REVIEW

Tout va bien


Jan Luijsterburg | 28 november 2003

Tout va bien (on s`en va)

Claude Mouriéras heeft iets met familiebanden. Zijn speelfilms gaan over de manier waarop mensen verbonden blijven aan hun ouders, broers en zussen, hoe heftig de onderlinge conflicten ook zijn. De titel, alles goed hoor, we gaan maar weer eens, staat voor de alomvattende dooddoener die de basis voor het gezin is. Kinderen worden beschermd tegen de bedreigende buitenwereld, voor hun bestwil in de waan gehouden dat je nergens bang voor hoeft te zijn. De functionele cocon die zo gaat klemmen als je opgroeit, maar waar je nooit helemaal vanaf komt.

Tout va bienDe drie zussen in Tout va bien hebben een hecht contact met elkaar, hoe verschillend ze ook zijn. De oudste, Laure (Miou-Miou), is een alleenstaande moeder die het dansschooltje van haar vader runt, sinds deze vijftien jaar geleden vertrok zonder nog iets van zich te laten horen. De middelste van de drie, Beatrice (Sandrine Kiberlain) is een eersteklas yup, succesvol, impulsief, overheersend en vlot van de tongriem gesneden. Ze ondersteunt Laure en de jongste, Claire (Natacha Régnier), een getalenteerd pianiste die tot afgrijzen van Beatrice in een kraakpand woont met vage kunstenaars. Moeder is overleden.

De verhoudingen komen op scherp te staan als vader Louis (Michel Piccoli) totaal onverwachts en zonder enige verklaring weer op de stoep staat. Eerst bij Claire, die hem verbaasd maar hartelijk ontvangt. Ze heeft nauwelijks herinneringen aan de man, wat niet geldt voor haar zussen. Die reageren woedend als ze met dit wandelende trauma geconfronteerd worden. Claire trekt langzaam bij, maar Beatrice blijft onvermurwbaar, ook als geleidelijk aan blijkt dat vader aan het dementeren is.

Mouriéras is van huis uit en nog steeds actief documentairemaker. Ook in zijn speelfilms (Dis moi que je rève is een andere) toont hij zich een bekwaam observator, die de wereld totaal onopgesmukt in beeld brengt. Hierbij wordt hij zeer geholpen door het realistische spel van de acteurs. Het trage tempo sluit goed aan bij de geestelijke gesteldheid van de vader, over wiens beweegredenen we slechts zeer spaarzaam wat informatie krijgen. Hij had een tweede vrouw, maar die is pas overleden. Hij heeft zijn kinderen wel geschreven, maar de post werd achtergehouden. Dat niet alles duidelijk wordt draagt in belangrijke mate bij aan het realisme van de film: in het leven is ook niet altijd alles duidelijk. En de kijker wordt actief gehouden, er is ruimte voor eigen interpretatie en invulling. Dat maakt het kijken wel zo aangenaam.

Visueel bescheiden is Tout va bien een film die psychologisch diep graaft en grote indruk maakt. Extra`s ontbreken, maar dat is bij kleine arthouse producties bijna gebruikelijk. De film is er niet minder om.


Extra informatie :
Distributie: Filmmuseum www.filmmuseum.nl
Uitgave: Filmmuseum/Filmfreak
Frankrijk, 2000
Speelduur: 95 minuten
Regie en scenario: Claude Mouriéras
Productie: Jean-Michel Rey en Philippe Liégeois
Camera: William Lubtchansky
Montage: Monique Dartonne
Geluid: Jean-Pierre Duret
Met: Michel Piccoli, Miou-Miou, Sandrine Kiberlain, Natacha Régnier, Caroline Pili
Beeld: 16:9 anamorf
Geluid: Dolby Digital 2.0

EDITORS' CHOICE