REVIEW

Twenty-Four Eyes


Jan Luijsterburg | 12 november 2009

Als schooljuf Hisako Oishi in 1928 per fiets op haar nieuwe werkplek arriveert kijken de eilandbewoners verrast op, maar overheerst al snel de waardering voor de leuke manier waarop ze met haar twaalf jonge leerlingen optrekt. Een paar jaar later is het met dat eigenzinnige gedrag echter oppassen geblazen om niet voor communist aangezien te worden, en nog wat later is iedereen, zo niet gesneuveld, dan toch op zijn minst getraumatiseerd. De geschiedenis in een notendop in een epische publieksfilm uit 1954.

Twenty-Four EyesDat liedjes zingen een belangrijk onderdeel is van het onderwijs in Japan wordt meer dan duidelijk in deze ruim 2½ uur durende, nog immer populaire film. Zijn de leerlingen even niet aan het zingen, dan klinken ze wel door in de achtergrondmuziek, en zijn ze even stil, dan wordt er meestal gehuild. Aan drama is dan ook geen gebrek. Eerst is er het noodgedwongen vertrek van Oishi als ze haar been verwondt, en na het weerzien met de kinderen in een latere fase van hun opleiding is er ook allerhande klein en groter leed. Daar komt aan het eind nog de oorlog overheen, alles vanuit het perspectief van Oishi in haar omgang met haar leerlingen, de 24 oogjes uit de titel.

Naast sentimenteel is de film ook buitengewoon traag. Er wordt een flinke tijdsperiode behandeld, maar dat gebeurt in fragmenten, opgebouwd uit lange, statische shots, aan elkaar verbonden door schermen met overbruggende teksten. Even omschakelen voor de hedendaagse kijker, maar je komt wel dicht bij het alledaagse leven van de personages, in hun eigen, landelijke leeftempo.

Twenty-Four Eyes

Het publiek had er destijds blijkbaar geen moeite mee, want Twenty-Four Eyes was een groot bioscoopsucces. Ook in de klassieke Japanse cinema is er een groot verschil tussen arthouse en publieksfilms. Met het simplistische verhaal en onopgesmukte vorm valt deze film duidelijk in de laatste categorie, maar dat neemt niet weg dat er mooi inkijkje geboden wordt in het leven in landelijke delen van Japan in een belangrijke historische periode. Wel is het een nogal eenzijdig beeld, waarin bij het volk geen greintje kwaad te ontdekken is en iedereen een speelbal was van de dwalingen van het eigen regime.

Tom Mes gaat in zijn toelichting in het bijzonder fraai verzorgde boekje dat meegeleverd is in op de historische context van de film, die hij breder trekt naar de herhaaldelijke terugkeer van perioden van verrechtsing in de Japanse samenleving. Dit zou de slecht geconserveerde film met wat goede wil actualiteitswaarde kunnen geven.

Aanvullende informatie:

Japan, 1954
Speelduur: 156 minuten
Regie: Keisuke Kinoshita
Met: Hideki Goko, Hideko Takemine, Yukio Watanabe
Beeld: 4:3
Geluid: mono
Label: Koinobori
Distributie: de Filmfreak 

EDITORS' CHOICE