REVIEW

Proof


Jan Luijsterburg | 21 februari 2007

Als je blind bent ben je aangewezen op anderen. Men kan je van alles op de mouw spelden, of het waar is moet je maar afwachten. Martin, vanaf zijn geboorte blind, kan zich daar niet bij neerleggen. Hij vertrouwt niets of niemand. Daarom maakt hij foto’s en laat zich vertellen wat er op te zien is. Daarmee heeft hij bewijs.

In korte flashbacks wordt de oorsprong van dit wantrouwen geschetst. De aanleiding van de eerste foto die hij als kind maakte was de mededeling van zijn moeder dat er iemand in de tuin aan het werken was. Hij vertrouwde dit niet omdat hij niks hoorde. Als zijn moeder aangeeft dat ze ziek is en zal gaan sterven ziet hij dit als een smoes om van hem af te komen. Hij leest met zijn vingers de naam op de grafsteen, maar wie bewijst dat de kist niet leeg was?

Nu is Martin 33. Bij toeval ontmoet hij Andy, een sympathieke jongeman die zich een adequaat beschrijver van foto’s toont. Ze maken samen het nodige mee: ze raken bij toeval ze bij een vechtpartij betrokken en lachen zich suf om als ze de politie voor de gek houden. Er ontstaat een mooie vriendschap, die echter onder druk komt door Celia, de huishoudster van Martin. Het contact met haar is doorspekt van doorlopende hatelijkheden, je vraagt je af waarom ze bij hem blijft. Het antwoord op die vraag wordt geleidelijk duidelijk: ze is heimelijk verliefd. Haar liefde is een obsessie, haar hele huis hangt vol foto’s van Martin. De hekel aan haar die hij voortdurend ten toon spreidt is echter zeer welgemeend.

Door het met Andy aan te leggen probeert Celia de vriendschap tussen Martin en hem te ondermijnen. Andy wordt tot een leugen gedwongen, het vertrouwen wordt geschaad. Een foto blijkt ook niet altijd zuiver bewijs te leveren, de waarheid is een lastig ding. Anderzijds blijkt er wel een tuinman te zien op de oerfoto uit Martin`s kindertijd.

Geweldig dat Joyce Roodnat deze film uit 1991 opnieuw onder de aandacht brengt via de kleine reeks Down Under, die met An angle at my table en Sweetie bestaat uit drie meesterlijke films uit Australie en Nieuw-Zeeland. We zien Hugo Weaving en Russell Crowe in de periode dat ze nog geen wereldsterren waren. Het talent spat er vanaf, en de vrouwelijke tegenspeelster Geneviève Picot is niet minder briljant.

Regisseuse Jocelyn Moorhouse leverde een briljant staaltje alledaagse horror, veel echter en daarmee eigenlijk enger dan wat gebruikelijk onder deze genrenaam verstaan wordt. De vertelling heeft vele niveaus, die van alles zeggen over de samenleving maar ook subtiel een glimp tonen van hoe je zonder gezichtsvermogen de wereld zou kunnen ervaren. Je krijgt het gevoel dat iemand die kan zien nooit zulke prachtige foto’s zou kunnen maken als die van Martin.

De prachtfilm staat in een uitstekende beeld- en geluidskwaliteit op de DVD.


Aanvullende informatie:
Australie, 1991
Speelduur: 86 minuten
Regie: Jocelyn Moorhouse  
Met: Hugo Weaving, Geneviève Picot en Russell Crowe
Extra: boekje met een essay van Joyce Roodnat over de film
Beeld: 16:9 anamorf
Geluid: Dolby digital 2.0
Uitgave: Homescreen www.homescreen.nl / NRC Handelsblad www.nrc.nl

EDITORS' CHOICE