REVIEW

Roy Haynes


Jan de Jeu | 20 juli 2003

Roy Haynes - Love Letters

Roy Haynes - Love LettersIn het voorjaar van 2003 zijn er een aantal CD’s op de markt gekomen waarop oude mannen laten horen dat ze het nog steeds in de vingers hebben en een oudere jongere aantoont (net zo?) veel in zijn mars te hebben. Verantwoordelijk voor deze releases is het door Sony Japan gelanceerde platenlabel ‘88’. Het Japanse karakter voor nummer 88 is de eerste naam van de producer Yasohachi ‘88’ Itoh, die in de 70 er jaren van de vorige eeuw – en dat is minder ver weg dan het klinkt – succes oogstte met opnames van o.a. Art Farmer, Junior Mance en Sadao Watanabe op het East Wind Jazz Label. In Europa worden de CD’s uitgebracht onder het Columbia label, eveneens eigendom van Sony Japan. De CD’s van ‘88’ worden gemaakt op de manier waarop de klassieke opnames van bijvoorbeeld Verve en Blue Note uit de vijftiger en zestiger jaren gemaakt werden. Haal een ‘stellar group of jazz musicians’ voor een aantal dagen naar de studio, laat eenvoudigweg de band lopen en gebruik geen overdubs. CD’s waar ik het dan over heb zijn bijvoorbeeld ‘Friendship’ van Clark Terry & Max Roach, ‘Mad 6’ van Ravi Coltrane – inderdaad, de zoon van … – en de CD waar het in deze recensie over gaat; ‘Love Letters’ van Roy Haynes.

De op 13 maart 1926 geboren Roy Haynes wordt vaak genoemd als ‘the father of modern jazz drumming’. Hij begint in Boston als drummer bij Sabby Lewis’ bigband. Na in de veertiger jaren deel uitgemaakt te hebben van de bands van Pete Brown en Luis Russell komt hij in een groep die onder leiding staat van Lester Young. Hij wordt een veel gevraagd opname en sessie drummer voor groten als Charlie Parker, Stan Getz, Thelonious Monk, Miles Davis, John Coltrane, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughn. Later werkt hij samen met o.a. George Shearing en Art Farmer en in de 80er jaren maakt hij plaatopnames met Pat Metheny en Freddie Hubbard en gaat hij met Chick Corea op tournee. Gedurende al die jaren leidt hij daarnaast eigen bands.

Een aantal mensen zullen na het lezen van de hiervoor genoemde geboortedatum zijn gaan rekenen en diegenen weten dat ik het hier heb over een inmiddels 77 jarige man. Op ‘Love Letters’ zijn evenwel alleen de positieve kanten van het ouder worden waar te nemen. Haynes bespeelt zijn drumstel op een wijze die getuigt van een totale beheersing van een instrument dat voor hem geen enkel geheim meer heeft. Daarbij wordt hij geholpen door een aantal geweldige sidemen. Op deze CD werkt Haynes met twee verschillende ritmesecties bestaande uit de pianisten Kenny Barron en David Kioski en de bassisten Dave Holland en Christian McBride. Verder wisselen de gitarist John Scofield en de saxofonist Joshua Redman elkaar af. De constante factor in alle negen nummers –  niet zelden ‘in an understated way’ – is steeds weer de achter zijn stuwende drumkit gezeten Roy Haynes .

‘The Best Thing For You’ laat een conventioneel drummende Roy Haynes horen met een Joshua Redman die in dit nummer op zijn saxofoon doet denken aan John Coltrane. Om de één of andere reden klinkt bij het horen van ‘That Old Feeling’ in mijn hoofd altijd spontaan de stem van Rita Reys. Gelukkig is dat dan steeds maar één zin zodat ik daarna kan genieten van de relaxte wijze waarop John Scofield in dit nummer excelleert. In de loop der jaren omarmde Haynes Latin, Rock, Funk, Free Form, Blues, Swing  en African. Herinneringen aan met name de laatste vorm komen boven bij het beluisteren van ‘Afro Blues’ waarin hij de relatie tussen de snare en bass drum benadrukt zonder Scofield’s bluesy melodieus klinkende gitaar naar de achtergrond te drukken. ‘Que Pasa’ begint met Roy Haynes die conga achtige geluiden aan zijn drumkit onttrekt. Joshua Redman heeft de plek van Scofield weer ingenomen en er zijn fraaie solo’s van piano en bas. Ook ‘How Deep Is The Ocean’ wordt geopend door de drummer, nu met gebruikmaking van zijn brushes waarbij het geluid van de toms een prachtige diepte en detaillering laat horen. Artistiek zijn het in dit nummer echter de levendige, delicate, door pianist Dave Kikoski neergezette, melodielijnen die de aandacht opeisen. In het titelnummer van deze CD is John Scofield weer terug, ditmaal slechts begeleid door bas en drums. ‘My Shining Hour’ laat eerst een solerende bas horen en pas daarna komt de sax van Josh aan de beurt. Een solide uitgevoerde ‘Stompin’ At the Savoy’ gaat vooraf aan het laatste nummer ‘Shades of Senegal 2’ waarin alleen nog het drumstel van de aloude meester zelf in de spotlights staat. Een solo optreden dat voor de volle 4 minuten en 17 seconden blijft boeien.

Er is een Japanner voor nodig geweest om de draad van de mooie Amerikaanse vintage jazz opnamen uit de vijftiger en zestiger jaren weer op te pakken. Itoh San is het, getuige de geluidskwaliteit van deze in DSD opgenomen CD, nog niet verleerd met in dit geval als resultaat een schijf waarop 60er jaren mainstream jazz op mooie wijze gelardeerd wordt met wat meer eigentijdse uitingen.    

Over de CD :
Roy Haynes
Love Letters
Columbia 5108852
www.columbiarecords.com

EDITORS' CHOICE