REVIEW

Low


Jan Luijsterburg | 21 november 2002

Trust

LowLow is een trio uit Duluth, Minnesota. Echtgenoten Alan Sparhawk en Mimi Parker zingen en spelen respectievelijk gitaar en trommel. Zak Sally bespeelt de bas. Ze begonnen rond 1994 als reactie op de heersende rage van de grunge herrie. Slow core was de naam, want iedere stijl krijgt al een label voor zij bestaat. De stroming verdween, maar Low bleef. In acht jaar produceerden zij zes langspeel-CD`s en een enorme hoeveelheid singles, ep`s en gelegenheidsnummers: voor de verzamelaar is Low een dure grap. Waar tegenwoordig een tweede plaat in de stijl van de voorganger door de muziekpers al gauw onder het motto herhalingsoefening wordt neergesabeld, lukt het Low al jaren om consequent haar stijl uit te diepen én steeds meer waardering te oogsten. Trust stond bijvoorbeeld wekenlang nummer 1 in de Moordlijst van OOR en de VPRO, terwijl er niets nieuws onder de zon is. Low is dan ook geen gewone band, en door hun vasthoudendheid gaan steeds meer mensen dat ontdekken.

Een poging tot beschrijving van een uniek geluid. De eigen aanzet van de band luidt: `Joy Division meets Simon and Garfunkel`. De traag voortschrijdende doem van The Swans en Velvet Underground is een andere associatie, terwijl de hol galmende gitaar vaak aan Neil Young (‘Down By The River’) doet denken: veel reverb op dat ding! Ze hebben dan ook een voorkeur van de akoestiek van kerken: ze spelen graag in Paradiso en de Predikherenkerk in Leuven, en ook hun eigen opnamestudio is een verbouwde kerk. Het motto ‘less is more’ wordt door Low tot in het extreme doorgevoerd. De noten spaarzaam, het tempo laag. De mate van vertoonde virtuositeit is omgekeerd evenredig aan het emotionele effect. Want van de eerste tot de laatste toon is er magie. Het niet te bevatten maar essentiele element dat muziek zo’n moeilijk te vatten kunstvorm maakt. Er wordt veel ruimte aan het toeval gegeven. Ruis, omgevingsgeluiden en foutjes worden bewust gehandhaafd. De bekende producer Tchad Blake (o.a. Pearl Jam) die het album mixte, voelde dit goed aan. Aan het eind van Candy Girl verhief hij bijvoorbeeld een stukje per ongeluk opgenomen onbestemde omgevingsgeluiden tot solopartij. Heel apart. En dwars door het verstilde slotnummer Shots and Ladders rammelt constant een noisegitaar als stoorzender. Hierdoor ontstaat een rafelig randje dat steriliteit voorkomt en Low een verontrustend tintje geeft. De mix toont sowieso veel detail: het geluidsbeeld zit vol met kleine zachte geluidjes, vooral in het slagwerk, die bij oppervlakkig luisteren niet opvallen, maar veel diepte geven.

Ondanks de zeer herkenbare eigen stijl is er wel een onderscheid aan te brengen in de nummers van Low, zodat er toch een afwisselend geheel samengesteld kan worden van in elkaar overlopende stemmingen. Alan en Mimi zingen zowel solo als samen, de gitaar is akoestisch dan wel elektrisch, er is een enkele wat snellere kraker voor wat lucht (de bijna popachtige single Canada). Verder zijn er zoals op alle Low platen enkele supertrage, spannend monotone ‘drones’ aanwezig. John Prine, het duistere, door stampvoeten gedragen The Lamb en opener (This Is How We Sing) Amazing Grace vallen in deze categorie begrafenismarsen. De serene stem van Mimi zorgt daar tegenover weer voor een paar nummers met een ronduit pastorale sfeer. De teksten zijn prettig vaag, wat veel ruimte biedt voor interpretatie en de muziek niet opdringerig voor de voeten loopt. Low is sober en somber, maar nooit hopeloos. “Sometimes there`s nothing left to save - that`s how you sing amazing grace”. Fantastische plaat.

Meer info
De Konkurrent (www.konkurrent.nl)
Low homepage: (www.chairkickers.com)

EDITORS' CHOICE