REVIEW

Jan van Gilse: Symfoniën 1 en 2


Ferd Op de Coul | 12 juni 2008
Nederlandse (laat-) romantische muziek is een curieus vat vol parallelbewegingen via herkenbare raakpunten met erkende en gevierde meesterwerken . Zo worden Verhulst met Schumann, Zweers met Bruckner, Röntgen met Brahms en Grieg gerelateerd, Wagenaar met o.a. Strauss en Berlioz. Jan van Gilse, wiens Eerste en Tweede symfonie recentelijk op CPO zijn uitgebracht, doet daarin soms sterk aan Brahms herinneren. Toch zou het onrechtvaardig zijn Van Gilse en andere tijdgenoten slechts als klakkeloze eclectici neer te zetten, want bij de meesten is wel degelijk van een persoonlijke `toets` sprake en een eigensoortig idioom.

Jan van Gilse: Symfonien 1 en 2Het toenmalig ontbreken van “netwerken”, zoals wij die kennen, was in feite medebepalend voor stilistische stereotypen in de muziek, ook omdat roemruchte conservatoria als o.a. in Leipzig en Brussel, een min of meer gemeenschappelijk stempel op de Europese muziek in de 19e en begin 20ste eeuw hebben gedrukt. Toch zijn Schumann, Gade, en Verhulst, gode zij dank, niet één pot nat…

Want niet alleen Nederlandse muziekvinders hebben destijds moeite gehad zichzelf te zijn. Ook elders in Europa traden `Aartsvaders` als Wagner jonge componisten op hun creatieve pad tegemoet: als voorbeelden, wegbereiders of navigators op al die nog te banen muzikale wegen. Bij ons is Matthijs Vermeulen daar aardig aan ontsnapt. Een geniaal autodidactisch vinder van volstrekt innoverende thematische polyforme en harmonische ontregelingen, want ontregelen en het oproepen van tegenstellingen was zijn vak, ook als journalist, criticus en maatschappijbetrokken essayist.

Voor Jan van Gilse (1881-1944) golden de dilemma’s in hoge mate. Stellig de meest tragische representant van de laatromantische Nederlandse muziek. Niet alleen door de noodlottige tol die deze heroïsche toondichter als verzetsman moest betalen aan de nazi’s die zijn beide zoons, ook verzetshelden, hebben vermoord, maar ook door de bittere strijd van Van Gilse als chef-dirigent van het toenmalige Utrechts Stedelijk Orkest tegen de vileine kritieken van collega-componist Willem Pijper.

Van Gilse heeft zijn muzikale Duitse opleiding ondanks zijn openlijk verzet tegen de nazi’s, nooit geheel afgezworen, al heeft hij in latere werken, zoals de opera “Thijl”, ook andersluidende inspiratiebronnen gekend en soms toegepast. Wie zijn Eerste symfonie in F en de Tweede in Es-dur beluistert, kan enige `Aha-Erlebnis` soms niet bedwingen. Want evident is Brahms’ invloed op deze kundig geschreven en eloquente partituren van de ongeveer 20-jarige Van Gilse. Minder zwaarmoedig dan Brahms misschien, want zo’n Scherzo in nr 1 heeft jeugdige vitaliteit en inventieve zwier. Het Adagio biedt onmiskenbaar Brahms-achtige episoden, en is op zich een prachtig stuk bovendien. De 2e Symfonie, vroeger door het Gelders Orkest onder G. Octors bij Donemus op cd gezet, is meer solide in contrapunctisch ordenend vermogen en afwisselender van dramatische en lyrische expressies. Beide werken zijn met allure opgebouwd en georkestreerd. Dat facet van deze muziek is aan het voor buitenlands gebruik Netherlands Symphony Orchestra genoemde Orkest van het Oosten onder David Porcelijn wel toevertrouwd. De veelbewogen historie van het orkest uit Enschede is geconsolideerd in tot over de landsgrenzen genoten waardering.

Deze nieuwe cd met ten onrechte verwaarloosde muziek is mede tot stand gekomen dank zij de in 2006 opgerichte stichting De Vergeten Componist (DeVeCo) en de BUMA, waarvan Jan van Gilse de feitelijke oprichter was. De stichting wil komende jaren meer muziek van Van Gilse op cd zetten bij het Duitse `Musicologenlabel` CPO. Deze opname, met de 2e Symfonie als primeur, klinkt voortreffelijk.


Aanvullende informatie:
Jan van Gilse (1881-1944): Symfonie nr 1 in F en 2 in Es-dur.
Netherlands Symphony Orchestra (Orkest van het Oosten) olv David Porcelijn.
Duur: resp. 33’34 en 33’11.
CPO 777 349-2 DDD. 2008

EDITORS' CHOICE