Lyngdorf Audio set


Guido de Kanter | 19 oktober 2006 | Lyngdorf Audio

A Sound Supreme

Als jaren-ervaren hifi-ondernemer zag Peter Lyngdorf in de loop der tijd menige muziekliefhebber vrachten geld investeren in hifi, terwijl de resultaten maar al te vaak teleurstelden. Componenten die slecht harmonieren, luidsprekers die in de uiteindelijke luisterruimte tegenvallen, of een kamerakoestiek die roet in het eten gooit: de redenen voor ondermaatse prestaties zijn divers en allesbehalve zeldzaam. Met zijn complete installatie onder zijn eigen naam (voorheen TacT), wil Lyngdorf achterblijvende resultaten voor iedereen voorkomen. Vorig jaar voltooide hij zijn wat de Duitsers zo fraai noemen Gesamtanlage (in de hier-bespronken variant 12.640 euro), die kamers dwingt tot medewerking aan goed geluid, volmaakte laagweergave biedt en een klankbeeld van grootse reinheid en afbeeldingsscherpte neerzet. Dat zijn niet de woorden van Lyngdorf zelf, dat waren mijn eigen indrukken naar aanleiding van de beurzen waar ik het lyngdorfsysteem heb horen spelen. Met name de eerste kennismaking met Lyngdorf’s apparatuur, op de Veldhovense VAD-show een jaar geleden, was erg indrukwekkend en op zichzelf al reden genoeg om de apparatuur eens thuis te willen uitproberen. Dat deed ik niet zomaar ergens, maar in de luisterruimte bij een bevriende audiofiel waar de akoestiek volkomen waardeloos is. Een half dozijn befaamde en prijzige luidsprekers is er aan de tand gevoeld, en allemaal hebben ze er, tot wanhoop van de betrokken muziekliefhebber, hondsberoerd geklonken. Peter Lyngdorf kon van een geslaagde missie spreken, stelde ik me voor, als zijn systeem erin zou slagen om bij mijn vriend de problemen op te lossen.

Voordat ik inga op de details, zal ik de werking van de lyngdorfinstallatie eerst kort schetsen. Te beginnen bij het einde van Lyngdorfs keten, dat wordt gevormd door twee zeer bijzondere woofers (de W210, 1600 euro per stuk). Ze zijn vrij groot en moeten in de hoek van de luisterruimte staan, zodat de eigenlijke woofermembranen (twee per wooferkast) tegen de muur aan kunnen ‘vuren’. Waar een dergelijke opstelling normaal leidt tot ongecontroleerd gedreun, worden niet-lineariteiten bij Lyngdorf eruit gehaald met DSP-chips: de rekenende ‘motoren’ van de digitale equalizing in de versterker. De DSP’s in de geïntegreerde klasse-D versterker TDA 2200 (3500 euro, digitale signaalverwerking) laten niet alleen de woofers lineair opklinken, maar dienen ook als wisselfilter. De gebruikte TDA 2200 hoofdversterker koppelt de ‘satellieten’ pas zeer hoog aan, in de praktijk meestal pas rond de 400 Hz (!) – een waarde die geen enkele andere satelliet-sub combinatie haalt. Bij sommige demonstraties koppelt Lyngdoft zelfs pas bij 800 Hz aan, en ook dan blijft de overgang naadloos. Debet hieraan is de ongelooflijke lineariteit van de W210, die tot diep in het middengebied luid en ‘snel’ speelt, en gunstig blijft afstralen.


Lyngdorf Audio TDA2200

Let wel: beneden de crossoverfrequentie doen de satellieten écht niets; van het gebruikelijke ‘samenspel’ van satellieten en subwoofer die elkaar op een breed terrein overlappen, is geen sprake. Het laag, ondertussen, gaat (na de low-pass en analoog gemaakt) door naar de SDA 2175 stereo klasse-D eindversterker (1200 euro, analoge signaalverwerking), die de beide, als gezegd passieve, woofers aandrijft. Met zijn 175 watt vermogen aan 8 ohm is de 2175 uitstekend in staat om een luid en diep laag aan de woofers te ontlokken. Lyngdorf heeft daarbij alle moeite gedaan om de laagelementen zo snel en fasecorrect mogelijk te houden. Ze kennen dus niet het gebruikelijke enorme membraanoppervlak of de zeer grote en zware magneten die normaal nodig zijn voor laagweergave tot 15 Hertz, zoals de Lyngdorf woofers weten te leveren. De vindingrijke Deen laat de gebruikte elementen speciaal volgens lichte middentoner-specificaties maken in een grootte van 10 inch. De nodige diepte en slagkracht bereikt de passieve subwoofer door de kracht van de 2175 eindversterker en de opstelling van de wooferkasten, die verplicht in de hoeken van de kamer moeten staan. Zo’n opstelling dwingt de geluidsgolven om a) zonder tijdfouten, en b) in de hoeken van de luisterruimte volgens de natuurkundige wet van hoornwerking ‘gratis’ versterkt – de ruimte in te gaan. En vanwege de lichte, middentoner-achtige bouw van de laag-elementen treden fasefouten om te beginnen al niet eens op in de woofer zelf. De DSP tenslotte strijkt de niet-lineariteiten glad die onherroepelijk optreden in een avontuurlijke opstelling als deze.

Overigens benadrukt de importeur wel dat crossoverfrequenties 800 en zelfs 400 Hz niet altíjd gehaald worden. Als een koper bijvoorbeeld geen twee woofers opstelt maar slechts een, dan ligt de maximale wisselfrequentie op de ‘conventionele’ waarde van 80 tot 100 Hz.

De opstelling van de woofers is onconventioneel, en de aankoppeling der satellieten bij 400 Hertz al evenzeer, maar de klap op de vuurpijl zijn toch wel de satellieten die Peter Lyngdorf aanbeveelt. Ook al levert hij zelf nette, tamelijk slanke vloerstaanders (de MH-1, 9000 euro per paar), hij demonstreert regelmatig met Ikon 2’s van Dali (800 euro per paar (!)). Zo’n configuratie, van satellieten met de W210 in stereo, heet in Lyngdorf-terminologie ‘2+2’. En de prijs van zo’n 2+2-systeem komt bij gebruik van de Ikon 2 niet verder dan ongeveer 10.000 euro (zonder de upgrade met RoomPerfect-bord althans), een aspect dat de Deen vorig jaar graag benadrukte.

EDITORS' CHOICE