REVIEW

Arvo Pärt – Lamentate


Jan Luijsterburg | 15 december 2005

Dik twintig jaar geleden startte ECM haar klassieke tak, “New Series” geheten, met de uitgave van Tabula Rasa van de uit Estland afkomstige componist Arvo Pärt. Dit jaar is hij 70 jaar geworden en verschijnt de alweer tiende CD met nieuwe werken van zijn hand bij het label. Er staan twee stukken op: een kort vocaal werk in vertrouwde stijl door het Hilliard Ensemble en het verrassende titelstuk voor groot orkest en piano.

Die Tabula Rasa CD bevatte de werken die Pärt maakte na een opmerkelijke omslag in zijn manier van componeren. Waar hij aanvankelijk avant-gardistische muziek maakte volgens de regels van de tijdsgeest, ontwikkelde hij begin jaren zeventig na een retraite zijn, wat hij noemt "tintinnabuli" stijl. De term is afgeleid van het Latijnse woord voor klokken, en het komt er op neer dat de simpele klank van één, twee of drie noten alle essentie bevat. De maximale eenvoud en verstilling bleek in zijn werk gepaard te gaan met een ongekende intensiteit en diepte. Een gevoel dat een breed publiek aansprak, waaronder veel filmmakers: ook wie nooit van Arvo Pärt gehoord heeft kent zonder het te weten zijn muziek uit vele televisieprogramma’s of films waarin zijn werken gebruikt worden. De muziek sluit aan bij zeer oude religieuze tradities – Pärt is een overtuigd orthodox katholiek, zijn talrijke vocale werken zijn allen op religieuze tekst – maar bevat ook zeer hedendaags klinkende dissonanten. Het is muziek die veel mensen direct aanspreekt, ook hen die normaal weinig met klassieke of religieuze muziek ophebben. Pärt lijkt zich weinig van zijn populariteit aan te trekken en componeert in Duitsland gestaag door aan een inmiddels imposant oeuvre. De man is zo authentiek en zijn werk staat zo op zichzelf staat dat zijn geloofwaardigheid buiten kijf staat.

Daarbij komt dat hij zich blijft vernieuwen. Lamentate is geschreven in opdracht van het Tate Modern in Londen, en werd geïnspireerd door de daar opgehangen 150 meter lange, bloedkleurige sculptuur “Marsyas” van de Indiase kunstenaar Anish Kapoor. In diens woorden: “I wanted to make body into sky”. Voor Pärt was het een confrontatie met de sterfelijkheid en hij maakte een lamentatie, niet voor de doden, maar voor de levenden, strijdend tegen pijn en hopeloosheid.

Het instrumentale werk bestaat uit tien aaneengesloten maar sterk contrasterende delen, en is voor Pärts doen ongebruikelijk gevarieerd en groots in omvang en bezetting. Er zijn de vertrouwde contemplatieve verstilde passages, maar regelmatig gaan orkest en pianist ongekend tekeer, waarbij de componist zijn gebruikelijke stijl lijkt te verlaten. Het lijkt wel Sjostakovitsj af en toe, behoorlijk spooky, met keihard koper en mokerslagwerk. Overigens gebeurde iets soortgelijks al eens eerder in zijn werk Miserere, waarin het crescendo ook niet geschuwd werd. Opnieuw is de emotionele lading overweldigend, zowel in de stille als de luide passages. Het spel van pianist Alexei Lubimov is formidabel, virtuoos en spontaan tegelijk, en het orkest van de Süd-West Rundfunk uit Stuttgart schittert onder leiding van Andrey Boreyko. Het plechtige voorspel in het prachtig gezongen “Da pacem Domine” is ideaal om de luisteraar in de stemming te brengen voor de grootse dingen die erna komen. Een nieuw hoogtepunt in de imposante reeks CD’s die ECM van Arvo Pärt uitbracht.

 

Aanvullende informatie:
Speelduur: 42:46
Label: ECM New Series www.ecmrecords.com
Distributie: Codaex
Website Arvo Pärt : www.arvopart.info

EDITORS' CHOICE