REVIEWArcam

Arcam rDAC – size doesn`t matter...


Max Delissen | 29 augustus 2010 | Arcam

Soms val je als hifi-recensent met je neus in de boter. Als je als een van de eersten de gelegenheid krijgt om een nieuw apparaat aan de tand te voelen bijvoorbeeld. En als het dan ook nog eens zo`n ding is waar heel de wereld met smart op zit te wachten is het natuurlijk helemaal gaaf. Dat voorrecht overkwam me met de Arcam rDAC.

Zoals ik in mijn eerdere blogbericht al aangaf kwamen de twee rDAC`s die op de redactie arriveerden rechtstreeks van de douane. Dank daarvoor aan importeur Audiac die ons op deze wijze van de primeur wilde verzekeren.

Uitpakken en wat techniek

En daar stonden ze dan: twee platte, licht-lavendelkleurige Arcam dozen met inhoud. Altijd een spannend moment. De fraaie maar bescheiden verpakking bevat behalve de relatief kleine rDAC een eenvoudige gebruiksaanwijzing  en een externe voedingstrafo (in het Engels ook wel wall-wart genoemd) en drie verschillende stekkerconfiguraties die op de trafo kunnen worden geklikt.

Deze constructie heeft om audiofiele redenen niet mijn voorkeur en doet me vaak naar een veel stabielere instelbare trafo grijpen die ik voor dit soort gelegenheden bij de hand houd. Maar in dit geval besloot ik juist om de door Arcam geleverde oplossing wel te gebruiken, omdat vrijwel iedere toekomstige eigenaar dat waarschijnlijk zonder er verder bij na te denken ook zal doen. Bovendien realiseer ik me dat Arcam er blijkbaar het volste vertrouwen in heeft dat dit goed werkt.



De behuizing van de rDAC is van gegoten aluminium en voelt erg stabiel aan. Een briljante vondst vind ik de bodemplaat van de rDAC. In plaats van dat er vier rubberen voetjes zijn gebruikt is de hele onderzijde met een stroef (synthetisch?) rubberachtig materiaal bedekt, waarin verzonken schroefgaten zitten voor een naadloze bevestiging van de behuizing. De grip die zo`n plak rubber op de ondergrond heeft is veel groter, en hoewel er niets over is medegedeeld vermoed ik dat er ook nog wel enige dempende eigenschappen aan het materiaal toe te kennen zullen zijn.

De bediening van de rDAC is zo voor de hand liggend dat ik denk dat de gebruiksaanwijzing min of meer pro-forma is bijgevoegd. Aan de achterzijde vinden we de aansluiting voor de voeding, een aan/uit knop, de analoge outputs (ongebalanceerd), en in totaal vier verschillende digitale inputs. Een daarvan (rWave) is nog niet bruikbaar, maar dat zal in de loop van september veranderen als Arcam de daarvoor benodigde dongle en antenne gaat uitleveren.

Een nadeel van draadloze overdracht is wel dat de rDAC dan niet meer kan worden gebruikt voor de weergave van HD geluidsbestanden, aangezien bitrate en samplingfrequentie dan beperkt worden tot 16bit/44,1kHz. Maar voor de weergave van op de laptop opgeslagen mp3 bestanden is dat ruim voldoende.
Om gebruik te kunnen maken van het volledige potentieel (een maximale 24bit/192 kHz) moet de rDAC bedraad worden gebruikt.

Bijzonder is verder nog dat de de rDAC de door dCS ontwikkelde asynchrone USB technologie gebruikt, een technologie waarbij de DAC bepaalt wanneer de bron het volgende datapakketje mag sturen, in plaats van dat de bron zijn van jitter vergeven wil oplegt aan de DAC. Tot nu toe was deze technologie uitsluitend beschikbaar in kostbare high-end apparatuur, en alleen al om die reden mag de rDAC een doorbraak genoemd worden.

EDITORS' CHOICE