REVIEWCarot One

Carot One: een speelse buizenversterker

“Het lijkt wel een soort brandweerautootje”, was de eerste reactie die de knaloranje Ernestolo Carot One kreeg. Geen vreemde opmerking: zet er vier wieltjes onder en het klasse D buizenversterkertje (een Tripath TA20424) met de blauw oplichtende buis zou inderdaad zomaar ingezet kunnen worden om kleine brandjes te blussen. Waxinelichtjes op de salontafel, bijvoorbeeld. Maar mede door dat bijna aandoenlijke uiterlijk, weet het speelgoedje alleen op zijn verschijningsvorm al sympathie te kweken, zonder trouwens al te hoge verwachtingen over de prestaties te generen.

“Voor- én eindversterker!?”, is namelijk de tweede opmerking, die met veel en vooral onverholen verbazing geuit wordt. Het is ook lastig voor te stellen dat het oranje apparaatje, dat slechts 76 mm breed, 60 mm hoog en 100 mm diep is (zeg maar twee pakjes sigaretten op elkaar gelegd) in staat is om een set luidsprekers aan te sturen. Met een meegeleverde mini-interconnect worden de twee versterkers met elkaar verbonden. Beiden worden ook apart van stroom voorzien. Aan de achterzijde zitten verder een line in en speakeruitgangen. Aan de voorkant zit nog een lijningang en een hoofdtelefooningang, beiden 3,5 mm. De draaiknop om het volume te regelen, doet tevens dienst als aan- en uitschakelaar.

Click voor een uitvergroting (foto`s Photo40)

In de persuitingen van het vrolijke versterkertje staat duidelijk dat hij alleen geschikt is om kleine speakers mee aan te sturen: er komt maar 2x15W bij 4 ohm uit (2x6W bij 8ohm RMS), maar toch kan ik het niet laten om het knaloranje kastje aan te sluiten op twee Dali Ikon 5 staanders. Als alle voedingsstekkers, cd-spelersnoer en luidsprekerkabels op hun plek zitten, is er van de achterkant van de Carot bijna niets meer te zien. Sowieso is het een koddig zicht om het ding bovenop mijn eigen NAD C355BEE te zien staan. Ondanks alle kabels die er aan de achterkant aan hangen, blijft het worteltje echter moedig ‘rechtop’ staan: het gewicht aan de achterzijde trekt de voorkant van de Carot One niet van de grond. Het aansturen van de Dali’s kost het dappere doosje echter beduidend meer moeite. Op laag volume is er niets aan de hand en maakt de versterker zelfs een verrassende indruk: zo’n klein ding en het klinkt gewoon keurig. Maar naarmate het volume verder omhoog gaat, neemt de kwaliteit van het geluid snel af. Schelle, scherpe klanken en een vertekend basgeluid zijn het resultaat. Je zou bijna je verontschuldigingen aanbieden aan het arme ding: ‘Sorry, dit was een experimentje en het is niet de bedoeling dat je dit soort oneerlijk werk altijd moet gaan doen’.

EDITORS' CHOICE