekening mee houden dat het apparaat binnen een jaar of vijf volkomen archaïsch zal zijn geworden. Dat geldt niet alleen voor de hier besproken recorders voor gebruik aan de analoge kabel, maar vrijwel net zo hard voor DVB-recorders. Het is op dit moment niet te zeggen hoe snel de ontwikkelingen zullen gaan en waar die zullen uitkomen.

Ik merk voor de volledigheid nog even op dat de onderhavige kandidaten niet helemaal waardeloos zijn als u op een set-top box voor DVB overgaat: ze kunnen natuurlijk ook opnemen wat er op Scart of S-video binnenkomt. Maar dat dit overduidelijke nadelen heeft voor opnames ‘op timer’, hoef ik niet uit te leggen. Let er sowieso tenminste op dat de set-top box een zogeheten twin-tuner bevat: dan kunt u naar hartelust zappen, terwijl uw recorder gewoon kan doorgaan met het opnemen van het programma dat u wilde vastleggen.

De (HD/)DVD-recorders in onze test zijn dan ook vooral interessant voor mensen die een kwalitatief goed analoog signaal binnenkrijgen van hun kabelbedrijf, en niet van plan zijn om op korte termijn over te stappen op één van de volgende moderne beeldtechnologieën:  LCD/plasma televisie(s) of een beamer, en/of ontvangst per DVB van wat voor soort ook.


De Kandidaten

HiFi.nl koos kandidaten van uiteindelijk twee aanbieders: Pioneer en Sony. We hadden graag ook recorders van Philips en Panasonic bij de test betrokken, maar beide kwamen niet (op tijd, red.) over de brug. Wat resteert was evenwel een redelijke dwarsdoorsnede uit de markt qua prijs: de Sony RDR-GX220 (straatprijs: 220 euro) vertegenwoordigt het lagere segment; de Pioneer DVR-540 Hs (straatprijs: 500 euro), met 250 GB-harddisk het midden, en de Sony RDR-HX1010 (straatprijs: 900 euro), met 400 GB-harddisk, de top.

De harddiskrecorders zijn het comfortabelst: die bieden de mogelijkheid om 100 uur (Pioneer) of meer in prima kwaliteit intern op te slaan (en eventueel over te spelen naar een DVD). De VHS-bezitter zou minstens 25 tapes nodig hebben voor dezelfde opnameduur – maar naar mijn bescheiden inschatting in de praktijk minstens het dubbele. Daar manifesteert zich wat in mijn ogen het grootste voordeel van de harddisk is: dat hij de gehate bergen/stapels/rijen aan opslagmedia overbodig kan maken.


Sony RDR-HX1010

Nu is een DVD’tje al een stuk handzamer dan een videocassette, en betekent hij dus ook wat betreft het ruimtebeslag een aardige verbetering ten opzichte van VHS. Wel loeren wat valkuilen bij het maken van DVD’s: als ze niet helemaal zijn volgemaakt, moeten ze ge-‘finalised’ worden. Meestal is dat in een à twee minuten gepiept, maar kan wel oplopen tot ongeveer een kwartier. Onpraktisch, maar blijkbaar noodzakelijk: op zowel de Sony’s als de Pioneer is het nodig. Schijven die niet afgemaakt zijn, kunnen elders niet worden gelezen. Zo herkennen PC’s ze als ‘leeg’.

Waar u verder goed op moet letten, is dat alle DVD-recorders in twee modi kunnen optekenen: VR en ‘Video’. VR maakt weliswaar mogelijk om (stukken) opnamen later te wissen, maar heeft het enorme nadeel dat pure spelers, en ook PC’s, geen raad weten met zo volgeschreven DVD’s. Zelfs de applicatie VLC, dat zelfs de meest hopeloze bestanden meestal nog wel tot spelen krijgt, doet niets met VR-schijven. ‘Video’ is dus dé instelling.


Sony RDR-HX1010

Een vooruitgang is dat Pioneer niet langer blijkt vast te houden aan de DVD-R(W)-standaard, en Sony niet meer aan DVD+R(W). De verschillen tussen de twee zijn niet groot, maar altijd nog groot genoeg voor incompatibiliteit. Die is nu ten einde:  Pioneer en Sony branden tegenwoordig zowel ‘plus’ als ‘min’.


Eigenschappen

Van de kandidaten is de Sony RDR-HX1010 met de meeste toeters en bellen uitgerust: een FireWire (in Sony’s termen ‘i.Link’)-poort voor verliesvrije overdracht naar een DV-camcorder bijvoorbeeld, en een HDMI-aansluiting, upscalend en wel, voor digitale signaaloverdracht naar de monitor.

