REVIEW

Willard White


Jan de Jeu | 13 november 2002 |

Willard White: The Paul Robeson Legacy

Voor menig muziek liefhebber, en dan met name voor diegene die een voorkeur heeft voor klassieke muziek, zal de naam Willard White niet geheel en al onbekend zijn. Na zijn debuut in 1974 bij de New York City Opera in de rol van Colline in “La Bohème” heeft deze met een rijke bas bariton begenadigde zanger in de loop der jaren opgetreden met meerdere belangrijke opera gezelschappen in West Europa en de Verenigde Staten. Tegenwoordig woont hij in Londen en treedt hij vaak op met het London Symphony Orchestra en het London Philharmonic Orchestra. Maar ook voor bezoekers van het Amsterdamse Concertgebouw is hij geen onbekende.

De operazanger, die in Amsterdam o.a. de rol van Prins Golaud vertolkte in Debussy’s Pelléas en Mélisande, heeft al eerder een cd uitgebracht waarop, behalve werken van de Amerikaanse componist Copland, zowel American Spirituals als traditionele songs afkomstig van Barbados en Jamaica voorkomen. Ook op de cd die het onderwerp vormt van deze recensie richt hij zich op een geheel ander repertoire dan de meerderheid van zijn bewonderaars van hem gewend zal zijn; negro spirituals, folk songs en jazz ballads die behoorden tot het repertoire van de waarschijnlijk bekendste en meest gerespecteerde zwarte Amerikaan van de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw. Ik heb het dan over de zanger, acteur, burgerrechten activist, atleet, advocaat, auteur, en een groot voorbeeld voor generaties van zwarte Amerikanen; Paul Robeson. De keus voor dit repertoire ligt al wat meer voor de hand wanneer men zich bedenkt dat de jonge ambitieuze, uit Jamaica afkomstige, zwarte zanger Willard White in zijn carrière als student aan de gerenommeerde New Yorkse Juilliard School en als aankomend opera zanger in de Verenigde Staten geconfronteerd werd met veel van de problemen die ook Robeson in zijn leven ondervond. Maar er zijn meer overeenkomsten tussen de twee zangers; zo heeft ook Robeson jarenlang in Engeland gewoond, waar hij o.a. - net als White - triomfen vierde in Othello. 

Vergeleken met de originele uitvoeringen valt op dat White’s gepolijste, gecontroleerd klinkende, geschoolde stem niet helemaal dezelfde intensiteit en diepte heeft die het ongeschoolde instrument van slavenzoon Robeson kenmerken. Interessanter zijn echter de overeenkomsten en dan blijkt dat Willard White, met name in de spirituals, zingt met een zelfde overtuigingskracht waarin de diep doorvoelde betekenis van de tekst doorklinkt. Deze vergelijkbare gedrevenheid in combinatie met de moderne arrangementen vragen er om de versie van Willard White op zijn eigen merites te beoordelen.

Robeson is, als zanger althans, waarschijnlijk het meest bekend geworden met zijn uitvoering van het uit de theater productie “Show Boat” afkomstige “Ol’ Man River”. Deze door Jerome Kern gecomponeerde song, die door Oscar Hammerstein II van de originele tekst voorzien werd, groeide uit tot Robeson’s artistieke handtekening. Robeson paste de tekst aan waardoor de luie tevredenheid die de originele tekst kenmerkte, veranderde in een lied van onderdrukte woede en hoop. Waarom dit lied, dat wel op het repertoire staat van het programma “A tribute to Paul Robeson” waarmee Willard White momenteel in Engeland volle zalen trekt, is mij dan ook volstrekt onduidelijk en naar mijn bescheiden mening een gemiste kans.

Wel op de cd een uitvoering van het lied over de omstreden figuur Joe Hill; een vanuit Zweden afkomstige immigrant die in de Verenigde Staten van Amerika uitgroeide tot vakbondsman van het eerste uur waarin de voor gelijke burgerrechten strijdende Robeson veel van zichzelf herkende. De krachtige manier waarop White het lied over deze martelaar met zijn sonore stem neerzet dwingt de toehoorder welhaast tot luisteren. In het rijtje van 12 titels dat op de achterkant van de cd afgedrukt staat lijkt nummer 6 “Eriskay Love Lilt” op het eerste gezicht niet thuis te horen. Dit verandert echter wanneer men zich bedenkt dat Robeson een groot liefhebber was van folk songs en dat hij in de lange periode die hij in Engeland doorbracht regelmatig songs van de Britse eilanden – Eriskay is een slechts drie vierkante mijl klein eilandje behorend tot de Schotse eilandengroep van de Hebriden – op zijn repertoire had. White bewijst dat hij ook dit metier beheerst.

Juist omdat het aan Robeson te danken is dat de Negro Spiritual als muzieksoort zijn rechtmatige plek naast andere muziek soorten gekregen heeft, en omdat deze spirituals het leeuwendeel van zijn repertoire vormden, is het niet verwonderlijk dat 7 van de voor deze cd geselecteerde songs ook daadwerkelijk tot deze traditionele spirituals behoren. Voor diegenen die deze songs direct associeren met de bekende interpretatie van Robeson, zal de gepolijste, eigentijdse, slechts door een jazz kwintet ondersteunde uitvoering van White misschien een verrassing zijn. Wanneer het hen echter net zo vergaat als bij mij het geval was toen ik de cd voor de eerste maal beluisterde, dan zal de ervaring beklijven als een aangename. En het zal me niets verbazen wanneer blijkt dat zelfs de echte Robeson fan deze nummers hogelijk zal kunnen waarderen. Mijn hoogste waardering gaat naar het overbekende en prachtig gezongen “Go down Moses”. 

Als jazz liefhebber hoopte ik vooraf dat de mooiste nummers van deze cd “Lazy Bones” van Hoagy Carmichael en “Mood Indigo” van Duke Ellington zouden blijken te zijn. Ook daarin ben ik niet teleurgesteld. Het expressieve gemak waarmee deze Engelse Jamaicaan jazz ballads zingt maakt dat ik hoop dat hij in de toekomst op cd, maar liever nog op lp, ook nog eens een uitstapje zal maken naar de jazz. Hoewel ik normaliter de voorkeur geef aan dames stemmen voor het weergeven van ballads, denk ik dat er een aantal zijn welke hij met zijn warme stem gloedvol smeulend weer zal kunnen geven. Wat mij betreft mag hij dan opnieuw gebruik maken van het hem nu ter zijde staande kwintet, waarvan de leden stuk voor stuk blijk geven in voldoende mate over de vereiste muzikale en technische kwaliteiten te beschikken.

De in de Londense Angel Studios gemaakte opname is, zoals ik van het platenlabel Linn gewend ben, van uitstekende kwaliteit. De lay-out van het bijbehorende boekje vind ik persoonlijk wat aan de magere kant. Zowel de uitzonderlijke staat van dienst van Willard White, als de persoon en de activiteiten van Paul Robeson rechtvaardigen een uitgebreidere documentatie. Een gemis vind ik ook het ontbreken van de namen van de componisten en arrangeurs van de verschillende nummers op deze HDCD. Waarbij ik me overigens realiseer dat niet van alle negro spirituals de naam van de componist ook daadwerkelijk bekend is.

Over de CD
Naam: Willard White
Titel: The Paul Robeson Legacy
Linn AKD 190
www.linnrecords.com

EDITORS' CHOICE