REVIEW

Je rentre à la maison


Jan Luijsterburg | 19 augustus 2003

Je rentre a la maisonManoel De Oliveira werd geboren in 1908. In plaats van het op de oude dag rustig aan te doen blijft hij nu al decennia lang vrijwel ieder jaar een nieuwe film aanleveren. Inmiddels 94 lijkt de Portugees, die al jaren vanuit Parijs opereert, niets aan scherpzinnigheid en creativiteit in te boeten. Het zijn kleine, tegendraadse films die hij maakt, voor een klein publiek. In niets komt hij tegemoet aan tijdgeest of heersende mode, waardoor zijn werk volledig op zichzelf staat, en meer aansluit bij filmmakers die al vele jaren, veelal wegens overlijden, niet meer actief zijn, zoals Robert Bresson.

Je rentre à la maison gaat over een beroemd toneelacteur, gespeeld door ook al zo`n overlever, Michel Piccoli (1925), icoon uit vele klassieke Franse films.

De film opent op het toneel met het laatste kwartier van Le roi se meurt van Ionesco. Gilbert Valence speelt de koning die inmiddels ver in de tweehonderd is als hij na eindeloos uitstel dan toch sterft. Terwijl hij met tegenspeelster Cathérine de Neuve schittert op het toneel zijn de gezichten in de coulissen bedrukt. Na het applaus krijgt Valence te horen dat zijn vrouw, dochter en schoonzoon bij een auto-ongeluk om het leven gekomen zijn.

Je rentre à la maison`Quelque temps plus tard`, staat er dan op een zwart scherm: het rouwproces wordt overgeslagen. Valence doet de gordijnen open. Hij heeft het leven weer opgepakt met zijn kleinzoon. Hij loopt door Parijs, drinkt koffie op zijn vaste plekje in het café, en koopt een paar mooie schoenen. We volgen hem daarbij voornamelijk van achter glas, zodat we niet horen wat hij zegt. Er volgt weer een flinke toneelscène waarin hij Prospero speelt, in The Tempest van Shakespeare. Zijn agent tracht hem een rol aan te smeren in een moderne televisieserie vol actie, maar daar wendt hij zich vol walging van af. Ondertussen worden hem door een junk die hem bedreigt ook nog de mooie schoenen afgenomen. Als hij lekker thuis ligt te genieten van het rustige leventje met zijn kleinzoon is daar weer de agent. Dit keer lukt het hem wel Valence te verleiden tot een televisierol, in een Amerikaanse bewerking van Ulysses van James Joyce. Ze hebben een beroemde naam nodig, hij is wel wat te oud, maar dat repareren ze we. John Malkovich speelt de regisseur van deze merkwaardige haastproductie waarin Valence als invaller zijn weg moet zien te vinden. Zijn acteursgeheugen laat hem in de steek, en midden in een pijnlijk verlopen opname zijn daar de woorden die de titel en de kern van de film uitmaken: ik ga naar huis. Ik ga rusten. Net als de koning in het toneelstuk eigenlijk. Verdwaasd loopt hij met belachelijke pruik naar huis, zijn regels uit Ulysses stamelend.

Je rentre à la maisonDe laatste films van De Oliveira gaan steeds over ouderdom en het weigeren zich aan de moderne tijd te conformeren. In een bijna veertien minuten durend betoog, in één ononderbroken shot opgenomen, vertelt de buitengewoon vitale regisseur uitvoerig over de achtergrond van de thematiek van de film. Hij vindt de moderne mens totaal `gedehumaniseerd`. Met alle moderne techniekjes, met als ergste de mobiele telefoon, vervreemd geraakt van zichzelf en de natuur. Terug naar huis gaan om uit te rusten staat voor dit onvermogen van de hedendaagse mens: die gaat niet naar huis, maar raast maar door waar dat eigenlijk niet gaat. Dit is het kernidee waaruit de hele film ontstaan is. Het is gemakkelijk af te doen als de typische nostalgische praat van een oud mens, maar de wijze man die de wereld gedurende bijna een eeuw totaal heeft zien veranderen heeft natuurlijk wel een punt.

Je rentre à la maisonJe rentre à la maison heeft een erg stugge vorm, die we weinig meer zien. Extreem lange statische shots, veel stilte en bijzondere camerastandpunten. Opvallend is bijvoorbeeld een gesprek waarbij uitsluitend voeten in beeld zijn. Aan de voetbewegingen is alle emotie af te lezen. Voeten en schoenen zijn een doorlopend motief in de film. Als de koning in het toneelstuk sterft legt hij zijn kroon over zijn in sok gehulde voet. Typisch is ook dat alle actie buiten beeld plaats vindt. Uit al die minimale, eenvoudige beelden moet de kijker zelf de betekenissen destilleren. Ook al iets dat niet van deze verziekte tijd is: geen kant en klaar in het gezicht gedrukte emotie, maar verstilde contemplatie die zeker niet aan iedere moderne filmkijker besteed is. Maar voor wie nog niet te veel door de door de regisseur benoemde verschijnselen aangetast is een juweeltje is. Met fantastisch acteerwerk bovendien.

De DVD uitgave is erg fraai verzorgd. Mooie sobere menu`s, een haarscherp, rustig beeld en, anders dan het hoesje doet vermoeden, interessante extra`s. (Vreemd dat alleen een trailer als bonus vermeld wordt, vaak worden de extra`s overdreven aangekondigd, hier vergeten. Hoe bescheiden kan een film zijn?) Naast het genoemde interview zijn er foto`s en posters zowel als galerij als op een DVD-ROM gedeelte. Tevens wordt de film begeleid door een fraaie website, met deels dezelfde informatie: www.madragoafilmes.pt/vouparacasa/

Over de DVD:
Portugal/Frankrijk, 2001
Speelduur: 86 minuten
Regie en scenario: Manoel de Oliveira
Productie: Paulo Branco
Camera: Sabine Lancelin
Montage: Valérie Loiseleux
Art direction: Yves Fournier
Met: Michel Piccoli, Antoine Chappey, Leonor Silveira, John Malkovich, Catherine Deneuve
Beeld: 16:9, extra 4:3
Geluid: Dolby stereo.
Taal: Frans (origineel) en Spaans
Ondertitels: Engels, Duits, Spaans, Frans, Nederlands en Portugees, interview Engels. 
Filmdistributie: Filmmuseum (www.filmmuseum.nl)
Uitgave: De Filmfreak (www.filmfreaks.nl) en Filmmuseum
Website film: www.madragoafilmes.pt/vouparacasa/ 

EDITORS' CHOICE