REVIEW

Claude Vivier – Rêves d’un Marco Polo


Jan Luijsterburg | 31 augustus 2006

Componisten, en dan met name overleden componisten, zijn voor hun bekendheid aangewezen op pleitbezorgers die zorgen dat het werk gespeeld en gehoord wordt en blijft worden. Claude Vivier (1948-1983) heeft het wat dat betreft getroffen met Reinbert de Leeuw en Paul Audi. Zij voegden Vivier’s belangrijkste werken samen tot een uniek muziektheaterprogramma van twee avonden dat in 2004 uitgevoerd werd in de Amsterdamse Westergasfabriek. De weergave daarvan is nu met veel interessante extra’s op een prachtige dubbel-DVD verschenen.

De ‘opéra fleuve en deux parties’ over de dromen van ‘een Marco Polo’ is de uitwerking van een suggestie van de componist. De eerste avond wordt gevuld met Kopernikus, opéra rituel de mort, en op de tweede wordt een zestal oorspronkelijk losse stukken aan elkaar gesmeed tot een nieuw, schitterend vormgegeven geheel. De meeste onderdelen werden al eens eerder door de Leeuw vastgelegd op CD, ook toen met een combinatie van het Schönberg en Asko ensemble.

Het levensverhaal van Claude Vivier, dat onlosmakelijk met zijn werk verbonden is, wordt behandeld in een mooie documentaire van Cherry Duyns, een aflevering uit de reeks getiteld Toonmeesters die hij een jaar of tien geleden met Reinbert de Leeuw maakte. Vivier werd als driejarig weeskind met onbekende geschiedenis opgevoed in een Canadees pleeggezin. Uit de ervaringen van zijn bekenden komt een beeld naar voren van een man die zich als een kameleon kon aanpassen, die vrolijk en aardig kon zijn maar ook een zeer duistere kant had. Meestal gemakkelijk in de omgang was hij tegelijk ook extreem eenzaam – intimiteit vond hij uitsluitend bij mannelijke prostituees. Muzikaal ontwikkelde hij via studie bij Karlheinz Stockhausen en reizen naar het Verre Oosten uiteindelijk een volkomen eigen stijl, met niets of niemand te vergelijken. Alles draait daarin om melodie, een onthecht, eindeloos zingen, door zowel de instrumenten als de stemmen, van begeleiding is geen sprake. Gezongen wordt veelal in een zelfverzonnen taal, waarbij via de hand of attributen vervorming of trillers gegenereerd worden. Een totaal eigen wereld, die in slechts enkele jaren tot stand kwam. 

De muziek op deze DVD’s heeft een puur ritueel karakter. Alles draait om de dood. In Kopernikus wordt teruggekeken op het leven vanuit een soort vagevuur, waarbij herinneringen aan figuren als Lewis Caroll, Merlijn de tovenaar, Tristan, Isolde en Mozart als flarden voorbij komen. Bijzonder aan de enscenering is dat de zeven muzikanten een gelijkwaardige rol hebben aan de zeven zangers en de verteller, Johan Leysen. Ze lopen dus al spelend over het podium, acteren volwaardig mee. Deze opzet maakte het noodzakelijk dat hun partituur helemaal uit het hoofd moesten leren – een prestatie op zich en een bewijs van de haast obsessieve toewijding waarmee deze voorstelling gemaakt is.

De Marco Polo van het tweede deel van de opera kan niemand anders zijn dan Vivier zelf. In navrante zinnen wordt zijn eenzaamheid, doodsverlangen en doodsangst onomwonden verwoord, cumulerend in een exacte voorspelling van zijn eigen overlijden. Het werk Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele, bedoeld als onderdeel van een opera over de dood van Tchaikowski, lag onafgemaakt in de kamer toen Vivier doodgestoken werd door een ingehuurde minnaar. Het eindigt midden in een zin: “…en zonder enige waarschuwing trok hij een dolk uit zijn jas en stak hem midden in mijn hart…” De gedurende het stuk als een mantra herhaalde woorden “ik had het koud en ik was bang” ontbreken op dat moment plotseling. Te mooi om toeval te zijn, ben je geneigd te denken. Leven, werk en dood vallen hiermee hoe dan ook volledig met elkaar samen, en een legende was, bewust of toevallig, gecreeerd.

Afspelen van deze ook in technisch opzicht perfect gemaakte DVD’s, met interessante inleidingen en de film van Cherry Duyns als extra’s, verdient in gepaste sfeer te gebeuren. Het gaat hier als gezegd om een ritueel, niet iets dat je tijdens de afwas met een half oog en oor even meeneemt. Een verduisterde kamer zonder storingen van buitenaf en bereidheid om de avontuurlijke reis te aanvaarden zijn voorwaarden om de wereld van Vivier daadwerkelijk te kunnen betreden – het is geen lichte of gemakkelijke kost. Overgave leidt tot een onvergetelijke ervaring en volledig begrip voor de superlatieven die de Leeuw hanteert als hij over de componist spreekt.


Aanvullende gegevens:
Speelduur: opera 64 + 100 minuten, extra’s: documentaire 66, introducties 16 + 14 minuten
Susan Narucki, Lani Poulson, Claron McFadden, Kathryn Harries, Harl Daymond, Johan Leysen
Asko Ensemble, Schönberg Ensemble
Musical Director: Reinbert de Leeuw
Stage Director: Pierre Audi
TV director: Hans Hulscher
Beeld: 16:9 anamorf, m.u.v. documentaire (4:3)
Geluid: 5.1 DTS / Dolby digital 2.0
Uitgave: Opus Arte www.opusarte.com / De Nederlandse Opera www.dno.nl / NPS www.nps.nl / Holland Festival www.hollandfestival.nl
Distributie: Codaex

EDITORS' CHOICE