REVIEW

Fauré – Requiem


Jan Luijsterburg | 14 april 2005

Uitvaarten zijn gelegenheden die niet denkbaar zijn zonder muziek. Het kan met Mieke Telkamp, maar als je het wat grootser en religieuzer wil aanpakken is er het alternatief van de Requiem mis. Het populaire Requiem op. 48 is het belangrijkste religieuze werk van Gabriel Fauré (1845-1924), die zijn leven lang als organist werkte in Parijse kerk La Madeleine.

Fauré – RequiemHet werk kent een lange ontstaansgeschiedenis. Fauré begon eraan na de dood van zijn vader in 1885. Een paar weken na het overlijden van zijn moeder in 1888 vond de eerste uitvoering plaats in de Madeleine, maar die verbanden zijn toevallig. Fauré benadrukte dat hij het stuk puur ‘voor de lol’ componeerde, en de première was dan ook bij de uitvaart van een toevallige parochiaan.

Voor een uitvoering in 1893 werden twee delen toegevoegd, onder andere met het al in 1877 gecomponeerde Libera Me, en werd het werk iets uitgebreider georkestreerd. Dit wordt gezien als de definitieve kerkversie. In 1900 volgde de voor symfonieorkest bewerkte versie voor de concertpodia, die tegenwoordig het meest uitgevoerd wordt.

Requiems worden vaak geassocieerd met zwaarmoedig en gedragen. Verdi en Berlioz maakten grootse, theatrale requiems, en de uitvoeringspraktijk ging er tot voor kort van uit dat ook Fauré’s werk in die categorie hoort. Hiermee werd de geest van de componist ernstig geweld aangedaan. Fauré komt uit biografieen naar voren als een nuchtere, vriendelijke levensgenieter, wars van dramatische flauwekul. Niet voor niets liet hij het tragische Dies Irae dat gebruikelijk onderdeel is van een requiem grotendeels weg. Als liefhebber van de elegante muziek van Saint-Saens en leraar van Ravel was hij een van de grondleggers van moderne Franse muziekstijl, gekenmerkt door schijnbare eenvoud en stijlvolle charme, ook in het voor het genre opmerkelijk luchtige Requiem.

Op de nieuwe SACD van Ed Spanjaard met het Nederlands Kamerkoor en het Limburgs Symfonie Orkest op het PentaTone label duurt het stuk ongeveer 32 minuten. Vroeger kon dat wel 10 minuten meer zijn. Voor de aardigheid heb ik de Decca LP uit 1967, van Ernest Ansermet met L’orchestre de la Suisse Romande en L’Union Chorale de la tour de Peilz eens uit de kast gehaald en opnieuw beluisterd. Het verschil is opvallend. Oude opnames kunnen hun charme hebben, maar hier heeft zowel de uitvoerings- als de opnamepraktijk een enorme stap voorwaarts gemaakt. De nieuwe versie heeft een totaal andere sfeer en bovendien een veel mooier koor, prachtig opgenomen in het Belgische Tongeren.

Fauré benadert de dood, als een ware gelovige, niet als iets triests. In plaats van contrasten dramatisch op te blazen en uit te rekken brengt Spanjaard, de aard van de componist getrouw, het stuk nuchter en evenwichtig. Je hoeft geen kenner te zijn om te horen dat dat goed past bij het werk. Het ademt en de melodische lijnen zijn helder en mooi te volgen. Licht en bescheiden wordt het aardse vaarwel gezegd om het paradijs te betreden.

In de zes korte werken voor koor en orkest die de hybride SACD verder vullen is te horen dat Fauré een groot componist is van liederen, waarbij de behandeling van de tekst veel aandacht krijgt. Het bekendst is de Pavane, het verrassendst Les Djinns op een tekst van Victor Hugo, het oudst Cantique de Jean Racine, een examenstuk van het conservatorium.

Het label PentaTone, opgericht door leden van de voormalige staf van Philips Classical en Polyhymnia International, de vroegere opnamestudio van dat label, richt zich op de promotie van meerkanaals geluidsopnamen. Met dit schijfje hebben zij prachtig muzikaal demonstratiemateriaal afgeleverd, dat ook op een conventionele stereo-installatie klinkt als een klok.

Aanvullende informatie:
Gabriel Fauré – Requiem and other choral works
Christiane Oelze, Harry Peeters, Netherlands Chamber Choir, Limburg Symphony Orchestra Maastricht o.l.v. Ed Spanjaard
Hybride SACD: 5.0 mulichannel + stereo CD, DSD opname
Werken: Requiem, Op. 48, Pavane, Op. 50, Madrigal, Op. 35, Les Djinns, Op. 12, Ave Verum, Op. 65/1 (georkestreerd door Leo Samama), Tantum Ergo, Op. 55, Cantique de Jean Racine, Op.11
Speelduur: 54:56
Label: PentaTone 
Distributie: Codaex
Website Nederlands kamerkoor: www.nederlandskamerkoor.nl
Website Limburgs symphonie orkest: www.lso.nl

EDITORS' CHOICE