REVIEW

Clark Tracey


Dr. Longbeard & Marja | 01 augustus 2003

Clark Tracey – Stability

Clark Tracey - StabilityBritse big band jazz met de drummer als leader. Dat kom je niet vaak tegen. Big bands zijn gewoon te duur. Maar Clark Tracey heeft het aangedurfd om Andy Sheppard, Tommy Smith, Iain Bellamy, Tim Garland en Nigel Hitchcock op saxen, Guy barker op trompet en Arnie Somogyi op bas bij elkaar te halen naast Garreth Williams op piano en een strijkkwartet.

De SACD opent met ‘Gone” waar alle blazers aan deelnemen. Het bekende George Gershwin nummer uit Porgy en Bess is onderhanden genomen door Tracey en het resultaat is een lekker swingend stuk muziek. Eerst de voltallige kopersectie. Verderop steeds een solo van een van hen en een drumrif van Tracey om en om. Lekker strak en prima gegrond door de basloopjes van Arnie Somogyi. ‘Black Coffee’ is geheel in de Duke Ellington sfeer. Een heel relaxte tenor van Tim Garland zet de sfeer. De toevoeging van de strijkers vergroot de basis zonder opdringerig te zijn. Het geeft het stuk juist een mysterieuzere uitwerking. De kwaliteiten van SACD komen in dit nummer goed naar voren. Het koper is echt koper en de cymbals hebben een echte attaque.

De ‘Lounge Blues’ is een eigen stuk van Tracey. Goed in het gehoor liggend en met een mooie sopraansax van Iain Bellamy. De strijkers komen weer terug in Monk’s ‘Ugly Beauty’, prettig in het gehoor, maar weinig spanning in deze uitvoering. Dat zit wel in ‘Sunshower’  en ‘The peacocks’ waar het strijkkwartet een voorname rol speelt. In ‘The peacocks’ heerst een slome, haast filmische, sfeer.

John Coltrane’s overbekende ‘Giant steps’ in een bewerking van pianist Gareth Williams laat ten eerste horen dat Williams een uitstekende instrumentbeheersing heeft. Maar als je je concentreert op Clarke Tracey, is hij het eigenlijk die de show hier steelt. Heel kleine accentjes hier en daar of net een tikje extra zwepen het nummer op. Bassist Somigyi blijft de rust zelve en speelt precies genoeg en laat zich niet meesleuren in de BPM race.

De Ierse zangeres Christine Tobin is ingehuurd om het meest controversionele nummer op de SACD samen met het strijkkwartet op te nemen. Het is nog wel het titlestuk ‘Stability’. We weten dat het een stijl is, maar het klinkt gewoon vals. Punt uit. Zing-zeggen op halve noten die zweven is leuk als Björk dat doet, maar hier past het niet.

Dan weer terug naar Ellington met ‘Melancolia’. Het arrangement is van Tracey en het is een piano solo geworden. Op zich niet slecht, maar gezien de bezetting van de overige nummers had wat lekker koper een goede toevoeging geweest. De SACD sluit af met weer een heel andere stijl. Een drumcomputer, keyboards en daarbij een altsax a la Sanborn. De electrische bas van Laurence Cottle ligt er mooi en diep onder. Maar het blijft jaren ’90 jazzrock.

Als geheel maakt de SACD ondanks goede opname kwaliteit een rommelige indruk. Te veel uiteenlopende stijlen naast elkaar. Van big band naar avantgarde zang naar jazz rock met daartussen nog wat bebop. Voor ons niet direct een aanrader deze ‘Stability’.

Over de SACD:
Linn AKD 196, SACD

EDITORS' CHOICE