REVIEW

Everything But The Girl


Jan Luijsterburg | 05 januari 2003

Like the Deserts Miss the Rain

Tracey Thorn en Ben Watt vormen al weer twintig jaar het duo Everything But The Girl. Zo lang te overleven in het grillige Britse popklimaat, waar iedere week weer een nieuwe hype de dienst uitmaakt, is een teken van flexibiliteit en doorzettingsvermogen. Nu heeft Tracey Thorn een unieke stem met van tijdloze allure, een wonderlijke combinatie van koel en zwoel, en is muziekliefhebber Watt een buitengewoon veelzijdig muzikant, die zich soms volledig wegcijfert maar vaak ook alle instrumenten bespeelt. Alles altijd in dienst van het liedje, met prachtige teksten van Thorn en melodien van beide leden. De bandnaam stamt van een rommelwinkel in net Noord-Engelse Hull, waar Thorn en Watt studeerden en elkaar ontmoetten. Alles was er te koop, tot kassa en vloerbedekking aan toe als het moest, maar niet de
verkoopster.

Everything but the GirlIn het begin kenmerkte de sound van EBTG zich door bossanova varianten, zoals die in het post-punk tijdperk populair waren. Mooi, glossy georchestreerd, keurig netjes en nu een beetje saai aandoend.
Kruisbestuiving met de dancemuziek in de jaren 90 gaf het duo een nieuwe impuls. Ben Watt verwisselde zijn gitaar voor elektronica, en ontpopte zich tevens als DJ in de Britse dance scene, waar hij ook menig 12inchje in elkaar knutselde. De stem van Tracey Thorn is vaak te horen in remixen, samples of als gastzangeres bij diverse dance gerelateerde acts. Zelf scoorde EBTG haar grootste hit met een remix door Todd Terry van hun nummer Missing.

Na een stuk of negen langspeel CD’s en vele singles stelde EBTG op geheel eigen wijze een overzicht samen van hun carrière. Of het door de DJ-ervaringen komt weet ik niet, maar de keuze en volgorde van de nummers is werkelijk perfect. Waren eerdere CD’s altijd nogal eenvormig, nu worden we geleidelijk door verschillende sferen en stijlen gevoerd en is van saaiheid geen sprake. Daarbij ging men verre van egocentrisch te werk. Eigen hits zijn lang niet allemaal present, en er zijn opvallend veel covers (vaak
afkomstig van B-kantjes van singles), remixen en zelfs nummers van anderen. Het openingsnummer, toch vaak de bliktrekker van een album, is meteen al een cover: My head is my only house unless it rains van Captain Beefheart, in een mooie, verstilde uitvoering. Anderen zijn Perfect Blue van Elvis Costello en Corcovado van Antonio Carlos Jobim, een traditionele bossanova totdat ratelende junglebeats een overval plegen. Remixers handhaven vaak alleen de zanglijn uit de oorspronkelijke versie. Bijdragen op dit vlak zijn afkomstig van Photek, Chicane en natuurlijk Todd Terry. Soul Vision plaatste een sample van het nummer Wrong centraal in hun Tracey in my room, en Spring Heel Jack (Walking wounded) en Massive Attack (Protection) maakten dankbaar gebruik van de talenten van Tracey Thorn. Hun nummers passen fraai in het geheel.

Verzamelplaten zijn vaak nogal overbodige producten, meer uit financiele dan uit artistieke overweging gemaakt. Like the deserts miss the rain is een uitzondering op die regel: het is de beste CD uit de loopbaan van EBTH, die voor het eerst de enorme veelzijdigheid van de band laat horen. Beats en ballads mooi in evenwicht. Hierdoor blijft de plaat ondanks een speelduur van bijna 70 minuten (16 nummers) constant boeien.

Over de CD:
Virgin: www.virginmusic.nl
www.ebtg.com

Everything but the Girl

EDITORS' CHOICE