De Pioneer heeft een jukebox-functie aan boord: daarmee kunt u audio Cd’s in Mp3 op de harde schijf inladen. Ook is die muziek vervolgens weer te branden op Cd-r. De  DVR-540 Hs is ook de enige in het testveld die raad weet met Windows Media Audio-bestanden.

De Sony RDR-GX220, de enige recorder in deze test zonder harde schijf, speelt, net als zijn beide collega’s, Mp3- en JPEG fotobestanden af. DivX doet hij ook, net als de Pioneer. De 1010 ondersteunt dit formaat niet.


Ingebruikname

De handige installatiehulp op de Sony RDR-GX220 scheelt een hoop gedoe en liet me het apparaat snel bijna alle voor mij relevante instellingen inregelen (wat voor type TV wordt aangesloten, wat voor geluidssysteem is voorhanden: analoog, digitaal of surround?). De hulp omvat ook een kanaalzoeker, die ook de namen van de voorhanden zenders opspoort en toevoegt, en de zenders in een min of meer logische volgorde zet. Wel duurt het afspeuren van de hele frequentieband bijna een half uur, wat niet echt rap is, maar altijd nog sneller dan 30+ kanalen individueel handmatig zoeken en opslaan. De RDR-HX1010 vond de zenders gek genoeg veel sneller: daar was het in minder dan tien minuten gepiept. De Pioneer kent een vergelijkbare installatiehulp, die, net als de  RDR-HX1010, in een minuut of tien wel klaar is.


Pioneer DVR-540H-s

Bediening

Ik behoor niet tot de generatie die doodsangsten uitstaat bij het programmeren van een videorecorder, en ik heb in de loop der jaren best wel wat video-apparatuur onder handen gehad. Wat ik maar wil aangeven: ik ben niet helemáál een onbenul als het om videorecorders gaat. Toch moet ik één apparaat een onvoldoende geven op het gebied van bediening.

Een bijzondere functie op de Pioneer is de elektronische programmagids (EPG): die haalt hij op bij een zender die die informatie meestuurt, en vervolgens heeft het apparaat álle uitzendingen paraat in een kleurrijk menu dat voor elke zender een tijdlijn toont met de programmering. De gebruiker hoeft, in theorie, alleen het gewenste programma aan te klikken.


bedieningspaneel Pioneer DVR-540H-s

Helaas vereist deze functie, net als nog wel meer aspecten aan de Pioneer, aardig wat gewenning. Anders gezegd: de bediening kon een stuk intuïtiever. Zonder de handleiding kon ik bijvoorbeeld niet vinden hoe ik de opnamekwaliteit moest instellen, en ook met de handleiding erbij was het een heel gepuzzel. Ook als de instelling eenmaal gevonden is, is ‘even’ de kwaliteit veranderen er zeker niet bij.

Net zo met de programmagids: ik moest erg mijn best doen om hem zodanig in te stellen dat hij werkte, en later gaf de bediening ervan niet alle vertrouwen dat een ‘bestelde’ opname zou gaan lukken (mislukkingen zijn trouwens niet voorgekomen). De onintuïtieve navigatie door het EPG-menu droeg daaraan bij.

In dit verband zou ik Sony geen grootmeester willen noemen, maar ik ben over geen van de beide Sony’s ontevreden. Beide laten hun opnamekwaliteit met een knopje op de afstandsbediening aanpassen. Een verademing. En de menu’s, al ontbreekt EPG, zijn overzichtelijk ingericht en visueel aantrekkelijk.


Beeld en Geluid

Alle kandidaten kennen een enorm arsenaal aan kwaliteitsniveaus waarin kan worden opgenomen: De Sony’s kennen er acht (HQ, ESP, SP, LSP, LP, EP, SLP en SEP), de Pioneer is met een twintigtal heel fijne stapjes af te regelen. Op het laagste kwaliteitsniveau daalt de kwaliteit tot rond, of zelfs iets beneden het niveau van VHS-recorders – eigenlijk waardeloos dus, maar toch soms nuttig voor opslag van grote hoeveelheden materiaal waar de beeldkwaliteit niet of nauwelijks telt. In de meest economische modus kunnen de Sony’s acht uur kwijt op één enkellaags DVD.

Geen van de kandidaten levert de kwaliteit van Digitale Betacam, maar een signaal van dat kaliber levert Casema ook niet in mijn woonplaats. Wat een gebruiker maximaal mag verwachten is dat al het signaal dat de kabelleverancier het huis in brengt, voor honderd procent gevangen wordt in de modus met de hoogste kwaliteit, en ‘bijna alles’ in de SP-modus, waarin twee uur op een DVD past.


