NIEUWS

Marcel Krijtenberg


| 07 september 2007
“Hoe drink je je koffie?” is de eerste vraag die me gesteld wordt. “Irish?” Nou nee, daar is het te vroeg voor, want het is pas tien uur ’s morgens als ik Marcel Krijtenberg ontmoet in zijn winkel aan de Dorpsstraat in Uithoorn. De gewone koffie, gewoon ook weer niet want het is een uitstekende espresso, scherpt de geest om een goede conversatie te beginnen in de enigszins rommelige omgeving die zijn winkel op dat moment is.

“Ja, we zijn aan het verbouwen, kijk achter dit gordijn komt een 19-inch kast met alle apparatuur er in om custom install te kunnen demonstreren. Daarnaast blijft de winkel natuurlijk ook toegankelijk voor de consument die stereo of meerkanaals – al dan niet home theater – wil kopen.”

Marcel Krijtenberg heeft de ETS gedaan in Amsterdam. In plaats van die E staat er normaliter een M, van middelbaar, maar het was toch méér, zeg een E voor extra, of zoals Marcel zegt “de E stond voor Elitair, we voelden ons beter. We waren puur gespecialiseerd in elektronica en niks anders dan dat. Je kon kiezen tussen zwak- dan wel krachtstroomtechniek. Er liep veel know-how rond. Jongens die van het NatLab kwamen (Natuurkundig Laboratorium van Philips, red.) en er heerste een vrij strak regime. Helaas is die school niet meer wat het was. Dat was midden tachtiger jaren.”

En na die opleiding ben je in de winkel gerold?
Ik heb een tijd op de technische dienst gewerkt, bij Inelco (importeur van Kenwood, Teac en Tascam) en daarna allerlei andere dingen. Eigenlijk wilde ik een HiFi-winkel beginnen maar er kwam teveel tussendoor. Mijn vader had hier een muziekinstrumentenhandel, gitaren, piano’s et cetera en door de connectie met piano’s en keyboards had ik een voet tussen de deur bij de firma Domp, die toen Yamaha importeerde. En bij hoge uitzondering mocht ik ‘sub-b3’-dealer worden want er waren grote dealers in de omgeving. Dat ging goed, want Yamaha liep goed en zo kwam van het een het ander. 
Toen kwam Bowers&Wilkins en Magnepan. Magnepan was trouwens heel bijzonder. Giap Tan, de toenmalige distributeur, was (en is nog steeds, red.) een heel fijne man. Het was ook het eerste echte High-End-merk wat ik verkocht, terwijl ik alles behalve die uitstraling had. Het was malle-pietje in het kwadraat wat hier gebeurde.”

Dat jij die malle-pietje was?
Nee, dat is niet veel veranderd, dat is nog steeds hetzelfde. Giap vond het hier wel leuk. Maar toch was de HiFi niet genoeg om mijn boterham mee te verdienen en daarom deed ik er heel veel naast. In professioneel geluid. Daar heb ik altijd al veel belangstelling voor gehad. Je begint als roady (de kabelklossen uitrollen en zo) en ik had wat Hill-kasten. Veel van geleerd. Daarnaast deed ik mijn eigen dingetjes, jazz en zo. En dat was een heel goede aanvulling op de HiFi-winkel omdat je er achter komt hoe geluid in elkaar zit en hoe iets is opgebouwd. Mijn vader was muziekleraar, dus noten lezen moest ik ook leren. Al met al een heel leuke combinatie. Ik ging acht dagen in de week werken en toen ben ik me toch gaan concentreren op de HiFi. Midden negentiger jaren kwam LINN als eerste met een multi-room audiosysteem.

En dat werd voor jou een gruwel of een uitdaging?
Nee, duidelijk dat laatste. Het was het beroemde KNEKT-systeem. Het was nog sober van opzet: multi-room maar single source.

Vanuit de HiFi-gedachte was dat pionierswerk…

Ja, natuurlijk heb je B&O die ook in dat traject werkzaam was en is. Maar uit een HiFi invalshoek was dat toch uniek. Het klonk ook echt goed, het was HiFi en het sprak me meteen aan. Ik kon vanuit een centraal punt muziek distribueren. Dat wil toch iedereen? Je gaat niet overal een setje neerzetten.

Maar hoe kwam je aan je eerste klant voor zoiets?
Dat was een groot project in Zandvoort en op dat moment werd ook de Intersekt geïntroduceerd. Dat betekende meer bronnen in verschillende ruimtes. Dat was 8x8. Omdat er nog geen muziekserver was gebruikten we een Sony CD-wisselaar. Van het een kwam het ander en dan ga je naar CEDIA-beurzen. Je gaat je meer verdiepen. Dan kom je een Lutron tegen die het licht regelt. Ook deed je video-distributie, op een hele basale manier.

Met kwaliteitsverlies op de afstand?
Ja, dat was de tol die je betaalde maar het was niet anders. Waren het belangrijke bronnen, dan zette je een video-apparaat direct in de kamer. Het was al mooi dat het kon en beter dan het RF-gemoduleerde gebeuren. Op een gegeven moment ging Latham Custom Install Crestron doen. Daar ben ik toen in gedoken. Op een groot paneel kon ik het scherm bedienen, het licht en de gordijnen en hadden we er een paar eenvoudige macro’s ingebouwd zoals ‘start film’ en zo.

Hoe maakte je dat kenbaar aan je klandizie?
Dat is eigenlijk door mond op mondreclame gegaan. Ik heb tot op vandaag nog geen idee hoe je dat moet marketen. Als je tegen iemand zegt dat zijn huis geautomatiseerd kan worden, dan wordt hij bang. Terwijl je een enorm stuk convenience maakt. Aan de andere kant vind ik domotica geen mooie kreet. Een raar woord. En daarbij wordt het te pas en te onpas gebruikt. De elektro-monteur zegt ook dat hij weet wat het is en legt een bus-systeem aan, waarbij wel een aantal functies aanwezig is maar ook heel veel beperkingen. Fabrikanten als Jung en Honeywell dachten ook hé dat is een gat in de markt. Die systemen kunnen naast de temperatuur misschien nog het licht er bij doen, maar ze kunnen niet te complex worden. Dan is het over en uit. De audio en video hebben dan het nakijken.

EDITORS' CHOICE