REVIEW

London Calling 2004


Michiel Witlox | 01 april 2004

London Calling geldt alweer enige jaren als dé muzikale barometer voor aanstormend talent. Zo werden tien jaar geleden bands als Placebo, Blur en Supergrass hier zindelijk gemaakt en wisten The Darkness en Franz Ferdinand vorig jaar ook het vaste land te overtuigen. Welke band kunnen we na afgelopen zaterdag links van de Noordzee laten liggen en welke juist niet?

London Calling (c) XingoIn de intieme zolderzaal van Paradiso heeft  The Boxer Rebellion de twijfelachtige eer de spits af te mogen bijten. Geen gemakkelijke taak. Het nog uitbuikende publiek wordt al direct getrakteerd op een groeibriljantje.
Wat mij betreft, blijft u zeker doorlezen, dé ontdekking van de avond. Nummers die zo niet-Brits klinken dat je al direct gaat twijfelen aan de naam van dit festival. De hard/zacht dynamiek wordt met regelmaat toegepast en dat zorgt ervoor dat ieder nummer zijn spanning behoudt. Grungebands konden dat altijd goed.
Het is toch echt te hopen dat morgen de cd-winkels geopend zijn bedenk ik in mijn spurt richting de grote zaal, alwaar de heren van Oceansize al klaar staan voor een set die de oren van de kop dondert.
Jammer dat de uitstekende zang bedolven raakt onder de dominante rol van snerpende gitaarbossen. Het spanningsveld van Oceansize beweegt zich ergens tussen prog- en postrock. Nogal onconventionele muziek dus. Denk Tool. Herinner Mogwai. Je dient je er volledig aan over te leveren of je blijft een eeuwige buitenstaander. Hun CD Effloresce heb ik al een tijdje in mijn bezit en op de bijsluiter zou eigenlijk moeten staan: bij beginnende klachten regelmatig toedienen vanwege de tamelijk ingewikkelde breuklijnen. Koptelefoon verplicht. Dit laatste geldt overigens live voor de oordopjes.

Stazi (c) XingoMijn hamer, aambeeld en stijgbeugel heb ik weer wat bij elkaar weten te vegen maar zijn echter geheel overbodig bij de volgende act genaamd: Stazi. Eighties onverantwoorde electro-soul opgezadeld met een dramatisch slechte zanger. ‘Maar we zoeken ook geen nachtegaal. We zoeken een idool’, zou Henk-Jan Smits zeggen. Het is 21.09 en op het moment dat de pulp volledig verzuipt in smartlappen als ‘Ice, ice, dildo’, komt potentieel Idol, Nemo the clownfish, het podium opdrijven. Gekleed in slechts een zwembroek, opgetrokken sokken en sm-masker trekt hij de publieke aandacht door het maken van a-ritmische zwembewegingen. Welk bakvismeisje wil daar nu geen poster van boven haar bed hebben hangen? U leest nog steeds een realistische weergave van een serieus bedoeld festival. Vol ongeloof besluit ik de echtheid van deze opvoering maar eens te peilen bij een meisje dat met een al even verbaasde blik naast me staat. ‘Als ik jou vraag om deze act in één woord samen te vatten, dan zeg jij….? Na even nadenken komt ze met het allesomvattende: ‘WAAROM?’

Toch zijn het dit soort muzikale knipogen die de clichématige ‘Britse soberheid’ probeert af te schudden en de charme van London Calling perfect illustreert. Deze woorden kunnen we even later helemaal onderstrepen met een optreden van Goldie Lookin’ Chain. Ik noem: gouden kettingen, baseballcaps, gebogen skihouding, bandrecorder en trainingspakken. De oplettende muziekliefhebber roept onmiddellijk: ‘Hiphop!’ Inderdaad. Acht blanke(!) jongens dopen de  inmiddels goed gevulde concertzaal voor even om tot Parodieshow. Ooit is er iemand begonnen als soloartiest en moet op een dag tegen z’n makkers geroepen hebben: ‘wie zin heeft mag met me meebrullen’. Organiseer alleen in het vervolg wel even voldoende microfoons.

The Retro-sound is momenteel helemaal heet. The Keys doen ook hun best maar hun muziek komt uit een wel hele oude doos waar The Shadows al jaren in liggen weg te stoffen. Met hun ongeschoren, kapperschuwe haardos en geitenwollen sokken verdenk ik ze er zelfs van hun niet-hippe status bewust the cultiveren. Als we de Britse muziekpers, met voor op het popblad NME als kweekvijver van hypes, moeten geloven, wordt 2004 het jaar van The Stands. Hun muziek ademt pure nostalgie. Bob Dylan is ook qua uiterlijk niet ver weg en hun tijdloze muziek klinkt niet echt vernieuwend maar toch lekker. De tuin kunt u dus gerust zomerklaar laten maken door The Stands. Een geoliede gitaarmachine die loopt als een gazonnetje en met wat psychedelisch gereedschap nemen ze en passant ook nog effe de scherpe randjes voor u mee. Wat voor The Stands geldt, geldt ook voor The Zutons. Gewoon "copy & paste", dus. Met als belangrijke toevoeging "ïnsert", leve de muzikale emancipatie in 2004: enige meisje van de avond, op saxofoon.

The Veils (c) XingoFinn Andrews, het grote brein achter het huidige succes van The Veils, is een talent dat bijna te gemakkelijk de hoge registers van je emotioneel incasseringsvermogen aanspreekt. Pas twintig jaar maar we moeten hem nu al serieus nemen. Zijn huilerige stem klinkt hier en daar nog wat over the top. Je moet ervan houden, anders trek je het niet. Verwacht niet direct een band die er al staat. Daarvoor klinken de nummers van het goed verkopende debuut, The Runaway Found nog wat te onevenwichtig. Toch is Andrews stemgeluid voor een groot deel bepalend voor de intieme sfeer die hij op de bühne weet neer te zetten. Met de slapsticks van Stazi en Goldie Lookin’Chain nog vers in het geheugen, zorgen de tranentrekkers van The Veils voor het ultieme ‘Jantje-lacht-Jante-huilt-gevoel’ van deze spraakmakende editie van London Calling.

EDITORS' CHOICE