Sony RDR-HX1010

De prestaties van de kandidaten op die beide niveaus heb ik dan ook beoordeeld voor deze test. In de hoogste kwaliteit (die een DVD volschrijft in één uur) had de Sony RDR-HX1010 net het mooiste beeld, met de meeste details, de minste (last van) ruis, en de levendigste kleuren. Op geringe afstand volgde de RDR-GX220, die vooral net iets minder details leverde, maar altijd nog een zeer goede kwaliteit leverde. Beide kwamen de uitzending zelf bij het afspelen zeer na. De Pioneer DVR-540 Hs eindigde als laatste met een kwaliteit die maar nauwelijks uitkwam boven die van de beide Sony’s in de SP-stand. Mogelijk speelde de 10-bits video A/D-converters de Pioneer parten; beide Sony’s beschikken over 12-bit exemplaren. In ieder geval speelde mee dat de tuner in de Pioneer minder goed de beeldruis buiten weet te houden dan de beide Sony’s. En aan ruis gaat bij gecomprimeerde digitale optekening, zoals op DVD gebeurt, veel kwaliteit op.

Misschien dat de Pioneer met een ideaal signaal wél even goed of zelfs beter had gepresteerd dan de Sony’s – wie zal het zeggen? Dat brengt me op de manier waarop ik voor HiFi.nl deze recorders heb getest: gewoon in de praktijk. Met de apparaten op elkaar gestapeld, en allemaal aangesloten met dezelfde antennekabel op dezelfde Casema-aansluiting. Daaraan hebben ze maar behoorlijk te presteren, want de omstandigheden bij mij zijn, stel ik me maar voor, ongeveer dezelfde als bij de gemiddelde lezer. Allicht zou ik wel ergens een topsignaal vandaan kunnen halen, zelfs analoog, want ik woon vlak bij Lopik. Maar bijna niemand kijkt nog zo, nog los van het feit dat het tijdperk van de analoge TV-uitzendingen binnenkort ten einde is. Kort en goed: HiFi.nl is geen videotijdschrift, en “kenners” zullen zich vast enorm opwinden over mijn methodes en wat ik zeg; maar diegenen die geïnteresseerd zijn in toepasbaarheid onder normale omstandigheden hebben er hopelijk echt iets aan.

Klik hier voor een vergrote afbeelding
Sony RDR-GX220

 


Geluid

Jammer is, dat geen van de recorders een modus kent voor ‘pure’ geluidsopname. Dat zulke varianten op de DVD-recorder niet bestaan heb ik altijd een gemiste kans gevonden, want een standaard DVD’tje mag een 24 bits/96 KHz signaal bevatten. Voor audiofielen zou zo’n apparaat een ideale recorder zijn. (Aan een recorder voor DCD-Audio, dus 192 KHz, durf ik niet eens te denken!)

Over het inblikken van TV-geluid (wederom met als slag om de arm: van de kabel) kan ik kort zijn: dat doen ze allemaal adequaat.


Conclusie

Een digitale videorecorder is een ontzettend fijn bezit. Het is prettig te weten dat de programma’s waarvoor uw drukke agenda geen tijd laat om ‘live’ te kijken, in prima kwaliteit komen klaar te liggen op een (hard) schijfje.
Gegeven de tekortkomingen bij de bedienbaarheid raad ik de Pioneer niet zonder meer aan, ook al omdat de beide Sony’s beter beeld bieden. Wie niet te veel doet met een videorecorder: niet, bijvoorbeeld, DV-bandjes monteert of (bijna) dagelijks iets opneemt – is prima af met een Sony RDR-GX220; en de fijnproever, rijkaard of video-enthousiast kiest het best de RDR-HX1010.


Sony RDR-HX1010

Met dank aan ACN Services voor de logistiek.

Het is onder de geschetste omstandigheden dat in SP-modus (twee uur op een DVD) de Sony RDR-GX220 het mooiste beeld gaf, met een neuslengte voorsprong op de RDR-HX1010. Ten opzichte van de beste modus viel met name op dat de detaillering minder werd, en dat het beeld bij bewegingen sneller de neiging had onscherp te worden. Wel moest er een hoogoplossend computerscherm aan te pas komen om deze verschillen betrouwbaar op te sporen: op een traditionele TV is er weliswaar een verschil te zien, maar het is klein. Tenslotte: ook weer in de SP-modus werd de Pioneer duidelijk laatste.

 

 

EDITORS' CHOICE